Parijs wil van Nederland harder beleid tegen drugs

PARIJS, 21 FEBR. Diplomatie lijkt soms op een barometer die altijd op Mooi Weer staat. “Er is geen sprake van tegenstellingen tussen Parijs en Den Haag”, is de officiële lijn in Parijs. Maar in hoge Franse regeringskringen laat men er geen misverstand over bestaan: Nederland moet zijn wetgeving èn zijn vervolgingsbeleid op het gebied van hard en soft drugs aanpassen. Anders kan het Verdrag van Schengen niet voor honderd procent worden toegepast.

De Franse regering houdt rekening met wat parlementariërs berichten uit hun kiesdistricten: als Frankrijk de negatieve gevolgen van Nederlands tolerante drugspolitiek moet blijven verdragen zal het enthousiasme voor Europese samenwerking sterk worden aangetast. De vrije productie van cannabis in Nederland wordt als 'schokkend' ervaren, maar dat is niet het enige.

De voor 7 maart voorziene drugs-topconferentie in Den Haag gaat niet door. Premier Kok en president Chirac hebben het vorige week aan de telefoon in gemoede vastgesteld. Kok en Chirac begrijpen elkaar uitstekend, verzekert men in Parijs, “maar in een samenwerkings-relatie zeg je niet uitsluitend aardige dingen - de praktische samenwerking wordt steeds beter, maar over de fundamenten verschillen we van mening”. De voortgang op justitie- en politiegebied sinds het bezoek van Kok en Van Mierlo aan het Elysée (26 oktober) heeft niet weggenomen dat - in Franse ogen - “we het principieel oneens zijn”. Frankrijk stoort zich nog steeds aan de coffeeshops: “We weten heel goed dat daar, ondanks het verbod, hard drugs worden verkocht zonder dat men vervolgd wordt.”

Ook het controleren van de drugs die via de haven van Rotterdam Europa binnenstromen kan beter. Daarover bestaat kennelijk geen verschil van mening. En is Frankrijks hofleverancier dan niet Marokko? Dat kan zijn, maar in veel gevallen loopt ook dat via Nederland, is het prompte antwoord in Parijs. Bovendien: “Wie heroïne neemt in Frankrijk krijgt problemen met de justitie. Dat is het verschil.”

Parijs dringt aan op harmonisatie van de Europese regelgeving èn aanpak terzake van drugs. Betekent dat dat Nederland zich geheel aan de Franse opvattingen moet aanpassen, of ziet Frankrijk ook redenen wat water in de wijn te doen? Het antwoord is ambivalent. “Men moet ons niet zeggen: we willen meer Europa en tegelijk met dít soort beleid doorgaan. Dan bederf je de identiteit van Europa. Over de Nederlandse drugsnota spreken wij ons niet uit, wij willen ons niet mengen in de interne aangelegenheden van Nederland. Opinie-onderzoek wijst overigens uit dat meer dan tachtig procent van de Nederlanders ook tegen de vrije verkoop van drugs is. Het is kennelijk een kwestie van politieke doctrine die dwars zit. Liberalisering à la Schengen? Prima, maar niet op deze manier.”

    • Marc Chavannes