'Televisiemakers hebben weinig te eisen'; Betrokkenen hekelen te grote invloed van tv

De meeste voetballers, trainers en scheidsrechters staan vooral door de hoge financiële opbrengsten positief tegenover de plannen voor een sportkanaal. Maar de invloed van de tv-makers mag niet te groot worden. “Iedereen praat over het show-aspect, maar het voetbal moet voorop staan”, zegt Van der Ende.

ROTTERDAM, 21 FEBR. Wat er straks gaat veranderen met de voetbal-uitzendingen weet nog niet niemand. Dat er wat gaat veranderen, is alle betrokkenen wel duidelijk. “Ze zullen zeker geen tweede Studio Sport gaan maken”, realiseert Feyenoorder Peter Bosz, lid van de Centrale Spelers Raad, zich. “Natuurlijk vragen de spelers zich af wat er gaat komen. Ik ben er persoonlijk niet bang voor. De KNVB zal de vinger wel aan de pols houden.”

Bosz maakte enkele jaren geleden in dienst van de Franse voetbalclub Toulon al een andere benadering van de tv-makers mee. “Daar bleef de kleedkamer na afloop precies één minuut dicht en daarna kwamen de camera's binnen. Dat was in het begin een hele gekke gewaarwording. Je doet uitspraken waar je later spijt van hebt. Maar op den duur wen je er aan. Ik heb er veel van geleerd. Bij terugkeer in Nederland had ik daardoor een voorsprong op andere spelers.”

De trainers zullen vooralsnog meteen na een wedstrijd geen pottenkijkers dulden in hun kleedkamer. “Ik ben daar de baas”, zegt Hans Westerhof, trainer van FC Groningen. “Dat kleine beetje privacy wil ik niet kwijt. Er valt op dat gebied ook niets te eisen door de televisie.” Collega Azing Griever van eerste divisie-koploper Emmen: “Ik begrijp best dat zo'n camera in de kleedkamer prachtige beelden kan opnemen, maar het is niet verstandig om dat toe te laten. Wie weet wat er na een hectische wedstrijd allemaal zal worden gezegd.”

Een microfoon in zijn dug-out vindt Griever ook geen goed idee. “Dat moet ik niet, hoor. Ik ben te emotioneel bij een wedstrijd betrokken en heb mezelf niet altijd in de hand als ik iets schreeuw. Laten de mensen nou maar lekker naar het voetbal kijken.”

Scheidsrechter Mario van der Ende zou het eveneens weigeren om met een microfoon en zender in zijn borstzak in het veld rond te lopen. In het verleden deden arbiters als Leo Horn en Frans Derks dat wel een keer. Het zorgde destijds voor vermakelijke teksten. “Er wordt soms taal gebezigd die niet voor de huiskamer bestemd is”, verklaart Van der Ende zijn bezwaar. “Bovendien leidt het af. Als de mensen willen weten wat er in het veld wordt gezegd, dan moeten ze maar leren liplezen.”

Spartaan Edward Metgod, de speler met de meeste wedstrijden in het betaald voetbal, zou het niet prettig vinden als er een microfoon in zijn doel zou hangen. “Het is nu goed geregeld. Er staat een toeter achter de goal en je hoort veel. Het is ook geen probleem als de kijkers mij een keer flink horen vloeken. Maar het wordt anders als je negentig minuten lang precies kan volgen wat een keeper roept.”

Alle ondervraagden hebben er geen bezwaar tegen als spelers in de rust en meteen na het eindsignaal op het veld om een reactie worden gevraagd. Dat gebeurt tegenwoordig al tijdens de voetbalreportages op SuperSport. Als zo'n interviewtje maar niet te lang duurt, luidt de mening. Griever: “Je moet wel aan je sponsor denken. Zijn naam is groot in beeld als er iets aan zo'n speler wordt gevraagd. Wat dat betreft kunnen we nog veel leren van wielrenners. Die doen dat perfect na een wedstrijd.”

