Regering-Juppé wil Europese munt in 1999

PARIJS, 21 FEBR. De regering in Parijs wil er alles aan doen om te zorgen dat Frankrijk in 1999 als lid van de kopgroep kan deelnemen aan de laatste fase van de economische en monetaire unie. Dat is een politieke noodzaak voor Europa, en goed voor de werkgelegenheid in Frankrijk.

Met dat bijna hartstochtelijke pleidooi heeft premier Alain Juppé gisteren getracht de sceptici in zijn eigen centrum-rechtse coalitie te overtuigen van de noodzaak op te houden de EMU de schuld te geven van alle problemen waar Frankrijk op het ogenblik mee kampt. Het debat in de Assemblée Nationale viel samen met de publikatie van een document waarin president Chirac de Franse doelstellingen vastlegt voor de Intergouvernementele conferentie (IGC) die eind maart in Turijn begint.

In de regerings-bijdrage aan het parlementair debat en in het (waarschijnlijk niet toevallig) uitgelekte stuk is een heronderhandeling van het Verdrag van Maastricht op het gebied van de EMU van de hand gewezen. Europa en werkgelegenheid gaan samen, aldus Juppé, het tegendeel te denken is een groot misverstand.

“Frankrijk is in 1999 zo ver en zal aan de criteria van Maastricht voldoen”, verzekerde Alain Juppé. De EMU is in zijn ogen primair een politiek project dat de huidige verbrokkeling van Europa moet tegengaan. Zeker wanneer de Europese Unie wordt uitgebreid met lidstaten in het oosten, bestaat behoefte aan dit nieuwe, samenbindende element.

Uit de Kamerbanken kwamen diverse matigende geluiden. Oud-president Giscard d'Estaing, die al maanden vraagt om een duidelijke pro-Europese stellingname van de regering, waarschuwde deze keer tegen 'de fundamentalisten van de Maastricht-criteria'. Volgens hem lijken zij op de doktoren van Molière. “Onder het voorwendsel beter te willen genezen brengen zij de gemeenschappelijke munt om zeep door een overdosis aan criteria”.

Ook oud-minister van begrotingszaken onder premier Balladur, Nicolas Sarkozy, en de centrist en coalitiegenoot Pierre Méhaignerie drongen aan op een niet-dogmatische benadering van de convergentie-criteria.

Assemblée-voorzitter Philippe Séguin, immer genoemd als mogelijke aflossing van de impopulaire premier Juppé, had het debat georganiseerd zonder dat er een procedurele noodzaak voor was. De regering maakte van de gelegenheid gebruik om de kritiek uit eigen kring te dempen. Séguin, verklaard euro-scepticus, sprak zich dit keer niet uit. Ook de socialistische oppositie hield zich op de vlakte, terwijl de communisten hun antipathie herhaalden.

    • Marc Chavannes