Een abdijenroute in de Belgische Kempen; De verkoop van stilte en contemplatie

Waar vroeger de in wit habijt gehulde kloosterlingen leefden van landbouw en veeteelt, vormen nu 'bezinningsdagen' en aan het klooster gelieerde 'ambachtelijke' produkten een belangrijke bron van inkomsten. Maar ook dagjesmensen die Het Laatste Avondmaal wel eens van dichtbij willen zien weten de weg te vinden naar de Norbertijnen in Tongerlo.

De Kempen liggen op koude zandgrond'', fluistert pater George verontschuldigend. In zijn witte gewaad lijkt hij door de kruisgang van de Averboder abdij te fladderen. Maar de kou kan de gastenpater niet deren: de voeten waarmee hij over het marmer snelt, zijn gestoken in sandalen. Hij groet vriendelijk een confrater die ons in de carré-vormige wandelstraat tegemoet komt en opent de deur van de sacristie. Komend uit de sobere gangen, waarlangs alleen wat abtsportretten het gewelfde pleisterwerk sieren, is de frivoliteit van deze ruimte des te opmerkelijker. Uit hout gesneden muurpanelen en rococo-lambrizering overheersen de wanden.

Met een novice van amper twintig bespreekt pater George nu bezorgd het achterstallig onderhoud aan dit 18de-eeuwse interieur. Ze inspecteren een houten beeld van St. Jan, dat allang in tweeën lag als het niet door ijzer werd gestut. Hier is het zo kil (“De hele abdij verwarmen is te duur”) dat hun adem in condenswolkjes aan de mond ontsnapt. Dan wenden ze zich tot een pronkstuk van het klooster: het schilderij 'Professie te Prémontré' uit 1655 van Gaspar de Craeyer, dat het ontstaan van de Norbertijner orde in 1121 uitbeeldt. Bij Maria met kind knielen Norbert van Gennep en St. Augustinus, grondleggers van de orde, plechtig gadegeslagen door een zestal gehuld in het witte, premonstratenzer habijt en door Johannes de Doper, patroonheilige van de abdij.

Pater George gaat voor naar de belendende ruimte, de kapittelzaal. De zon die door het glas-in-loodraam breekt, belicht fraai het houtsnijwerk in de abtstroon en de bogen van het plafond. Hier wordt vergaderd door de communauteit, de zaal doet ook dienst als winterkapel voor de morgendienst en de eucharistieviering. Alleen de avondwijding vindt dezer dagen, ongeacht de temperatuur, in de abdijkerk plaats. Op weg naar dit ruimbemeten heiligdom wijst pater George op de witte koorhemdjes en overhabijten, die in rijen bij de ingang van de kerk hangen: hierin hult hij zich straks met de andere 'witheren' voor de deels in het gregoriaans gezongen vesperdienst.

Nadat hij heeft geknield voor Onze-Lieve-Vrouw van het Heilige Hart, een uitbundig laat-19de-eeuws Mariabeeld dat jaarlijks door pelgrims uit de wijde omtrek wordt vereerd, leidt de gastenpater me rond door de hooggewelfde barokkerk. Eveneens veel mooi gebeeldhouwd hout, het koorgestoelte vertoont de praal van een zandkasteel. Maar ook hier slaat, vooral in de hogere regionen, het verval toe. Anderhalf jaar geleden liet een houten ornament spontaan uit de spitsbogen los en spleet een plavuis. Gelukkig 's nachts, zegt pater George, anders had het de dood van een kloosterling kunnen betekenen.

Tot in de jaren zestig werd hier de mis in het Latijn opgedragen, de voorganger stond met zijn rug naar de parochianen. Maar na het Tweede Vaticaans Concilie van Paus Johannes de 23ste werd het concelebratie-altaar omgedraaid om de kerkgangers, in de volkstaal en en face, meer bij de liturgie te betrekken. Nu neigen de Kempener Norbertijnen weer voorzichtig naar de traditionele eredienst; niet zozeer omdat ze het zelf verkiezen, maar omdat het blijkt aan te slaan. De abdijen spelen handig in op een onmiskenbaar toenemende nostalgie naar de moederkerk, een zoeken naar verloren sacraliteit dat vooral vanuit het noorden wordt waargenomen.

