De eenzame vechters van de Oostenrijkse schrijver Erich Hackl; 'Gruwelen vragen om koude taal'

Een idealist is hij, een mensenverbeteraar en een van de laatste onverbloemd linkse schrijvers in het Duitse taalgebied. De Oostenrijker Erich Hackl is deze in Nederland om aandacht te vragen voor zijn personages, van wie sommigen nog in leven zijn.

Vanavond om 20u leest Erich Hackl voor uit Sara und Símon in het Goethe-Institut, 's Gravendijkwal 50-52, Rotterdam. Moderatie: Gerrit Bussink. Res 010-4365411.

AMSTERDAM, 22 FEBR. De verhalen van de Oostenrijkse schrijver Erich Hackl kun je amper fictie noemen. Ze zijn gebaseerd op ware gebeurtenissen en Hackl houdt zich strikt aan de feiten. Zelfs de namen van zijn personages heeft hij niet vervalst. Aurora Rodríquez, Sidonie Adlersburg, Sara Mendez en haar zoontje Símon, zij hebben echt bestaan. Hackl vernoemde zijn boeken naar hen, bij wijze van hommage.

Auroras Anlass, zijn eersteling, gaat over een Spaanse feministe die in het begin van deze eeuw haar dochter doodschoot omdat het meisje verliefd werd. Aurora's dochter als toekomstige huisvrouw en moeder? De moeder moet daar niet aan denken, zij heeft haar dochter immers opgevoed om vrij te zijn! Van Hackls tweede verhaal, Abschied von Sidonie (Afscheid van Sidonie, 1989), zijn in het Duitse taalgebied inmiddels meer dan honderdduizend exemplaren verkocht en de eerste regels kent haast elke Oostenrijkse scholier uit het hoofd: 'Op de achttiende augustus van het jaar 1933 ontdekte de portier van het ziekenhuis van Steyr een slapend kind. Naast de zuigeling, die in lompen was gewikkeld, lag een stuk papier waarop in een onhandig handschrift stond: Ik heet Sidonie Adlersburg en ben geboren op de weg naar Altheim. Ouders gezocht.'

Sidonie, een donkerogig zigeunermeisje, wordt geadopteerd door een arbeidersechtpaar dat haar warmte en geborgenheid biedt maar toch niet kan verhinderen dat de nazi's haar in 1943 naar Auschwitz deporteren. Sara und Símon, het nieuwste verhaal van Erich Hackl, is eveneens geconstrueerd als een vondelingengeschiedenis. De Uruguyaanse Sara Mendez vlucht in 1973 naar buurland Argentinië, waar ze haar twintig dagen oude baby Símon moet achterlaten omdat de geheime dienst haar op een nacht van haar bed licht. Na jaren van eenzame opsluiting en martelingen gaat Sara haar zoontje zoeken. De ondertitel van Sara und Símon luidt: 'Eine endlose Geschichte'. Het verhaal is immers nog niet afgelopen: op 21 februari 1996, deelt Erich Hackl mee, heeft Sara haar Símon nog steeds niet gevonden.

Hackl ondersteunt de feiten met zijn literaire taal, een taal die afstandelijk is en toch indringend. Dat er achter de façade van koele zelfbeheersing een grote emotionaliteit schuilgaat, merk je als lezer meteen. “Een verteller die erg verhit is móet wel een koude taal hanteren, anders wordt de hitte ondraaglijk”, legt de 41-jarige schrijver uit in zijn Amsterdamse hotel. “Mijn verhaalstof is zo extreem dat ik omwille van de geloofwaardigheid uiterst terughoudend moet zijn. Bovendien schrijf ik meestal over vrouwen, die zijn vaak heldinnen en slachtoffers tegelijk, en daarbij kan ik natuurlijk niet doen alsof ik zelf een vrouw ben. Strenge distantie is dan wel zo discreet.”

