Déconfiture Bremer Vulkan doet denken aan val van RSV

BREMEN, 22 FEBR. Aan de oevers van de Weser in Bremen heeft zich de afgelopen week een drama in de scheepsbouw ontvouwd dat sterke gelijkenis vertoont met het Nederlandse RSV-debâcle begin jaren tachtig. Ook in Duitsland is met behulp van miljardensubsidies een conglomeraat van maritieme bedrijven opgebouwd die gezien de hoge loonkosten, de sterke D-mark, de overcapaciteit in de scheepsnieuwbouw en de concurrentie uit het Verre Oosten waar de grote bulkcarriërs en supertankers veel goedkoper worden gebouwd dan elders, weinig levensvatbaar blijken. Het drama rond het in surséance van betaling verkerende Bremer Vulkan en zijn inmiddels afgezette topman Hennemann, die volgens een aantal Duitse media in obscure achteraflokaaltjes zijn mega-deals bekokstoofde, herinnert sterk aan de Nederlandse situatie indertijd.

In Nederland sprak het ministerie van economische zaken over de toenmalige hoofdrolspelers Verolme, Van der Pols, Goedkoop en Hupkes als “uitzonderlijk ongemakkelijke heren met wie nauwelijks tot overeenstemming viel te komen.” De concentratie van werven die uiteindelijk uitmondde in het door de Nederlandse overheid opgedrongen RSV bleek een miskleun. Evenals bij Bremer Vulkan streefde RSV naar diversificatie van de activiteiten die de situatie van het kernbedrijf (het bouwen van schepen) alleen maar verder verslechterde. En evenals Cornelis Verolme in Nederland verkeek in Duitsland AG Weser, tot 1983 de grote concurrent van Bremer Vulkan, zich volledig op de bouw van supertankers.

Het bedrijf van eigenaar Krupp kon het niet bolwerken tegen de concurrentie uit het Verre Oosten. AG Weser moest sluiten, maar de schade van het ontslag van duizenden werknemers bleef in de regio nog enigszins beperkt omdat Daimler-Benz net besloten had een nieuwe autofabriek in Bremen neer te zetten. Hetgeen niet heeft kunnen verhinderen dat de industriële drama's in de Noordduitse havenstad nu al decennia voor vette koppen in de kranten zorgen.

Het begon al in 1961 met de sluiting van de Borgward-autofabrieken, een bedrijf dat in 1958 nog een omzet van 600 miljoen mark had en evenals Bremer Vulkan 23.000 werknemers telde. Negentien jaar later was het de beurt aan de Deutsche Dampfschiff Gesellschaft, een rederij die op het hoogtepunt 350 schepen telde, maar te lang vasthield aan onrendabele lijndiensten en failliet ging. AG Weser was het derde Bremense industriële mega-drama. Analisten houden er sterk rekening mee Bremer Vulkan de vierde wordt.

Meer dan 5000 schepen heeft Bremer Vulkan in zijn geschiedenis gebouwd. Het bouwde in 1918 de eerste Duitse stoomboot en in 1929 de eerste Duitse tanker. Maar sentimenten en nostalgie kun je niet op de balans zetten. Daarom concentreren de woede en frustraties in Bremen zich op Hennemann, voormalig bestuursvoorzitter en ex-minister in de stadsraad Bremen die precies de politieke wegen wist te bewandelen om de nodige subsidies los te krijgen voor zijn 'Oostzee-visie', die Bremen als maritieme grootmacht weer zou moeten opstoten in de vaart der volken.

Vooral de uitbreiding naar het oosten na Die Wende naar Mecklenburg-Vorpommern, waar Bremer Vulkan inmiddels drie werven bezit, schatte Hennemann als een meesterstukje van zichzelf in. Hoewel de Treuhandanstalt hem niet alle Oostduitse werven wilde verkopen; de bondsrepubliek kreeg er na de eenwording zeven Oostduitse werven en 17.000 werknemers bij.

Het bleek schaatsen op heel dun ijs voor een werf die in 1980 al werd bedreigd met een faillissement omdat de kosten voor de bouw van een cruiseschip voor Hapag Lloyd verkeerd waren berekend. In 1982 moest de stadsraad van Bremen Vulkan redden omdat de bouw van een fregattenprogramma financieel uit de hand was gelopen. Een forse subisidie van de EU van 850 miljoen mark na de Duitse eenwording voor modernisering van een aantal Oostduitse werven hield het wankele bouwwerk weer enige tijd overeind.

Aan de buitenkant ziet Bremer Vulkan er ondanks de moeilijkheden nog indrukwekkend uit. Een orderportefeuille die wordt geschat op 7 miljard mark, een bedrijf met 22.500 werknemers en een omzet in 1995 van vijf miljard. Niettemin is het eigen vermogen geslonken tot 600 miljoen mark op een verlies over 1995 van ongeveer een miljard. Met een overbruggingskrediet van 250 miljoen worden op de hoofdwerf in Bremen-Vegesack twee luxe cruiseschepen voor een Italiaanse rederij afgebouwd die in de boeken zijn opgenomen voor 600 miljoen mark per stuk. Analisten beweren echter dat Bremer Vulkan deze orders onder de marktprijs heeft aangenomen en zich daarmee heeft gestort in verlies-financiering. Zij schatten dat de Italiaanse order Bremer Vulkan 300 miljoen mark gaat kosten. Ook tegen die achtergrond klinkt dezer dagen steeds luider in Bremen het verwijt dat de stad “een historische vergissing heeft gemaakt zijn toekomst te willen bouwen op industrie in plaats van handel”.

    • Marc Serné