Een klooster draait niet alleen op goddelijke toewijding, maar ook op ijzeren discipline. In de refter staan op dit namiddaguur de borden voor het avondmaal al klaar; achterin bij de crucifix zitten veertig kloosterlingen op vaste plaatsen, vooraan is gedekt voor een schoolklas die deze week in Averbode op retraîte is. De lucht van suddervlees en doorgekookte groente bindt de strijd aan met die van in boenwas gezet hout. Alle Norbertijner kloosters in de Kempen hebben hun poorten geopend ten behoeve van 'bezinningsdagen' voor groepen. In veel kloosters bestaat voor jonge mannen en echtparen ook de mogelijkheid van 'mee-leefdagen'. Dit verkapte zendingswerk kwam in de plaats van de handel en nijverheid van weleer.

Een andere bron van inkomsten vormt tegenwoordig de pastorale 'merchandising'. Het 'abdijbier van hoge gisting' uit Tongerlo, Grimbergen, Leffe en Postel wordt allang niet meer door de paters zelf gemaakt, maar in licentie vervaardigd. En bij iedere abdij in deze streek is wel een winkel te vinden waar 'ambachtelijke' produkten - van bier en kaas tot brood en speculaas - te koop zijn die slechts in naam aan de paters zijn gelieerd. Het klooster als 'merk' slaat aan, het wordt geassocieerd met degelijkheid en puur natuur; de gezamenlijke abdijbieromzet stijgt elk jaar met 40 procent.

In Averbode is de drukkerij van een Norbertijn, die zich rond 1900 toelegde op devotieprentjes en de Bode van Onze-Lieve-Vrouw van het H. Hart, uitgegroeid tot een onderneming met tweehonderd werknemers. Daarnaast ontstond een uitgeverij van tijdschriften en boeken waar honderd mensen werken. Nog altijd geven paters de leiding in beide bedrijven. Hiermee gaf de abdij opnieuw gestalte aan haar vroegere opdracht: de sociaal-economische ontginning van de streek.

De leefregels van de Heilige Augustinus die de Norbertijn bij zijn 'eeuwige professie' uitspreekt, zijn streng: “Een leven van bekering en communio, dat vooral gekenmerkt wordt door armoede, gewijd celibaat en gehoorzaamheid.” Maar de orde is niet in zichzelf gekeerd en beschouwt zich als bron van zielzorg voor de omgeving. Nog steeds zijn talrijke kloosterlingen in de Vlaamse Kempen actief als pastoor, kapelaan of aalmoezenier. Ook op tal van scholen in de omgeving werken Norbertijnen, evenals in priorijen te Zaïre, Chili, Kinshasa en Brazilië.

De Norbertijner abdijen beheerden in vroeger eeuwen landbouwcentra en wind- en watermolens en boden onderdak aan vluchtelingen en hongerigen naar lichaam en geest. Landbouw en handenarbeid vormden de hoofdbron van inkomsten, die niet alleen toekwamen aan de 'regulier kanunniken' (“Norbertijnen zijn géén monniken”, wordt mij herhaaldelijk op het hart gedrukt) maar ook aan apostolaat en charitas. “Het aantal broden dat volgens de kronieken van de tijd dagelijks aan de abdijpoort aan armen werden uitgedeeld”, vermeldt een brochure over de geschiedenis van de abdij, “slaat ons voor sommige perioden met verbazing.” De Franse Revolutie betekende het einde voor of een onderbreking van veel Norbertijner activiteiten in de streek, maar de abdij van Averbode bleef het lot van gedwongen sluiting bespaard.

Nu zijn het godsvruchtige boeken als De heer die leeft of Met God op de tong die in grote hoeveelheden de abdijpoort verlaten. Maar ook drukt Averbode's Goede Pers volkomen geseculariseerde geschriften als Zonnekind, Dopido en Doremi, alsmede formulieren voor het Duitse ministerie van binnenlandse zaken. Hoog bovenin het gastenkwartier kijk ik met pater George, die op zijn kamer een kopje koffie schenkt, naar de bedrijfsgebouwen aan de overzijde. “In ons fonds zitten nog wel opvoedkundig verantwoorde boeken”, zegt de pater, “zoals een verhaal waarin wordt gewaarschuwd tegen racistische tendensen. We brengen ook een jeugd-gebedenboek.” Maar het overgrote deel van de uitgaven heeft niets met het katholicisme uitstaande; dat geldt ook voor het Lentefestival voor kamermuziek, dat elk jaar velen naar het abtskwartier lokt.

