CDA in Amerika

Van anderen vond je het altijd maar belachelijk en kinderachtig op de lagere school, maar zelf deed je er soms toch ook aan mee: de beschermende arm rond je proefwerk als je buur weer probeerde om gratis een tien te halen. Spieken. Heldendaad en zwaktebod tegelijk. De eerste echte confrontatie met het menselijk tekort.

Leraren waren er altijd fel op, wat tot hilarische welles-nietes wedstrijden kon leiden. 'Ik dee niks!', verzekerde de underdog in het bankje steevast doodonschuldig. 'Je krijgt een nul, ik heb het wel gezien,' riep de arme onderwijsgevende dan vertwijfeld, wetende dat hij er zojuist weer een probleem bijgekregen had voor de eerstvolgende ouderavond. Had hij nu toch maar een baan in de echte wereld genomen, in plaats van in dat vermaledijde onderwijs.

Het zou niet geholpen hebben, want in die echte buitenwereld gaat het zo mogelijk nog kinderachtiger, maar tegelijkertijd ook venijniger toe, dan op school. Neem nu de nieuwe wetgeving voor telecommunicatie. Die wil, op hoog Europees bevel nog wel, dat communicatienetwerken niet tegen afluisteren beveiligd worden. Dat is nodig in de strijd tegen de georganiseerde misdaad, zegt men. Het zou wat worden als schurken ongestoord met elkaar konden overleggen!

Alsof ze dat niet allang kunnen. Alsof een beetje schurk, en zeker die razend slimme, steenrijke, uitstekend georganiseerde misdaad, zich door die aftapperij zou laten storen. Natuurlijk, je kunt wachten totdat ze op een open telefoonlijn de loonlijst gaan doornemen, of elkaar een faxje sturen met tijd en plaats van de voorgenomen bankoverval, maar zo vang je alleen domme schurken. Als dat zoden aan de dijk zet, dan zijn de boeven minder georganiseerd en dommer dan wordt voorgespiegeld, en moet je ze ook zonder al dat afluisteren kunnen pakken. Zijn ze werkelijk zo slim als wordt gezegd, dan kun je afluisteren tot je een ons weegt zonder iets wijzer te worden. Dan is afluisterbaarheid dus nutteloos. In beide gevallen is de eis van afluisterbaarheid een ongewenste en onverdedigbare inbreuk op ieders privacy.

Het werkelijk bedreigende van dit soort voorstellen is dat ze weer een stap zijn in de richting van een overheid die niet in dienst staat van zijn gulle werkgever, de bevolking, maar er lijnrecht tegenover. Van een overheid die de bevolking in beginsel wantrouwt, iedereen a priori beschouwt als potentiële misdadiger, een zootje waar je maar beter preventief greep op kunt houden. In plaats van de normale, beschaafde omgang met elkaar, wordt de ontsporing tot uitgangspunt, norm en richtsnoer. De normale burger heeft het nakijken, en moet zich indentificeren, laten controleren en inspecteren, tot in zijn privéconversatie toe. De overheid gluurt bij de buren, benepener en op een grotere schaal dan in Staphorst, nu een verlichte gemeente, zelfs in de duisterste tijden voor mogelijk zou zijn gehouden. Die houding van ministers, politici en opperdienders, gecombineerd met de bij opsporingsinstanties en andere overheidsdiensten populaire gedachte dat zij zelf uit overwegingen van opportuniteit uiteraard niet of nauwelijks aan controle van buitenaf mogen worden onderworpen, roept een spookbeeld op met dezelfde nare trekken die het spook dat Marx in 1848 signaleerde later bleek te ontwikkelen. Het kan daarbij geen kwaad te bedenken dat niet alleen de Nederlandse overheid door gebrek aan controle niet dóór, maar juist óp die overheid, ontspoorde en in de drugshandel verzeilde die zij juist beweerde te bestrijden, maar ook dat onder dekking van bijvoorbeeld de Engelse Official Secrets Act of de onaantastbare geheimhoudingscultuur rond de Amerikaanse CIA en NSA (hun BVD) vele malen meer mensen opzettelijk zijn verminkt of omgebracht, onschatbaar veel meer van onschuldige mensen is geroofd dan door het complete mondiale boevengilde.

Over Amerika gesproken, daar zijn ze alweer een stapje verder, en hebben ze zojuist hun eigen CDA uitgevonden: de Communications Decency Act, die geacht wordt pornografie, vuile praat en bedreigingen van telefoon- en datanetten te weren. De verontwaardiging erover is groot, omdat ook deze wet gezien wordt als een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. Dat is de wet ook. Of kan hij in elk geval zijn, in handen van mensen die anderen de mond willen snoeren, een soort waaraan in dat land geen gebrek lijkt te zijn. Gek genoeg ruiste er bij alle protesten de afgelopen week ook een zucht van verlichting over het internet: de wet bleek een stuk vager dan men gedacht had, er bleek veel vervolgd te kúnnen worden, maar het hóefde allemaal niet, en de rechter moest nog maar gaan uitmaken hoe het zat.

Maar is dat reden tot opluchting? Integendeel, een vage wet rond een rekbaar begrip als decency, fatsoen, is veel gevaarlijker dan een duidelijke. Nu zal het er vanaf hangen hoe de toevallige politieke en religieuze winden waaien, met alle onverkwikkelijke toestanden van dien.

Maar let op, er is nog een derde ontwikkeling gaande, die het sluitstuk vormt van wat welhaast een gecoördineerde actie van overheden lijkt. Alweer bijten de Verenigde Staten de spits af. Mede op instigatie van de NSA tracht men daar tot een verplichting te komen tot key escrow. Dat houdt in dat eenieder die vertrouwelijke informatie in versleutelde op een computer heeft staan, de sleutel bij de overheid in bewaring dient te geven. Dat is voor een bedrijf het equivalent van het op het gemeentehuis inleveren van de sleutel van het kantoor van de directeur, de kluis van de boekhouder en die van het safeloket en het nachtkastje van de eigenaar. Clipper II heet het plan inmiddels, en aan de II is te zien dat het niet zonder slag of stoot gaat. Maar als het erdoor komt, let dan op minister Jorritsma. Binnen een jaar staat ze met hetzelfde idee in de kamer.