In zijn verhalen toont Hackl geen medelijden - maar de belangstelling voor zijn figuren, stuk voor stuk eenzame vechters tegen gewelddadige politieke machten, lijkt zeer oprecht. Hackls stijl doet denken aan de kroniek-achtige vertellingen van Heinrich von Kleist, en de inhoud aan die van DDR-schrijfster Anna Seghers, die tot haar laatste snik in het socialisme geloofde. Tegendraads, want niet erg in de mode, is Hackls linksigheid zeker, maar op de vraag of hij zichzelf als een revolutionair beschouwt schrikt hij toch wel even. “Revolutionair? In deze tijd en op dit continent klinkt dat woord een beetje gek. Maar één ding valt niet te ontkennen: ik schrijf over mensen die idealen hebben waar ik ook zelf in geloof. U kent 'm wel, die trits van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en meer rechtvaardigheid.”

Hij slikt, kucht, schraapt z'n keel: “Natuurlijk zou ik met mijn boeken de wereld willen veranderen, maar ik weet best dat dat niet kan. Wel probeer ik de mentaliteit die reeds bij de lezer aanwezig is te versterken. Ik las laatst in een bespreking dat ik de verschrikkingen van de hedendaagse wereld beschrijf. Een verbazingwekkende zin. Die verschrikkingen, daar schrijven al zovelen over, daarvoor hoef je niet speciaal bij mij te wezen. Mijn kracht is juist dat ik over mensen vertel die niet voor niets hebben geleefd.”

Sommige critici noemen Erich Hackl een schoolmeester. Hijzelf echter ergert zich aan die kritiek. “Sinds de val van de Muur heerst er in de Duitse media, dus ook onder recensenten, een fel anti-linkse houding. Dat zeg ik vaak tegen mezelf, bij wijze van troost, nadat men mij weer eens tot mikpunt van haat en spot heeft gemaakt. Toch raken dergelijke denigrerende opmerkingen mij diep. Je zwoegt jarenlang op zo'n verhaal, je rechtvaardigt je bestaan op aarde alleen door dat werk. En ik heb sterk het gevoel dat ik mijn personages in bescherming moet nemen.”

Net als Uruguay in Sara und Símon heeft ook Hackls heimat Oostenrijk een dictatuur gekend, en het land ligt nog volop in de clinch met zijn eigen verleden: “Over het kwaad en het beetje goeds dat wij onder Hitler hebben gedaan wordt bij ons feller gediscussieerd dan in Duitsland. Het positieve daarvan is dat we die discussie openlijk voeren. Anderzijds wil een groot deel van de bevolking niets meer over de holocaust horen. Een paar dagen geleden zei een politica uit Stiermarken nog dat we onze jongeren niet met die geschiedenis van vijftig jaar geleden mogen opzadelen. Het curieuze is dat diegenen die zich met het verleden bezighouden ook met de toekomst bezig zijn, terwijl zij die roepen dat het nu eens uit moet zijn met dat gewroet in de geschiedenis nog helemaal in het verleden leven.”

Zijn jeugd bracht Erich Hackl door in het industriestadje Steyr. “Ik was blij dat ik uit dat kleinburgerlijke nest weg kon komen. Maar ik had mijn hielen nog niet gelicht of ik begon me al razend te interesseren voor de sociale geschiedenis van Steyr, voor die zaak-Sidonie, die zich vlak bij Steyr heeft afgespeeld.” Het zoeken naar de feiten bij zijn verhalen is niet moeilijk, verzekert Hackl: “Anderen spelen mij informatie toe; Sidonie's halfbroer bijvoorbeeld heeft me enorm geholpen. Hij wilde dat ik over haar schreef.”

Problematisch vindt de schrijver het dat hij zo weinig slechte dingen over zijn hoofdpersonen weet te melden. “Het wordt me vaak verweten dat zij zo volmaakt zijn. Bij mijn onderzoekingen doe ik m'n uiterste best iets negatiefs te vinden, maar m'n inspanningen leveren lang niet altijd iets op. Je hebt nu eenmaal ook goeie mensen, daar kan ìk niks aan doen, ik moet me aan de waarheid houden.” Waarom? “Als ik me niet aan de feiten houd kunnen de mensen hun schouders ophalen en zeggen: och, het is maar een verhaaltje, dat heeft-ie allemaal uit z'n duim gezogen. Maar als elk detail precies klopt, als ook de namen kloppen, dan kan men niet om mijn verhalen heen.”

    • Anneriek de Jong