Ruven filmt moorddrama in mistig Amsterdam

Sur place. Regie: Paul Ruven. Met: Katerina Golubewa, Rodney Beddall, Timon Moll, Sarunas Bartas. In: Amsterdam, Rialto; Utrecht, 't Hoogt.

De voormalige 'minimal-moviemaker' Paul Ruven (37) is even veelzijdig als onberekenbaar. Groter artistieke verschillen dan tussen de vier speelfilms die hij de afgelopen anderhalf jaar maakte, zijn moeilijk denkbaar. Het televisiedrama Paradise Framed was een onbegrijpelijke parabel over aids. De collagefilm Gemengde berichten maakte indruk als geëngageerde tragikomedie, maar werd verramsjt op het televisiescherm. Filmpje! met Paul de Leeuw lokte met pure ongein een miljoen mensen naar de bioscoop. En nu is er Sur place, een naar vorm en inhoud streng melodrama waarvoor Ruven weloverwogen leentjebuur speelde bij de haute culture van de cinema.

Op het Film Festival Rotterdam, waar Sur place in première ging, vertelde Ruven dat hij een ode had willen brengen aan twee minimalistische films die eind jaren zeventig 'een verpletterende indruk' op hem maakten, News from Home van Chantal Akerman en Le camion van Marguerite Duras. In dat kader koos hij voor een minimum aan camera-instellingen (25), voor statische, bijna stilstaande shots (het filmische equivalent van het 'sur place'-rijden van wielrenners), en voor twee voices-over die in muzikale Franse (!) volzinnen de dialoogloze beelden van commentaar voorzien.

In het begin is dat allemaal wennen. Niet alleen omdat het tempo laag ligt en je nog geen idee hebt waar de regisseur naar toe wil, maar ook omdat je het gevoel krijgt dat je zit te kijken naar een parodie op een Franse kunstfilm à la Niterink en Ederveen - te meer daar Sur place ook nog eens gesitueerd is in de Amsterdamse Pijp, een wijk waar Marguerite Duras zich nooit zou vertonen. Pas als na tien minuten nog steeds geen hilarische momenten zijn opgetreden, geef je je over aan de verwarrende plot en het visuele ritme van Ruven.

Sur place vertelt het verhaal van een ex-Joegoslavische vrouw (Katerina Golubewa, ook acterend in de films van haar man, de Litouwer Sarunas Bartas) die door een vrachtwagen gedropt wordt in een winkelruimte in de Pijp, met alleen een deken om zich in te hullen. Waarom ze daar zit, wordt langzaam duidelijk; ze blijkt ongewild het middelpunt van een web van liefde, moord, bloed, oorlog en bloedwraak.

Actie ontbreekt in Sur place, maar er is genoeg om de kijker te boeien. Er zijn opnames van een mistige, groezelige Pijp; er is het expressieve gezicht van Golubewa, met haar enigmatische glimlach, haar blauwe ogen en haar ongecultiveerde schoonheid; er is melancholieke muziek, van Hennie Vrienten; en er zijn poëtische, soms geestige teksten van weemoed en verlangen: “Toen hij om haar paspoort vroeg, klonk dat als 'ik hou van jou'.” - “Dat klinkt pathetisch.” - “Ze was pathetisch. Pathetisch verliefd.”

Sommige mensen zullen zich misschien ergeren aan het gekunstelde, het opgelegd romantische van Sur place. Mij deerde het niet. Ik zag een gracieuze, hypnotiserende film waar ik best nog een keer naar toe zou willen.