Een hovaardige côterie

Het Erasmiaans Gymnasium na 666 jaar. Onder redactie van Leo Molenaar. Uitgeverij Elmar, 367 blz. Te bestellen door ƒ 35,- over te maken op giro 303649 ovv 'Project 666'. ISBN 90389 04029.

Gedenkboeken van scholen geven niet-ingewijden al snel het gevoel dat ze het fotoalbum van een vreemde doorbladeren. Wat moet je met het weer opgehaalde feit dat iemand ooit in de schoolkrant heeft geschreven dat hij misselijk wordt van het woord vernieuwing. Het wordt grappig als het een uitspraak van Gijs van Aardenne blijkt te zijn. Als daarbij ook nog eens wordt vermeld dat hij het als leerling kort na de Tweede Wereldoorlog heeft gezegd, wordt het interessant. En het krijgt een gepast kader als de uitspraak te lezen is in een artikel waarin gekeken wordt in hoeverre de gebeurtenissen in de buitenwereld zijn weerslag hebben gehad in meer dan zestig jaargangen van de schoolkrant, die onder anderen Alfred Kossmann, Karel 'Takelwagentje' Eykman en Jop Pannekoek als redactielid heeft gekend.

Op deze manier hebben de makers van het rijk geïllustreerde gedenkboek Het Erasmiaans Gymnasium na 666 jaar geprobeerd de inhoud voor buitenstaanders interessant te maken.

Het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam dateert uit 1328 en is, op het Johan de Wit-gymnasium in Dordrecht na, de oudste school van Nederland. De oudste geschiedenis is al bij het 650-jarig bestaan in een boek behandeld en daarom vormde het honderddrieëndertigste lustrum de aanleiding om de jongste geschiedenis van de school en de toekomst te belichten.

Eenentwintig auteurs hebben tweeëntwintig uiteenlopende bijdragen geleverd die zich uitstekend lenen voor modern, zappend lezen. Een greep: beschouwingen over de betekenis van Erasmus voor het huidige onderwijs; portretten van de oud-leerlingen dichteres Ida Gerhardt en de in de oorlog omgekomen toneelspeler en verzetsstrijder Bob Oosthoek; de school tijdens de oorlogsjaren en een verhaal (inclusief een NRC-pagina uit 1937) over het huidige schoolgebouw, ontworpen door A. van der Steur die ook verantwoordelijk was voor het nabijgelegen museum Boymans van Beuningen.

Exuberant

Niet alles is boeiend, zoals het enquêteformulier dat vorig jaar voor het eerst onder geslaagde leerlingen is verspreid om erachter te komen hoe ze hun schooltijd hebben beleefd. Maar tezamen leveren de in exuberante, droge, vlotte, 'ouderwetse', zakelijke of schoolkrantstijl geschreven bijdragen een aardig beeld van een eeuw gymnasiaal onderwijs. Die in eerste instantie te versmaden enquête laat bijvoorbeeld zien dat ook het onderwijs tegenwoordig niet ontkomt aan het fenomeen naar-de-klant-toe-denken.

Van dergelijke zaken was rond 1910 geen sprake, getuige de bewaard gebleven herinneringen van de in 1972 overleden oud-leerling Henny Cramer. Er waren maar weinig vakken, want de leerlingen werden opgeleid voor toekomstig leiderschap en daarvoor was alleen inzicht nodig. Het ging niet om technische bedrevenheid of een uitvoerderstaak, want die was volgens Cramer voorbehouden aan leerlingen van 'Thorbecke's schepping, de Hogere Burger School'.

Cramer geeft toe dat het gevaar voor 'hovaardige côterie' op de loer lag. In zijn Aeneis-uitgave stonden alle citaten cursief. Klaar om te gebruiken bij bijeenkomsten van oud-gymnasiasten, die te vergelijken waren met 'nette familiereünies, waar herinneringen werden opgehaald als de gekke hoed van Bertie en waar je om te laten zien dat je bij de familie hoorde, wist van Danaos, die je moest vrezen en dona ferentes.' De vergelijking is niet van Cramer zelf, maar naar zijn zeggen van Annie Romein-Verschoor, de echtgenote van zijn oud-klasgenoot Jan Romein.

Cramer leefde nog lang genoeg om te zien dat veel anders werd. 'Uitvoerders, pragmatici, technici hebben het roer in handen genomen net als de hofmeiers bij de Karolingen. Als personeelsleden van een adelijke familie die in goeden doen zijn geraakt en grootmoedig wat afschuiven om hun voormalige heren het leven te laten bestendigen dat ze geleid hebben. Een leven waarvan de ondergeschikten zich nooit een juist denkbeeld konden vormen.'

Drees ('de klassieken laten zich tegenwoordig in uitstekende vertalingen lezen'), minister Bolkestein die na de oorlog het gymnasium door het lyceum wilde laten vervangen, de invoering van de Mammoetwet en de basisvorming en het ontstaan van de scholengemeenschappen hebben hun sporen achter gelaten. Het gymnasium is geen ivoren toren meer. De klassen hebben sinds 1958 geen eigen lokaal meer, de huidige achthonderd leerlingen worden niet alleen in de klassieke talen maar ook in techniek en verzorging onderwezen, de klassefoto's zijn steeds meer een weergave van een multiculturele samenleving en op gezette tijden moet, getuige een twee jaar geleden gehouden symposium over nut en zin van de gymnasiale vorming, het geven van gymnasiaal onderwijs verantwoord worden. Maar de conciërge heet nog steeds claviger.

    • Theo Toebosch