Generaal Chirac zet defensie-industrie in het gelid

PARIJS, 22 FEBR. Een Franse aanpak van een Frans probleem. Zo zien ook Fransen de manier waarop de neo-gaullistische president Chirac de tering naar de nering zet in het Franse militair-industrieel complex. De gedwongen fusie tussen Aérospatiale en Dassault en de privatisering van Thomson zijn nog maar het begin.

'Het industrieel Meccano van generaal Chirac' is de laconieke voorpagina-kop van het dagblad Libération vandaag. Dassault is formeel een particulier bedrijf.

Dat belette de president niet dit bedrijf waar zijn vader als accountant carrière bij maakte een dienstbevel te geven: samengaan met de vijf keer zo grote en verlieslijdende staatsproducent Aérospatiale. En je goed gevulde strijdkas meebrengen.

Vanavond heeft de opperbevelhebber der Franse strijdkrachten drie kwartier zendtijd gevorderd op de twee grote tv-zenders om het volk (in de vorm van een vraaggesprek) te vertellen wat er gaat gebeuren met de krijgsmacht, de dienstplicht en de defensie-industrie. Alle onderdelen van dit drieluik zijn politiek gevoelig: de kazernes, luchtmachtbases, havens en fabrieken liggen door het hele land verspreid. Steden, soms hele regio's afhankelijk van deze ene werkgever. In de defensie-industrie alleen al staan tussen 50 en 75.000 banen op het spel. Bij de krijgsmacht nog meer.

Bovendien staat Frankrijks nationale identiteit op het spel. Niet voor niets is een levendig debat uitgebroken tussen voor- en tegenstanders van de militaire dienstplicht. Ook het voortbestaan van een nationale defensie-produktie is een onderdeel van de zelfstandigheid waar Frankrijk veel voor over heeft. Dat industrieel gedefinieerde landsbelang is het drijvende motief achter de herstructurering die de komende jaren wordt gerealiseerd.

De eerste baan die in de nu op gang gezette industriële tombola verloren ging is die van Alain Gomez, de president van Thomson, het conglomeraat dat voor het eind van het jaar geprivatiseerd moet worden. Hij vocht met succes veertien jaar voor de uitbouw en instandhouding van het bedrijvenpark Thomson. Die droom is door het Elysée gebroken. Het te ontwarren spinneweb is ingewikkeld genoeg.

De Franse staat bezit 76 procent van de aandelen direct en nog 20 procent via France Télécom. De Thomson holding op haar beurt is voor ongeveer tweederde eigenaar van de defensie elektronica-bedrijven Thomson-CSF (waar Hollandse Signaal bij hoort) en Sextant Avionique, voor 100 procent van Thomson Multimedia (consumenten elektronica, RCA in Amerika) en voor 20 procent deelnemer in chipmaker SGS-Thomson. De Thomson holding is bovendien - weer zo'n specialiteit van de Franse staats-economie - voor 18,9 procent eigenaar van de bank Crédit Lyonnais, die zich na alle verliezen en schandalen van de jaren '80 uit het moeras verheft.

Hoewel analisten gisteren zeiden dat een verticale samenwerking (Thomson samen met vliegtuigbouwer Aerospatiale) ook had gekund, is over het algemeen vrij positief gereageerd op de eerste stappen van de regering. Dassault geeft zijn zelfstandigheid ongaarne op, maar heeft bij gebrek aan andere klanten dan de Franse krijgsmacht weinig te kiezen. Matra, de derde grote defensie-producent, lonkt al enige tijd naar onderdelen van Thomson. Op het gebied van de defensie-elektronica is rationalisatie mogelijk.

De verordonneerde privatisering van Thomson is geen akkefietje. Het conglomeraat maakt als geheel en op de meeste onderdelen verlies. Verkoopbaarheid kan dus alleen maar schuilen in sluiting van onherstelbaar onrendabele onderdelen plus afstoting van gerichte activiteiten aan gespecialiseerde afnemers. Dat zal nog veel pijn doen, terwijl president Chirac en zijn steeds impopulairder premier Juppé wanhopig banen uit de rotsen trachten te kloppen. Met een werkloosheid van rond de 12 procent zijn sluitingen van staats-defensie-fabrieken een recept voor het verliezen van de parlementsverkiezingen in 1998.

Om het pijnlijke karwei in de elektronica uit te voeren heeft de regering een ervaren generaal van stal gehaald. Het is Marcel Roulet, de ingenieur die jarenlang met vaste hand de technologische modernisering van France Télécom heeft geleid. In september werd hij ontslagen, voornamelijk als zondebok na onenigheid binnen het kabinet over het te volgen beleid: ook daar staat het personeel op de bres voor zijn veilige rechten als werknemer in de 'service public'.

Roulet is een ervaren staats-ondernemer. Ook hij moet afwachten of de staat morgen nog steeds wil wat zij vandaag besluit. De tijd dringt. “De Amerikaanse concurrentie wordt agressief”, zoals premier Juppé gisteren in het parlement opmerkte. De Franse defensie-industrie moet bij de tijd komen om samen met de Duitsers en de Britten de wereld aan te kunnen. Dat besef is doorgebroken. Nu de historische barrières nog.

    • Marc Chavannes