Afstoting van beenmerg bij schijnbaar identieke donor en ontvanger

Bij beenmergtransplantaties komen vaak acute afstotingsreacties voor, zelfs als de donor en de ontvanger nauw verwant zijn. Men probeert die afstotingsreacties te voorkomen door van te voren te kijken naar de human leukocyt-antigenen op de witte bloedcellen, het zogenoemde HLA-complex. Bij een HLA-identieke donor en ontvanger spreekt men van een 'perfecte match'. Zoals gezegd komen er ook in dat geval nog afstotingsreacties voor: in 20% tot zelfs meer dan 60% van de gevallen (bij een niet verwante donor en ontvanger). Onderzoekers van de Leidse universiteit hebben nu onderzocht hoe men de kans op een dergelijke afstotingsreactie beter kan voorspellen (New England Journal of Medicine, 1 feb.)

De belangrijkste transplantatie-antigenen worden gecodeerd door een groep nauw gekoppelde genen, die samen het major histocompatibility complex worden genoemd. Bij de mens coderen deze genen voor het reeds genoemde HLA-complex. De HLA-antigenen in de wand van witte bloedcellen moeten vreemde eiwitten vangen om die vervolgens aan de afweercellen af te leveren. Een afwijkend HLA-antigeen in een donorweefsel wordt door het afweersysteem van de ontvanger meteen opgemerkt en dat leidt onherroepelijk tot een afstotingsreactie van het transplantaat. Daarom is het 'matchen' van het HLA-complex essentieel, maar daarmee is het probleem nog niet opgelost. Er zijn ook nog allerlei andere moleculen die een afstotingsreactie uitlokken. De rol van deze minor histocompatibiliteits-antigenen is nu verder onderzocht.

De Leidse onderzoekers keken bij 148 ontvangers van een beenmergtransplantaat en bij hun donoren of er verschillen in minor histocompatibiliteitsantigenen te vinden waren. Van te voren waren er 5 verschillende minor histocompatibiliteitsantigenen geïdentificeerd: HA-1 tot en met HA-5. Het bleek dat een verschil in het minor histocompatibiliteitsantigeen HA-1 bij een overigens HLA-identieke ontvanger en donor in alle gevallen tot een ernstige afstotingsreactie leidde. HA-1 lijkt dus veruit de belangrijkste van de minor histocompatibiliteitsantigenen. De Leidenaren adviseren voortaan bij een selectie ook te 'matchen' op HA-1, omdat daardoor de kans op succesvolle transplantatie sterk wordt verhoogd.