Verdwaalde apestreken

De Boefjes (The Little Rascals). Regie: Penelope Spheeris. Met: Travis Tedford, Bug Hall, Brittany Ashton Holmes, Kevin Jamal Woods.

Het aardige van The Little Rascals, de in de comedy-fabriek van Hal Roach geproduceerde filmpjes uit de jaren twintig en dertig, was het weldadige gebrek aan sentiment. De dreumessen gedroegen zich net als de grote komieken uit die tijd; het ging er, in de effecten en de intrige, soms hard aan toe en geen mens die eraan dacht om het vervolgens weer allemaal goed te maken. Heel wat van hun scripts werden dan ook geschreven door H.M. Walker, dezelfde die ook veel van de hardhandige dialogen voor Laurel & Hardy afleverde.

En nu is er een verfilming op vierkleurig bioscoopformaat, overigens al in 1994 geproduceerd, die hier in een stijfjes nagesynchroniseerde versie wordt uitgebracht als De Boefjes. Diverse gags van zestig jaar geleden keren onveranderd terug in het nieuwe script - zoals de zeepbellen uit de mond van het zingende jongetje dat per ongeluk een glas water met zeepsop heeft leeggedronken. Ook het uitgangspunt is gelijk gebleven: een groep kinderen die apestreken uithalen in een wereld waarin bijna geen volwassenen wonen.

Maar die wereld is intussen radicaal veranderd, en het is de vraag of kinderen van nu nog iets kunnen herkennen van de Bugsy Malone-aankleding en de slapstick-stijl van deze mollige kleintjes in hun zonovergoten niemandsland. Onbegrijpelijk is in elk geval de archaïsche grotemensentaal die de boefjes spreken. “Vergeef me mijn directheid, juffrouw”, zeggen ze bijvoorbeeld. En onvergeeflijk vind ik het, dat regisseur Spheeris er toch een vertederend bedoelde laag zoetigheid over heeft uitgesmeerd, en een lievige vriendschap-overwint- alles-moraal. Dat daarbij de puntige muziekjes van LeRoy Shields plaats moesten maken voor muziekstroop (en het hier totaal misplaatste 'Short People' van Randy Newman), maakt het allemaal des te zoutelozer.