Zittende Kamerleden krijgen geen lintje

DEN HAAG, 21 FEBR. Zittende Kamerleden krijgen niet langer een koninklijke onderscheiding. Zij komen pas in aanmerking voor een een lintje nadat ze hun Kamerlidmaatschap hebben beëindigd. Hiertoe heeft het kabinet besloten op voorstel van minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken).

De beslissing volgt op de patstelling die vorig jaar tussen Kamer en kabinet was ontstaan over de toekenning van lintjes aan Kamerleden. De Kamer verlangde van het kabinet dat volksvertegenwoordigers met de invoering van het nieuwe decoratiestelsel, net als andere Nederlanders, pas een lintje krijgen als zij 'bijzondere verdiensten' hebben. Het kabinet wilde daarentegen geen inhoudelijke beoordeling van volksvertegenwoordigers omdat dit zou leiden tot een politisering van het decoratiestelsel.

De Tweede Kamer accepteert deze aanpassing. Tweede-Kamerlid Apostolou (PvdA), die namens een meerderheid van de Kamer afwilde van het automatisme ziet de regeling als “een kleine tegemoetkoming”. Scheltema (D66) spreekt van “een goede oplossing” omdat de wijziging tegemoet komt aan de wens van haar fractie decoraties pas te verlenen na beëindiging van het Kamerlidmaatschap.

De toekenning van lintjes aan volksvertegenwoordigers komt nu overeen met die van ministers en staatssecretarissen. Voor hen gold al langer dat zij pas in aanmerking komen voor een koninklijke onderscheiding nadat ze zijn afgetreden. Overigens handhaaft het kabinet het automatisme: volksvertegenwoordigers komen na tien jaar in aanmerking voor een onderscheiding; ministers en staatssectarissen na één jaar. De PvdA'er Apostolou blijft alsnog proberen dit automatisme ongedaan te maken.