In de boekwinkel van de abdij, waar naast de uitgaven van Averbode ook crucifixen en heiligenbeelden te koop zijn, verdringen de dagjesmensen elkaar. In de weekeinden doet een groeiend aantal mensen een of meer kloosters aan, zeker nu er door de Vlaamse toeristenbond een 'Abdijenroute' door de Kempen is uitgeschreven. Vooral bij de abdij van Postel, waar bier-, friet- en ijsventers zich op het parkeerterrein hebben verschanst, overheerst op mooie zondagen het bermtoerisme de sereniteit van de dag des Heeren. Het gejoel van de door abdijbier benevelde gasten is soms tot in de Romaanse kerk te horen. Voor de kloosterlingen is het dan zaak nog strenger de 'clausuur' te bewaken, de afsluiting tussen het buitenplein en de privévertrekken rond de cour.

“Doordat de maatschappij ontegensprekelijk jachtiger is geworden”, verklaart pater George de belangstelling, “voelen mensen zich meer aangetrokken tot heel die atmosfeer van stilte, regelmaat en contemplatie.” Toch schort het alle abdijen aan voldoende aanwas. In de abdij woont een groot aantal kloosterlingen wier “levenstaak is volbracht” en die verzorging nodig hebben, maar jongeren komen slechts mondjesmaat binnen. “En voor een derde van de jongeren die wèl intreden”, constateert de gastenpater met onverholen spijt, “blijkt het kloosterleven uiteindelijk toch niet te zijn weggelegd.”

Een uittreding is een drama, zegt pater Kees, vergelijkbaar met dat van een echtscheiding: de kloosterling beloofde immers onverbreekbare trouw aan de gemeenschap. Deze vriendelijke witheer van Nederlandse komaf is mijn begeleider in de abdij van Tongerlo, in omvang nog aanzienlijk groter dan die van Averbode. Hij leidt mij rond door de eindeloze gangen van de Onze-Lieve-Vrouwe-Abdij in afwachting van het klokgelui voor de Vespers. Aan hem is straks de taak een prevelementje te houden. Ook hier de lucht van groente en boenwas, en de alles doortrekkende kou. Via de prelatuur, waar aan de wanden de portretten van voormalige abten te zien zijn, belanden we in het oudste deel van het complex met de gastenkamers. Het 'Vlaams' torentje bovenop dit gebouw uit 1479 gold eeuwenlang als baken. We lopen via de in verbouwing verkerende kerk naar een opmerkelijk nieuw optrekje temidden van de met schietgaten uitgeruste abdijmuren.

Tot het patrimonium van de abdij behoort een op linnen geschilderd replica van Het Laatste Avondmaal, het veel-geïmiteerde fresco dat Leonardo da Vinci eind 15de eeuw schilderde op de refterwand van het dominikanenklooster Santa Maria delle Grazie in Milaan. Het Tongerlose Laatste Avondmaal, in 1545 door prelaat Streyters voor 450 Rijnsgulden aangekocht, hangt na vele omzwervingen, kwetsuren en restauraties in deze speciale, in 1966 opgetrokken museumzaal. Vooral omdat het originele fresco in de loop der eeuwen ernstig in verval raakte, is deze kopie-op-ware-grootte, amper twintig jaar na Da Vinci's werk gemaakt, zo bijzonder. Dat vinden in elk geval de talrijke buitenlandse bezoekers, onder wie de restauratoren van het Milanese werk, meldt pater Kees trots bij het ontzagwekkende doek.

