Saddam is taaier dan zijn vijanden hopen

Zes maanden geleden bracht de Iraakse luitenant-generaal Hussein Kamel Hassan zijn schoonvader Saddam Hussein een zware slag toe door samen met zijn gezin naar Jordanië te vluchten. Het overlopen van de grote man achter het Iraakse bewapeningsprogramma werd wijd en zijd gezien als een teken dat de Iraakse president nu zelfs in zijn intiemste familiekring, zijn laatste bastion, steun verloor. Was het dan toch eindelijk met Saddam afgelopen?

Gisteren keerden Hussein Kamel Hassan en de zijnen naar Irak terug. Opnieuw is Saddam taaier gebleken dan zijn vijanden hopen. “En eens te meer kan men concluderen dat de Irakezen zeker weten dat de tijd in hun voordeel werkt en gerechtigheid aan hun kant is. Ze zullen nooit worden ontmoedigd door het gebruik van de media en psychologische oorlogvoering”, onderstreepte een commentator van het officiële Iraakse persbureau INA profetisch.

Tegelijk werden onderhandelingen tussen Irak en de Verenigde Naties over tenuitvoerlegging van de zogeheten olie-voor-voedsel resolutie van de Veiligheidsraad vooralsnog zonder resultaat afgesloten. De politiek was nu aan zet, verklaarden de onderhandelaars. De politiek: dat wil zeggen Saddam en de secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, met de Veiligheidsraad als waakhond op de achtergrond. Maar of Saddam nu de voorwaarden van de VN zal aanvaarden waaronder hij een beperkte hoeveelheid olie mag exporteren en voedsel en medicijnen kopen? Het is volledig onvoorspelbaar. De onderhandelingen begonnen twee weken geleden temidden van aanzienlijk optimisme, omdat Saddam in een penibele situatie werd geacht: toenemende nood onder zijn bevolking als gevolg van de handelssancties en geen uitzicht op intrekking daarvan sinds Hussein Kamel een schat van verborgen informatie over de Iraakse bewapeningsprogramma's verried.

Maar de terugkeer van Hussein Kamel is in feite een van diverse recente ontwikkelingen die in Saddams voordeel zijn of die hij in zijn voordeel kan uitleggen: Zijn vriend Jevgeni Primakov werd benoemd als minister van buitenlandse zaken in Rusland;

In Frankrijk gingen opnieuw stemmen op voor geleidelijke intrekking van de handelssancties tegen Irak;

Syrië, in 1990-'91 lid van de anti-Iraakse coalitie, toonde zich bereid over een normalisering van de sinds jaar en dag gespannen relaties met Irak te praten, onder druk van de Turkse waterpolitiek (het afknijpen van het Eufraatwater) en om zijn positie te versterken in het vredesproces met Israel;

Libië leverde volgens Arabische bronnen steun aan Irak door Iraakse staatsburgers als gastarbeiders in te huren in plaats van migranten uit andere Arabische landen die vorig jaar massaal zijn uitgewezen en

Egyptische industriëlen kondigden het bezoek van een delegatie aan die eind deze maand in Bagdad komt praten over hervatting van de handel.

Rusland en Frankrijk, die beide miljardenvorderingen op Bagdad hebben, ijverden al geruime tijd voor opheffing dan wel versoepeling van de sancties tegen Irak. Het overlopen van Hussein Kamel onderbrak wat een harde strijd leek te worden tussen deze landen enerzijds en de VS en Groot-Brittannië anderzijds, bondgenoten tégen Irak in 1990-91.

Vorige maand ging voor het eerst met instemming van de regering in Parijs een delegatie van Franse parlementariërs naar Bagdad. Oud-minister van buitenlandse zaken Jean-Bernard Raimond, die de delegatie leidde en Saddam ontmoette, drong later aan op geleidelijke intrekking van de sancties. Hij suggereerde dat Frankrijk als eerste stap zijn deelneming aan de geallieerde vluchten boven Zuid-Irak zou beëindigen.

Ook diende Frankrijk, zei hij, al het mogelijk te doen om te verhinderen dat Washington politieke en juridische barrières zou opwerpen tegen versoepeling van de sancties. Het zou immers treurig zijn “als de Amerikanen op een dag zouden beslissen het hele embargo op te heffen. We zouden dan al onze troeven verliezen ten gunste van de Amerikanen”.

De Iraakse regering heeft op die vrees ingespeeld door de Franse oliemaatschappijen Total en Elf Aquitaine aantrekkelijke contracten aan te bieden voor de ontwikkeling van olievelden. Met beide ondernemingen is een principe-overeenkomst bereikt die uitvoerbaar is na opheffing van de sancties. Met Rusland is begin deze maand op dezelfde basis een overeenkomst getekend voor de uitvoering van een reeks projecten ter waarde van - volgens Iraakse bronnen - 10 miljard dollar.

De benoeming van Primakov als minister, begin vorige maand, heeft onder sommige Amerikaanse waarnemers vrees gewekt voor een onafhankelijke Russische koers ten aanzien van de kwestie-Irak. Heeft Primakov niet tijdens de Golfcrisis als afgezant van de toenmalige president Gorbatsjov geprobeerd het geallieerde offensief tegen Irak te verijdelen?

In de tussentijd heeft Saddam Hussein zich als een democratisch hervormer opgeworpen. Na het referendum van oktober, waarin de Iraakse bevolking zich als één man voor herbenoeming van Saddam mocht uitspreken, volgen op 24 maart parlementsverkiezingen. Speciaal voor de gelegenheid is de communistische partij heropgericht, op marxistisch-leninistische basis en “in overeenstemming met het pluralisme, de democratisering en het respect voor politieke vrijheden afgekondigd door de revolutionaire ideeën van president Saddam Hussein, leider van het volk”. Voorts is besloten ter bevordering van “een democratische atmosfeer” niet langer oren van misdadigers af te snijden. Er worden ook geen handen meer geamputeerd. Volgens de in Londen verschijnende krant Al-Quds al-Arabi wordt ballingen “die niet voor vijandige groepen hebben gewerkt” gevraagd naar huis terug te keren om aan een eventuele coalitieregering deel te nemen.

Generaal Hussein Kamel Hassan, die als ex-onderdeel van Saddams onderdrukkingsapparaat geen warm onthaal kreeg onder de Iraakse oppositie, vond onder die omstandigheden een terugkeer naar Irak “normaal”. Hij kon zichzelf “niet tegenhouden”. Saddam brandmerkte hem in augustus nog als een “judas” maar verleende hem amnestie: “De mars van Groot Irak is groter dan alle valse aspiraties en groter dan verraders en degenen die fouten maken.” Een democraat toont zich grootmoedig. Voor Hussein Kamel moet het niettemin een ongemakkelijke wetenschap zijn dat Irak zijn verraders doorgaans met de dood straft. Saddams woordvoerder vice-premier Tareq Aziz zei twee weken geleden nog: “Zijn vlucht is waarschijnlijk het beste dat hij in zijn leven heeft gedaan.”

    • Carolien Roelants