Serviërs praten over hun boycot van IFOR; Hereniging Mostar door incidenten verstoord

SARAJEVO, 21 FEBR. Ernstige incidenten in Mostar, een dreigende exodus van Bosnische Serviërs uit Sarajevo en de Servische boycot van de vredesmacht IFOR hebben gisteren het vredesproces in Bosnië parten gespeeld.

Het 'parlement' van de Bosnische Serviërs praat vandaag over een mogelijke hervatting van de contacten met de vredesmacht IFOR.

In Mostar is het gisteren, de dag waarop in deze verdeelde stad na jaren weer de volledige bewegingvrijheid van de 57.000 ingesloten moslims moest worden hersteld, tot incidenten gekomen, kort nadat de Bosnische Kroaten hun wegvesperringen rond de moslimwijk hadden opgeheven. De Bosnisch-Kroatische politie controleerde weliswaar - in strijd met de afspraken - de papieren van de inwoners die de bestandslijn passeerden, maar aanvankelijk leek de hereniging van de stad toch soepel te verlopen. Enkele honderden moslims passeerden de bestandslijn. Na een half uur deed zich echter een incident voor toen een auto met drie jonge moslims door twee Kroaten werd gesneden. De moslims reden tegen een boom, voelden zich bedreigd en trachtten rennend te ontkomen. Een van hen werd echter door Kroatische omstanders gegrepen en mishandeld. Een Kroaat trok een wapen en schoot twee keer in de lucht.

Het incident was voor Kroatische omstanders aanleiding hun ongenoegen over de opening van de grens kenbaar te maken. Een Kroaat met een Hitler-masker bracht de nazi-groet en riep: “Fascisme is goed!”. Dezelfde man verbrandde even later portretten van de EU-bestuurder van Mostar, Hans Koschnick. Rond honderd Kroatische carnavalvierders betuigden luidruchtig hun instemming met die actie.

Gisteren hadden in Mostar ook de gezamenlijke moslim-Kroatische politiepatrouilles van start moeten gaan. Dat deden ze uiteindelijk met een vertraging van drie uur, veroorzaakt door het verlate opdagen van de Kroatische politiemannen. Uiteindelijk werden politie-eenheden van zeven man elk gevormd. Elke patrouille bestaat uit een politieman uit Kroatië, een uit Sarajevo, een uit Kroatisch- en een uit moslim-Mostar, twee politiemannen van de Westeuropese Unie en een tolk.

Ondanks beloften in Rome, zondag, om hun boycot van de contacten met de vredesmacht IFOR te staken, volharden de Bosnische Serviërs nog steeds in die boycot. De tweede man van hun strijdkrachten, generaal Zdravko Tihomir, die maandag verstek liet gaan bij een bijeenkomst van de gezamenlijke militaire commissie, sprak gisteren in Pale wel met de IFOR-generaal Walker, maar de Bosnische Serviërs lieten weten dat het om een eenmalig contact ging, bedoeld om IFOR duidelijk te maken dat ze het contact zullen blijven schuwen tot de twee hoge Bosnisch-Servische officieren, die onlangs op verdenking van oorlogsmisdaden werden gearresteerd, zijn vrijgelaten.

Het 'parlement' van de Bosnische Serviërs beslist vandaag of de boycot wordt voortgezet. Dan zal blijken hoe sterk de oppositie tegen het beleid van 'president' Radovan Karadzic is. Karadzic - die algemeen wordt beschouwd als de man die bevel heeft gegeven tot de breuk in de contacten met IFOR - werd gisteren in eigen kring gehekeld. De oppositionele socialistische partij (in de 'Servische Republiek' in Bosnië) beschuldigde hem van woordbreuk, omdat de 'premier' van de Bosnische Serviërs zondag in Rome heeft beloofd weer aan de onderhandelingstafel te gaan zitten.

IFOR blijft ondanks deze tegenslagen optimistisch. De vredesmacht liet weten te hopen dat de Bosnische Serviërs zich vandaag in Tuzla melden bij een nieuwe bijeenkomst van de gezamenlijke militaire commissie. De boycot door de Bosnische Serviërs en de problemen die de Bosnische Kroaten in Mostar opwerpen waren gisteren voor de Amerikaanse president Clinton aanleiding alle partijen nogmaals te vragen zich aan de afspraken van het vredesproces te houden.

In de Servische wijken van Sarajevo kwam het gisteren niet tot de massale exodus van Servische inwoners waartoe de leiders van de 'Servische Republiek' in Bosnië hadden opgeroepen. De VN schatten dat sinds de ondertekening van het vredesakkoord - dat voorziet in het herstel van het gezag van de Bosnische regering in de Servische wijken - 15- tot 20.000 Serviërs de voorsteden van Sarajevo zijn ontvlucht en dat er nu nog 50.000 Bosnische Serviërs in de wijken wonen. De 'regering' van de Bosnische Serviërs heeft hen opgeroepen te vluchten, omdat ze onder het gezag van de Bosnische regering niet veilig zouden zijn. Enkele duizenden Serviërs verzamelden zich gisteren in de voorstad Vogosca. Maar ze konden niet weg omdat er te weinig bussen beschikbaar waren en omdat de benzine voor de wel klaarstaande bussen ontbrak.

De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR beschuldigde de leiders van de Bosnische Serviërs gisteren van “een campagne van manipulatie” onder de inwoners van de Servische wijken. Volgens UNHCR-woordvoerder Janowski trachten de Servische leiders “een angstpsychose” te kweken om de inwoners van de Servische wijken ertoe te brengen de wijk te nemen.

De Joegoslavische regering heeft bij het parlement in Belgrado een voorstel ingediend om amnestie te verlenen aan diegenen die in Servië en Montenegro de dienstplicht hebben ontdoken door naar het buitenland te vluchten. Naar schatting 200.000 Servische jongeren hebben sinds het begin van de oorlog in ex-Joegoslavië in juni 1991 de wijk genomen naar het buitenland om te voorkomen als militair naar fronten in Kroatië en Bosnië te worden gestuurd. Belgrado wil amnestie verlenen aan allen die dat hebben gedaan tot 14 december vorig jaar, de dag waarop het vredesakkoord van Dayton in Parijs werd getekend. (Reuter, AP, AFP)