Toenemende nervositeit over rentestijging

AMSTERDAM, 21 FEBR. Nadat de vorige week werd geconstateerd dat de Nederlandse geldmarkt er rustig bij lag, nam de afgelopen dagen de nervositeit weer toe. De aanleiding hiervoor was de rentestijging op de Nederlandse kapitaalmarkt, tot bijna 6,5 procent hedenochtend. Dit is een forse toename in vergelijking tot de stand van 6,0 procent waarmee 1996 opende. Een oorzaak van de rentestijging kan zijn dat de markten de overtuiging hebben verloren dat de Bundesbank nogmaals het disconto zal verlagen, nu zowel een aanzienlijke groei van de Duitse geldhoeveelheid in januari wordt verwacht als een aantrekkende economie in de loop van het jaar. Naar het zich laat aanzien zal het conjuncturele herstel echter matig zijn en blijft de inflatie laag; een 'rentehobbel' kan derhalve niet worden uitgesloten. Menigeen zal echter de rentestijging in 1994 door het hoofd schieten, die aanvankelijk als een hobbeltje werd afgedaan maar uiteindelijk lang aanhield en veel geld heeft gekost.

De rentestijging op de kapitaalmarkt werkte de afgelopen week duidelijk door in de geldmarkt, ook in de korte looptijden. De driemaandsrente nam toe met 13 basispunten tot 3,18 procent en het twaalfmaandstarief liep zelfs 22 basispunten op, tot 3,40 procent. De daggeldmarkt lag er hierbij vergeleken, met een rente rond de 3,13 procent, rustig bij. Dit geldt ook voor de verkorte balans (de weekstaat) per 19 februari van De Nederlandsche Bank. De belangrijkste verandering betrof de betaling door de schatkist van per saldo 5 miljard gulden, voor onder andere aflossingen en rentebetalingen op staatsschuld. Hoewel ook betalingen aan het rijk zijn gedaan, namelijk de storting op al in januari toegewezen DTC's (Dutch Treasury Certificates), is de bodem van de schatkist thans bereikt en moet het rijk korte middelen uit de geldmarkt aantrekken. Om de geldmarktverruimende betalingen van het rijk van de afgelopen week te compenseren was de omvang van de kasreserve opgehoogd met ruim 4,2 miljard gulden, voor de periode van 15 februari tot het einde van de maand. Maar blijkbaar achtte DNB het vorige week toch nodig om de banken tegemoet te komen met liquiditeit in de vorm van speciale beleningen, getuige de ophoging van deze post met ruim een half miljard gulden. Dat dit mogelijk wat te veel was, blijkt uit de afname van het gebruik van de voorschotten in rekening-courant, met 1,3 miljard gulden. Hierdoor kon de besparing op het toegestane beroep op het contingent fors toenemen van 1,9 procent vorige week tot 3,7 procent deze week, nadat 35,2 procent van de driemaandsperiode is verstreken. Met de speciale belening die vandaag ingaat, groot 1,7 miljard gulden en met een looptijd tot het eind van de maand, zijn de banken dan ook wat minder ruimhartig bedeeld.

Bron: Economisch Bureau ING Groep