Belgische staat heeft schulden; Visbedrijven leggen beslag op 24 schilderijen

BRUSSEL, 22 FEBR. Twaalf Brugse visbedrijven hebben beslag laten leggen op 24 schilderijen van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel. De meeste schilderijen, die eigendom zijn van de Belgische staat, bevinden zich in het depot van het museum. Twee werken, van David van der Plas, hangen in het kabinet van premier Dehaene en één hangt in het gebouw van de Senaat.

Met de inbeslagname willen de visverkopers, verenigd in de Groepering der Visnijverheden, druk uitoefenen op de Belgische staat om 35 miljoen frank (1,9 miljoen gulden) aan onrechtmatige geïnde keuringsrechten terug te betalen. De in beslag genomen schilderijen zijn minder bekende werken, verklaarde vanmorgen desgevraagd de hoofdconservator van het Brusselse museum, Eliane De Wilde. Het gaat onder andere om schilderijen van Frans Snijders, Albert Klomp, Ambrosius Francken en Jan Gossaert. “De schilderijen vertegenwoordigen feitelijk geen waarde omdat ze niet verkocht mogen worden”, aldus de conservator. Ze verwacht dat de Belgische staat het gevorderde bedrag zal uitbetalen en dat de schilderijen blijven waar ze zijn.

Het is volgens De Wilde inmiddels de vierde keer in twee jaar tijd dat beslag wordt gelegd op schilderijen die eigendom zijn van de Belgische staat. Een wijziging van het Belgische beslagrecht, die in 1994 werd doorgevoerd, stelt particuliere schuldeisers in staat beslag te laten leggen op overheidsgoederen om op die manier betaling af te dwingen. Schilderijen blijken favoriet voor zo'n 'gijzeling'. “Door schilderijen in beslag te nemen, wordt psychologische druk uitgeoefend”, aldus De Wilde. Voor haar museum is het vooral lastig. “Het betekent enkel tijdverlies. We moeten een rondgang maken met de deurwaarder door verschillende opslagplaatsen, brieven versturen en een advocaat inschakelen.”

Eind 1994 werd voor de eerste keer beslag gelegd op schilderijen in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, door gedupeerden van de begin jaren zeventig doorgevoerde nationaliseringen in Zaïre. De 'slachtoffers van het Zaïrizeringsbeleid' wilden zo schadeloosstelling afdwingen van de staat voor het verlies van hun eigendommen in de voormalige Belgische kolonie. Het ging toen om elf waardevolle schilderijen van onder andere Jeroen Bosch, Peter Paul Rubens en Hans Memling, waarvan de gezamenlijke waarde ver uitsteeg boven de ruim 600 miljoen Belgische frank (33 miljoen gulden) die van de Belgische staat werd geëist. De inbeslagname werd na een jaar opgeheven.

De twaalf Brugse visbedrijven die deze week beslag lieten leggen op schilderijen, voeren al tien jaar een juridische gevecht met de Belgische staat om 35 miljoen frank terug te vorderen. De Belgische overheid heeft elf jaar lang keuringsrechten geheven op vis die werd ingevoerd uit lidstaten van de Europese Unie. Dit was echter in strijd met Europese regelgeving. Na een rondgang langs diverse gerechtelijke instanties, werden de visverkopers een jaar geleden in het gelijk gesteld door het Brusselse hof van beroep, dat oordeelde dat de staat de vissers 35 miljoen frank moest terugbetalen. Toen deze betaling werd uitgesteld, besloten de visbedrijven gebruik te maken van het nieuwe artikel in het beslagrecht. De bedoeling was aanvankelijk beslag te laten leggen op drie Breughels, maar dat ging niet omdat deze schilderijen worden tentoongesteld.