De onafhankelijken in Den Haag

Om bij het spraakgebruik van het onderwerp te blijven: even een rondje langs de velden. Want het begon dus allemaal met Jos Staatsen. PvdA-lid, oud-burgemeester, organisatie-adviseur en voorzitter van de sectie betaald voetbal van de KNVB.

Dat laatste niet te verwarren met de amateur-sectie van de KNVB waarvan immers het CDA-Tweede Kamerlid Ad Lansink voorzitter is. Staatsen passeerde bij de verkoop van de voetbal televisierechten André van der Louw, voorzitter van de NOS die zijn partij, de PvdA, in het verleden onder andere diende als voorzitter, burgemeester en minister. Van der Louw hoopte na het voor hem negatieve besluit van de KNVB nog even op de steun van het commissariaat van de media. Het college dat geleid wordt door het voormalig VVD-Tweede Kamerlid Ad Geurtsen en verder nog het voormalig CDA-Kamerlid Helmer Koetje en de voormalige Amsterdamse wethouder Walter Etty als bestuurders kent.

De naam Staatsen viel overigens ook al in verband met de problemen bij het College van toezicht sociale verzekeringen. Zijn bureau BCG werd ingehuurd om orde op zaken te stellen. Opdrachtgever: het bestuur bestaande uit oud-VVD-voorzitter Dian van Leeuwen, oud-PvdA-Kamerlid Gerrit Jan van Otterloo en oud-CDA-staatssecretaris Martin van Rooyen. Het CTSV werd een jaar geleden samen met het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming (Tica) opgericht. Het Tica staat weer onder leiding van het ex-PvdA-Kamerlid Flip Buurmeijer, maar dit terzijde.

Nu de spanning bij het CTSV zo is opgelopen wordt de vraag wel opgeworpen of het College niet meer het karakter van de Algemene Rekenkamer moet krijgen. Dit hoge college van Staat wordt voorgezeten door oud-VVD-staatssecretaris Henk Koning en kent verder nog als lid oud-PvdA-staatssecretaris Saskia Stuiveling. De vacature van de D66'er Maarten Engwirda die onlangs naar de Europese Rekenkamer is vertrokken (niet te verwarren met de Europese Investeringsbank, waar door toedoen van minister Zalm van Financiën vorig jaar het VVD-Kamerlid De Korte werd benoemd) kan worden ingenomen door een CDA'er zo is reeds informeel afgesproken.

De Sociaal Economische Raad zag een jaar geleden af van zijn recht op advies over de bij het CTSV te benoemen bestuursleden. Dit orgaan, waarvan het voorzitterschap binnenkort wordt overgenomen door oud-PvdA-Kamerlid en huidig VNG-hoofddirecteur Klaas de Vries, wilde niet adviseren over benoemingen die toch al beklonken waren. Over benoemingen gesproken. Diezelfde Sociaal Economische Raad krijgt straks afgezien van de voorzitter nog drie nieuwe onafhankelijke kroonleden: ex-VVD-minister Neelie Kroes, ex-VVD Tweede Kamerlid Frank de Grave en ex-CDA-minister Bert de Vries die nu al bestuurservaring opdoet als voorzitter van de Sociale Verzekeringsbank.

Het is een geruststellende gedachte voor de huidige generatie politici. Mochten ze de politiek ooit moeten verlaten dan zijn er nog zeeën van mogelijkheden bij raden, colleges of adviesorganen. Als ze maar onafhankelijk zijn. Onafhankelijk. Van Dale zegt erover: van niemand afhankelijk, aan niemand ondergeschikt of onderworpen, in doen en laten door niemand beperkt. Er zijn talloze oud-politici die voorzien van het predikaat onafhankelijk bestuurs- of adviesfuncties verrichten. Maar zijn ze onafhankelijk of 'onafhankelijk'? De aanhalingstekens drukken een wereld van verschil uit. Het woord heeft dan ook maar al te vaak een bijzondere betekenis. De Sociaal Economische Raad kent bijvoorbeeld vijftien onafhankelijke kroonleden. Onafhankelijk betekent in dit geval dat ze niet uit de organisaties van werkgevers of werknemers voortkomen. Maar iemand maakt pas kans als kroonlid te worden benoemd als hij of zij over de juiste politieke kleur beschikt. Het onafhankelijke deel van de SER is keurig over de politieke hoofdstromingen verdeeld. Echte onafhankelijken maken geen schijn van kans.

Zo is het ook bij het nu in opspraak geraakte College van toezicht sociale verzekeringen CTSV gegaan. Drie bestuursleden, drie politieke stromingen. Nee, zei staatssecretaris Linschoten van sociale zaken deze week in de Tweede Kamer, er zijn voor dat orgaan niet bewust oud-politici aangezocht. “Dat is geen onderdeel van de kwalificatie en de selectieprocedure geweest.” Hij zei het met droge ogen en de Kamer moest het echt van hem aannemen. Nu is het zo dat de wet spreekt over onafhankelijke bestuursleden. Maar er kan toch moeilijk worden aangenomen dat de bij het ministerie van Sociale Zaken gebruikelijke sollicitatieprocedure is gevolgd inclusief het voorkeursbeleid dat bepaalt dat gehandicapten, vrouwen en allochtonen tot de voorkeursgroepen behoren. Sterker nog: voor de drie bestuursfuncties bij het CTSV is niet eens geadverteerd.

Als het om dit soort banen gaat wordt er een groot schimmenspel opgevoerd. Onafhankelijk is maar al te vaak synoniem voor de juiste politieke stroming. Natuurlijk beschikte het onlangs benoemde lid van de Raad van State Jan Vis over de benodigde kwalificaties. Zijn partijlidmaatschap van D66 was echter nog net iets belangrijker want deze partij bleek bij de Raad van State zwaar ondervertegenwoordigd. Het staat nergens maar de ongeschreven regel ook bij de Raad van State is dat alle politieke hoofdstromen al naar gelang hun electorale aanhang erin zijn vertegenwoordigd.

De logische vraag is waar de grens voor politiek gekleurde benoemingen moet liggen. Het aantal 'Kamerbreed' samengestelde colleges heeft inmiddels indrukwekkende vormen aangenomen. Zelfs het bestuur van de Kanselarij der Nederlandse Orden is over de vier grote politieke partijen verdeeld. Ondertussen daalt het aantal partijleden gestaag. In 1960 waren in Nederland nog 745.000 mensen lid van een politieke partij, tegenwoordig zijn het er niet veel meer dan 300.000. Het aantal banen waarbij het partijlidmaatschap een (officieuze) voorwaarde is neemt toe, terwijl de rekruteringsbasis alleen maar versmalt. Dat is vanzelfsprekend in de allereerste plaats een probleem voor de politieke partijen zelf. Nog even en partijen kunnen het one man, one job systeem gaan hanteren. Naarmate er minder leden zijn wordt het behalen van een verkiesbare plaats op een kandidatenlijst steeds eenvoudiger voor het individuele lid. Het is een situatie waaraan weinig valt te doen.

Anders gesteld is het met de organen die getuige het benoemingenbeleid nu nog als semi-politiek worden beschouwd. Daar kan het begrip onafhankelijk echt inhoud krijgen door de oorspronkelijke betekenis aan te houden. Te beginnen bij het CTSV in Zoetermeer.

    • Mark Kranenburg