Daklozen succesvol met verkoop Straatkrant

ROTTERDAM, 22 FEBR. De Rotterdamse Straatkrant is een van de snelst groeiende bladen van Nederland. De oplage - vijfduizend op Koninginnedag vorig jaar - is inmiddels gegroeid naar veertigduizend. Het aantal verkopers steeg van 15 naar 120. En elke week komen er vijf nieuwe venters bij.

Op de tweehonderd meter van Rotterdam Centraal Station naar de Pauluskerk is het niet ongewoon twee tot vier straatkrantventers aan te treffen. “De straatkrant, voor u, voor mij, voor iedereen”, zingt een dakloze op het stationsplein de forensen toe.

De dichtheid aan venters in het Rotterdamse centrum wordt wat te hoog, erkent initiatiefnemer pater J. van Duijnhoven. Hij heeft daarom besloten venters naar de winkelcentra rond Rotterdam te rijden. Een busje blijft de hele dag in de buurt als distributiepunt.

Het systeem van de straatkrant, een Amerikaanse uitvinding, is eenvoudig. Verkopers, herkenbaar aan een pasje, kunnen elke dag in de Pauluskerk straatkranten kopen voor een gulden per stuk en ze daarna uitventen voor twee gulden. Het verschil is voor de verkoper. In Rotterdam hebben ze de bedelaars vrijwel uit het straatbeeld verdreven. Ook Utrecht en Amsterdam hebben daklozenkranten.

De inhoud varieert van junkie-poezië en leed van de straat tot artikelen over tehuizen voor zwerfjongeren of opvanghuizen voor aidspatiënten. In de laatste nummers verschuift het accent naar algemene Rotterdamse onderwerpen. “De krant heeft met daklozen te maken, maar moet ook voor het gewone publiek interessant zijn. Daartussen is het soms schipperen”, aldus Van Duijnhoven.

De pater ziet het uitventen van straatkranten niet als een vorm van gelegitimeerd bedelen. “In de verkopersgroep zitten maar een paar mensen die vroeger bedelden, het gros is gewoon dakloos. De Straatkrant geeft ze een mogelijkheid om geld te verdienen en weer met de normale maatschappij in contact te komen. Voor sommigen is het een katalysator. Ze gaan zich beter kleden, zoeken een huis, proberen af te kicken. Een paar verkopers hebben er een krantenwijk bijgenomen.”

De volgende stap is een strakkere controle. Een enkele verkoper schaft in de Pauluskerk stapels straatkranten aan en verkoopt die aan andere daklozen met een kwartje winst. Van Duijnhoven: “We hebben twee verkoopleiders, die controleren of de verkopers wel een pasje hebben. Maar het beste is als ze elkaar controleren. Illegale verkopers stoten hun tenslotte het brood uit de mond.”