24-Game maakt felle rekenaartjes

In de Verenigde Staten is het hoofdrekenspel een ware rage, maar op de Prins Constantijnschool in Leeuwarden niet minder. Zelfs de buitenwereld moet het weten. Op het raam van meester Trommels lokaal, waar groep zeven/acht zit, is met grote letters de naam van het nieuwe hoofdrekenspel '24 Game' geplakt. Daarnaast staat Chee-tos, het slimme leeuwtje dat blijkbaar zoveel heeft gehoofdrekend dat hij er een professorenbaret aan over heeft gehouden.

Nog voordat het spel op school werd geïntroduceerd kenden de kinderen de cijferflippo's al uit de zakjes chips. 'Vooral in de Hamka's zitten ze', weet Priscilla. 'Ja', vult Fokje aan, 'maar ze zitten ook bij de Wokkels en de Bugles.' Meester Trommel had die kleine flippootjes wel gezien, maar zich niet gerealiseerd dat het spel dat hij toegestuurd heeft gekregen door het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum (CPS) flink gesponsored wordt door zoutjesfabrikant Smith. Ook de provinciale finale in Leeuwarden waar drie van zijn beste leerlingen volgende maand meedingen naar een plaatsje in de landelijke eindronde, kon alleen georganiseerd worden met financiële steun van de chipsproducent.

'Wat moet ik er nu weer van vinden dat Smith de sponsor is van dit hoofdrekenspel', verzucht meester Trommel en hij pijnigt even zijn geweten. Maar hij kan geen goede reden vinden waarom het niet zou mogen. 'Als ik het materiaal niet gratis toegestuurd had gekregen was ik nooit met dit spel begonnen', luidt zijn conclusie. Het CPS is overspoeld met aanvragen van basisscholen die mee willen doen aan de landelijke hoofdrekencompetitie. Meer dan duizend scholen gaven zich op. Uiteindelijk moest er geloot worden.

Ook meester Trommel is helemaal in de ban van het 24 Game geraakt, en heeft zijn leerlingen meegesleurd. Zevendegroeper Fokje verdenkt hem er zelfs van dat hij eraan verslaafd is. 'Maar het werkt ook als een trein', verdedigt Trommel de rage die hij op school ontketend heeft.

Het 24-spel bestaat uit vierkante kartonnetjes met elk vier cijfers onder de tien. De kinderen moeten door een combinatie van optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met deze vier cijfers tot het getal 24 komen. Staan er op een kaartje de cijfers zeven, vijf, vier en acht, dan kan een eenvoudige oplossing zijn: vier plus zeven is elf, elf plus acht is negentien, negentien plus vijf is vierentwintig.

Maar er zijn meerdere oplossingen denkbaar en de grap is dat de kinderen snel en handig leren omgaan met alle bewerkingen. Niet alleen uit het hoofd, maar ook vooral ook mét het hoofd. En dat is een belangrijke doelstelling van het moderne, realistische reken-wiskundeonderwijs, zo legt professor A. Treffers van het Freudenthal Instituut uit.

Het instituut riep overigens al twintig jaar geleden dat je met dit soort spelletjes een hoop kunt bereiken. Volgens de professor zijn er drie redenen om het hoofdrekenen aan te prijzen. 'Ten eerste bestaat het overgrote deel van het rekenwerk in het leven van alledag uit hoofdrekenen en schattend rekenen. Hoofdrekenen heeft dus praktische waarde. Ten tweede heeft hoofdrekenen een persoonlijke waarde omdat handige manieren van rekenen aansluiten bij de informele werkwijzen die kinderen vaak volgen. Ten derde voegt hoofdrekenen een nieuwe dimensie toe aan het rekenen. Namelijk die van het nietmechanische, inzichtelijke, flexibele, probleemgerichte opereren binnen het getalsysteem.'

Iedere basisschool kon vierentwintig kartonnen kaartjes krijgen die aan beide zijden bedrukt zijn met een andere cijfercombinatie. Meester Trommel merkte dat de kinderen steeds sneller tot een oplossing kwamen, vooral de langzame rekenaars. 'Sommigen hoeven haast niet meer te denken, in één oogopslag zien ze de combinaties.' Neem achtstegroeper Vinod die volgens Trommel beslist niet tot de sterkste rekenaars van de klas behoort. De drie andere kinderen waarmee hij het spel speelt krijgen nauwelijks een kans. Bijna hoorbaar laat hij zijn hersentjes kraken. Wordt er een nieuw kaartje opgelegd, dan slaat Vinod meteen met zijn hand erop en uit zijn mond rollen razendsnel de berekeningen die steevast eindigen op 24. Met gepaste trots neemt hij de protesten van zijn medespelers in ontvangst die vinden dat hij veel te snel is.

Toen de voorgedrukte cijferkaartjes langzamerhand bekend werden onder de kinderen, kwamen ze zelf tot de ontdekking dat er nog veel meer cijfercombinaties mogelijk zijn die op 24 uitkomen. Meester Trommel maakte er tussen de bedrijven door een heus hoofdrekenproject van. Binnen de kortste keren hadden de leerlingen er eigenhandig zo'n 125 kaartjes met nieuwe cijfercombinaties bij gefabriceerd. Die moesten ze natuurlijk wel eerst uitproberen. En dat bracht de klas weer op een systematische aanpak van deze rekenkundige zoektocht. Ze lieten de computer alle getallen onder de tienduizend uitdraaien en elke dag wordt er een aantal nieuwe viertcijferige combinaties uitgeprobeerd. Alle getallen waar een nul in voorkomt zijn al doorgestreept en ook de dubbelingen zijn zo veel mogelijk verwijderd, want zo ontdekten de kinderen al snel: 8635 geeft geen andere combinatie- mogelijkheden dan 3586 of 6853. Het bord staat al vol, sommige getallen zijn doorgestreept. 'Die doen het niet', legt Fokje uit.

Ook vandaag worden er weer een paar getallen uitgeprobeerd. Meester Trommel staat met een krijtje in de aanslag voor het bord, een van de leerlingen buigt zich over de getallenlijst. 9656, roept hij door het lokaal. Meteen gaan er vingers omhoog. 'Negen keer zes is vierenvijftig', klinkt het helder, 'vijf keer zes is dertig en vierenvijftig min dertig is vierentwintig.'

Heel wat meer gepeins roept het getal 9655 op. Voorzichtig gaan vingers omhoog, maar na een paar vruchteloze pogingen stopt het. 'Kan niet', luidt het eensluidende oordeel en meester Trommel zet een schuine streep door het getal. Ook laat hij de kinderen wel eens terugrekenen van 24 naar een viercijferig getal. Of hij vraagt ze zelf medespelers te zoeken voor een partijtje 24-en. 'Dat was een beetje zielig voor de beste van de klas, want niemand wilde met hem spelen. Meestal is hij haantje de voorste, nu werd hij buitengesloten'.

Trommel verbaast zich erover hoezeer het wedstrijdelement bijdraagt aan het goede resultaat dat de meeste kinderen bereiken. 'Leerlingen die normaal niet zo meedoen, zijn nu heel fel. Op sommige kinderen heb ik door dit spel een hele andere kijk gekregen. Je ziet ineens iets bij ze flitsen. Door al dat oefenen zijn ze een heel eind ingelopen.'

Na de kampioenschappen is de rage weer afgelopen, denkt Trommel. Maar dat geeft niet. Volgend jaar haalt hij de kaartjes weer voor een nieuwe lichting uit de kast.

    • Michaja Langelaan