Ondergang Vulkan is ramp voor zwakke regio Bremen

BONN, 21 FEBR. Met haar nu nog 22.500 werknemers is de vrij plotseling in doodsnood geraakte Bremer Vulkan Verbund AG een van de belangrijkste kurken waarop de economisch toch al zwakke stad-staat Bremen/Bremerhafen totnutoe dreef. Alleen in deze Hanzestad werken al 8.700 mensen bij Vulkan. Bij sluiting van de Vulkan-scheepswerven zou het werkloosheidspercentage in Bremen van 15 nu tot liefst 20 stijgen. Dat dan nog ongeacht de gevolgen voor toeleveranciers. In die zin is het Vulkan-debâcle een vuurproef voor de grote coalitie van CDU en SPD die sinds een half jaar de gammele Bremense boedel nieuw leven probeert in te blazen.

Net als Daimler-Benz is het traditionele scheepsbouwbedrijf in een paar jaar tijd met hulp van banken en het stadsbestuur van Bremen “grootgekocht” in een soort aanhoudende vlucht vooruit. In het Oostduitse Mecklenburg-Vorpommern werden met drie miljard mark steun van het Treuhand-instituut vier qua personeel overbezette en qua marktpositie noodlijdende DDR-scheepswerven overgenomen. Maar, ondanks alle optimisme over verwachte “synergie-effectien”, echt homogeen-rendabel werd het Vulkan-conglomeraat niet. En net als bij Daimler-Benz is de financiële rampspoed die daarvan het gevolg was pas heel laat algemeen bekend geworden, dan wel pas laat openlijk toegegeven. Vooral dankzij de zwaar verliesgevende deelnemingen in machinefabrieken stegen de schulden bij banken tot een bedrag van 1,4 miljard mark, zoals de voorzitter van de raad van commissarissen, Hero Brahms (“Vulkan heeft zijn toekomst in het verleden verspeeld”), afgelopen weekeinde bekendmaakte.

Net als bij Daimler-Benz speelden bij het “gemengde concern” Vulkan de dure D-mark en de hoge Duitse produktiekosten een rol voor de nu gebleken neergang. Enorme, vaak door staatssubsidies vervalste concurrentie op de scheepsbouwmarkt, die Japan en Zuid-Korea met relatief eenvoudige tankers en bulkgoed-schepen voor 60 procent beheersen, maakten de zaken nog moeilijker.

Bovendien verschenen in de afgelopen jaren lage-lonenlanden als China en Polen als kapers op de kust. Poolse werven haalden bij voorbeeld in de eerste drie kwartalen van 1995 aan opdrachten een wereldaandeel van 7,3 procent binnen en verdrongen daarmee de Duitse scheepsbouw (6,2 procent) naar de vierde plaats.

In april vorig jaar wist de toenmalige Vulkan-chef Friedrich Hennemann nog te melden dat over 1994 een winst van 57 miljoen mark was gemaakt en dat de schulden bij de banken van 900 tot 600 miljoen waren teruggebracht. Afgelopen zomer volgde een correctie: over het voorafgaande jaar was eigenlijk 27,4 miljoen verlies gemaakt en bovendien was een direct krediet van 300 miljoen mark nodig om aan de lopende verplichtingen (salarissen bij voorbeeld) te kunnen voldoen. Namens Hennemann werd toen nog, in antwoord op kritische vragen over de kwaliteit van het management en tekortschietende interne controles, meegedeeld dat er geen sprake was van een existentiële crisis of van acute liquiditeitsproblemen. De groep kredietverlenende banken deed mee aan deze bezweringsoperatie door te spreken van “een probleempje” dat met het krediet van 300 miljoen verholpen was. Niettemin raakte de stemming achter de schermen, bij het stadsbestuur van Bremen en bij de banken, nerveus; Hennemann moest beloven op te stappen. Toen hij dat midden november deed moest hij toegeven dat het verlies over 1994 nu nader op 200 miljoen mark moest worden bepaald. Hennemanns opvolger Udo Wagner zou - dat was nog een ongemak - pas 1 februari van ABB naar Vulkan kunnen komen.

Inmiddels was duidelijk dat het Vulkan-concern van de hand in de tand leefde en het ene gat nog niet met een bankkrediet had gestopt of het volgende was aan de beurt. Over 1995 wordt nu een verlies van 1 miljard mark verwacht.

Leveranciers werden wantrouwend, zó wantrouwend dat zij soms niet meer wilden leveren, waardoor al bijna afgebouwde schepen niet naar de opdrachtgevers konden. Tot overmaat van ramp bleek de concernleiding bovendien stimuleringskredieten van 850 miljoen, die de Europese Commissie had verstrekt voor de sanering van overgenomen Oostduitse werven, in feite elders te hebben gebruikt om gaten te dichten. Zodat niet alleen de regering in Bonn maar ook de EU bezorgd naar Bremen kijkt. Want als “Brussel” niet streng blijft jegens dat onjuiste gebruik van subsidies dreigen straks meer noodlijdende Europese scheepsbouwers op de stoep te staan. Ironische bijkomstigheid: Duitsland staat in de EU steeds pal tegen subsidiëring van bedrijven die eigenlijk geen echte kans meer hebben op de internationale markt. Tweede ironische bijkomstigheid: voorzitter Hero Brahms van de raad van commissarissen becijferde zondag een bedrag van 750 miljoen mark als noodzakelijk minimum voor de modernisering van de overgenomen Oostduitse werven.

In zijn grootgekochte vorm kent de Vulkan Verbund AG nu vier divisies: 1) scheepsbouw en scheepsreparatie (10.904 banen, omzet 2,62 miljard, Bremen, Lübeck, Bremerhafen, Wismar, Stralsund); 2) elektronica, maritieme- en systeemtechniek (5.429 banen, omzet 1,87 miljard, STN Atlas, Essen/Bremen); 3) machines en fabrieksinstallaties (6.556 banen, omzet 0,87 miljard, Rostock, Mönchengladbach, Bremen en Eberswalde) en 4) deelnemingen in staalhandels-, verzekerings-, computer- alsook industriële engineeringbedrijven (611 banen, 0,66 miljard omzet, Hamburg, Bremen, Essen en Karlsruhe). Tot eind 1995 nam Vulkan voor 50 procent deel in de DSR-Senator Lines (Bremen en Rostock), maar die aandelen moesten worden verkocht aan een nieuw consortium dat de stad-staat Bremen en de Commerzbank financieren.

    • J.M. Bik