De pater heeft nog niet op zijn horloge gekeken, of de klokken van de abdijkerk beginnen te beieren. We spoeden ons naar de kapittelzaal. Even later schrijdt een twintigtal kloosterlingen de zaal binnen. De avonddienst voltrekt zich volgens een strak geregisseerd protocol. Opvallend is de zorg die de witheren aan de zang besteden; er is een voorzanger en een dirigent, de anderen zetten steeds nauwkeurig en soms tweestemmig in. Vanaf zijn troon slaat de abt het ritueel ernstig gade. Voorganger: Ons hart wacht op de komst van de Heer. Allen: Onze hulp en ons schild dat is Hij. Voorzanger: Eer aan de vader en de Zoon en de heilige Geest. Allen: Zoals het was in het begin en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen, Amen. Halleluja, halleluja.

Aan het slot heeft de slaap een alknikkebollende kanunnik overmand.

Drie kwartier later, onder het genot van een kopje gebonden preisoep in de refter, zie ik op wie de pater in zijn toespraak doelde met de “jongeren van St. Aloysius die bij ons op bezinning zijn” en aan wie “Uw woord van vertrouwen in de toekomst” moest worden ingefluisterd: een klas ingetogen meisjes. Nee, groepen op retraîte hoeven niet alle drie de dagelijkse diensten bij te wonen. Ze mogen er zelfs altijd wegblijven, want het klooster voegt zich soepel naar de behoeften en bezwaren van deze tijd. Wie het geklepper om zes uur s ochtends voor het Lauden liever bespaard blijft en uitsluitend naar Tongerlo komt voor een cursus iconen-schilderen, is ook van harte welkom.

De pater had bij zijn intreden, twintig jaar geleden, niet het gevoel een offer te moeten brengen: “Ik vond hier mijn geluk in. Het deed een appel op wat ik in mijzelf bespeurde - noem het een roeping.” Aan het kloosterleven zitten bepaald verplichtingen, zoals het schoonmaken van een bepaald gedeelte van de abdij. Maar ook kan de abt besluiten aan een pater, die zich heeft gebonden aan zijn gelofte van gehoorzaamheid, nieuw werk toe te wijzen. Zo werd een paar jaar geleden pater Kees, hoewel hij het liefst naar het buitenland was gezonden, tot zijn verrassing benoemd tot overste van het ontmoetingshuis.

De waardering voor zijn taak om zo'n 3000 jongeren per jaar te ontvangen, is pas van lieverlede gekomen. “Toen ik van de abt deze opdracht kreeg, heb ik geweend. Ik ben eraan begonnen met lood in mijn schoenen. Nu heb ik er voldoening in. Ik heb onvermoede talenten en kwaliteiten in mezelf gevonden. Onlangs heb ik tegen de abt gezegd: Ik ben u dankbaar, want ik word rijker door de dingen die ik moest doen, dan door wat ik wilde doen.”

De abdij van Averbode is te bezoeken op de 'open-deur'-dagen 30 juni en 8 september, van 14.00 tot 16.00 uur, met om het half uur een rondleiding door een gids. Groepen kunnen een rondleiding aanvragen via nummer 00.32.13.77.29.01.

In de abdij van Tongerlo is van 1 mei tot en met 30 september elke zondag een rondleiding vanaf de abdijpoort. Groepen kunnen terecht na afspraak via nummer 00.32.14.54.10.01.

Het Da-Vinci-museum met een getrouwe replica van Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci is open op zondagen (behalve Pasen) van maart tot oktober tussen 13.30 en 16.30 uur en op weekdagen (behalve vrijdag) van juni tot september tussen 13.30 en 16.30 uur. Groepen buiten de openingsuren via bovenstaand nummer.

De abdij van Postel is te bezoeken via Marcel Hannes van de Molse Gidsenkring via nummer 00.32.14.31.45.95. Tijdens de maanden juni, juli, augustus en september vertrekt elke zaterdag om 14.00 uur een begeleide wandeling vanaf de abdijpoort.

Overnachting is mogelijk in de voormalige Cistercienzer priorij Corsendonk in Oud-Turnhout, waar voormalige kloostervertrekken als hotelkamers zijn ingericht. Tel 00.32.14.45.12 Informatie over overige abdijen in Vlaanderen via: Toeristische Federatie Provincie Antwerpen, 00.32.3.216.28.10. Informatie over andere activiteiten in de Kempen: Toerisme Kempen, 00.32.14.43.61.11.