Het voetbal op tv mag, vinden ze, straks niet een grote media-show worden. Het instellen van time-outs, zodat er tijdens de wedstrijden ruimte is voor reclameboodschappen, zou al veel te ver gaan. Azing Griever spreekt klare taal: “Dat zou het voetbal verkrachten. Zo'n time-out werkt misschien wel bij het volleybal en basketbal. Dan heb je maar met vijf of zes spelers te maken. Maar wat moet ik met een time-out met elf man om me heen? Ik kan dan hoogstens twee kreten roepen. Nou, dat ik kan ik ook vanaf de kant. We moeten wel normaal blijven doen.”

“Ik hoop niet dat ze gaan proberen het ei opnieuw uit te vinden”, zegt Peter Bosz met betrekking tot de posities van de camera's. In Frankrijk maakte hij mee dat ze onder meer ter hoogte van de strafschopgebieden stonden opgesteld en dat, net zoals bij het schaatsen, er één via een rails naast het veld met het spel meebewoog. “Dat was heel vermoeiend om naar te kijken. Ik vond het niets.” De Feyenoorder is voorstander van meer statistieken op het scherm tijdens een wedstrijd. Een wens van Van der Ende: “Een deskundige co-presentator bij wedstrijden vind ik prettig. Ik geniet op SuperSport van Wim Kieft.”

Ook moeten op het nieuwe sportnet zoals nu bij de NOS het geval is, negatieve aspecten binnen de lijnen aan de kaak worden gesteld. Een geval van natrappen of slaan dat door de arbiter niet is gezien, behoort toch duidelijk in beeld te komen. “Het is het lot van een scheidsrechter dat zoiets gebeurt”, aldus Van der Ende. “Het hoort erbij. Het zou niet erg geloofwaardig overkomen als het publiek in het stadion een elleboogstoot heeft gezien en de kranten er de volgende dag over schrijven en het niet in beeld is geweest.” Metgod: “Het zou lekker zijn, zeg, als zulke zaken eruit zouden worden gehaald. Dat zou wel erg naïef zijn.”

Bosz was dit seizoen betrokken bij een kwestie die op grond van tv-beelden aanhangig werd gemaakt. De middenvelder zou Nico-Jan Hoogma van FC Twente opzettelijk met zijn arm te hebben geraakt. “Ik hoop dat men kritisch blijft”, zegt Bosz. “Ik heb er nu alleen moeite mee dat ze de ene overtreding wel laten zien en de andere niet. Ik heb acties gehad waarvan ik dacht: die kunnen mij weleens een schorsing opleveren. Maar dan lieten ze het 's avonds niet eens zien. Waarom het ene moment wel en het andere niet?”

Westerhof zou graag zien dat straks nog vaker tv-beelden worden gebruikt om spelers te straffen. “Het algemeen belang gaat voor”, vindt de Groningen-trainer. “Het moet duidelijk zijn dat een klap of een elleboogstoot niet kan worden getolereerd. Dus dergelijke excessen moeten desnoods met behulp van de televisie aan de kaak worden gesteld.”

Tot slot, het stadionbezoek. De ondervraagden zijn niet bang dat de tv-kijkers straks worden overvoerd met voetbal en daarom zelf niet meer naar de wedstrijden zullen komen. “Wie daar bang voor is, is zelf nog nooit in een stadion geweest. Er zit een enorm verschil tussen live bij een wedstrijd aanwezig zijn of hem op een zo'n kastje zien”, aldus Westerhof. Hij zou het logisch vinden als de clubs met behulp van de tv- of sponsorgelden er naar zouden streven de prijs van hun toegangskaarten zo gunstig mogelijk te maken.

Metgod verwacht ook niet dat fans niet meer naar hun eigen club zullen gaan kijken als ze tegelijkertijd een doodgewone andere wedstrijd op televisie kunnen zien. “Misschien zullen ze wel voor een verre uitwedstrijd minder makkelijk in hun auto stappen”, stelt de Sparta-keeper. “Natuurlijk moet er niet te veel voetbal op tv komen. Maar je mag toch verwachten dat de KNVB en de 36 clubvoorzitters daar op zullen letten.”