'Hou die dunne darm eens even opzij'

De succesvolste dramaserie op de Amerikaanse televisie is de laatste tijd ER, wat staat voor Emergency Room, de Eerste Hulppost van een ziekenhuis in Chicago. Er kijken veertig miljoen Amerikanen naar en de serie - geproduceerd door Steven Spielberg - kreeg acht Emmy Awards. Sinds kort zendt de AVRO het programma op vrijdagavond uit met tamelijk gunstige kijkcijfers: 700.000 kijkers die het hoge waarderingscijfer van 7,5 geven.

De serie wordt algemeen geprezen om haar grote authenticiteit, wat te danken zou zijn aan de inbreng van medische experts. De bedenker en producer van ER is Michael Crichton (schrijver van o.a. Jurassic Park en Disclosure), een gewezen medisch student. Ook in het begeleidende team zijn artsen opgenomen.

Wat bepaalt de authenticiteit?

Véél medisch jargon, moeten de scenarioschrijvers gedacht hebben. De kijker doet er dan ook goed aan een geneeskundig woordenboek onder handbereik te houden, want anders ontgaat hem de essentie van hele lappen van dialogen. Ik neem u even mee naar de teambespreking na afloop van een operatie. De artsen zitten nogal te vitten op één collega.

“U defibrilleerde niet?”

“Hij leek stabiel.”

“Hypotensie en pijn op de borst.”

“De pijn werd bestreden.”

“Het kan een tackycardie met complicaties zijn.”

“Ik dacht dat het de frequentie was. Maar die zakte juist. Het ECG gaf een myocardinfarct te zien.”

“Waarom intubeerde u niet meteen?”

“Hij kreeg zuurstof, ik heb de bloedgassen afgewacht.”

“En ondertussen PTA gegeven.”

“Bij een myocardinfarct kies ik voor angioplastiek.”

De geoefende kijker naar ziekenhuisseries zal ongetwijfeld weten wat angioplastiek betekent: het door oprekking doorgankelijk maken van een vernauwd gedeelte in de slagader, terwijl PTA gewoon de afkorting is van percutane transluminale angioplastiek. Maar ik moest al die dingen opzoeken, want ik heb nooit veel naar ziekenhuisseries gekeken. Ik heb een onoverkomelijk vooroordeel tegen het genre dat alles te maken heeft met mijn kijk op het ziekenhuis als de ongezondste plek op aarde. Je komt er eerder dood dan levend uit, het stinkt er, en iedereen kijkt er even moedeloos uit zijn ogen - dus waarom zou ik daar op vrijdagavond voor mijn plezier naar gaan zitten kijken?

Helaas is er een grote markt voor dergelijke series. Veel kijkers kunnen niet genoeg krijgen van de bloederige taferelen in de operatiekamer. “Hou die dunne darm eens even opzij”, hoorde ik een arts in ER zeggen, en ik wist meteen waarom ook deze serie niet tot mijn favorieten zou gaan behoren. Onlangs sloot de NCRV een andere Amerikaanse ziekenhuisserie af: Chicago Hope. Daar ben ik nooit verder gekomen dan de eerste minuut, waarin een patiënt tegen een arts zei: “Ik heb gele ontlasting en ik kan niet boeren.” Op dat moment zat ik net een tompoes te eten - sindsdien smaken die me niet meer.

Hoe authentiek is dat 'authentieke' ER nu eigenlijk?

Dat is moeilijk te beoordelen voor een Nederlandse kijker, die nooit in een Amerikaans ziekenhuis heeft gelegen. Wat mij in ER opvalt, is het fenomenale altruïsme van de Amerikaanse ziekenhuisarts. Ze staan dag en nacht klaar voor hun patiënten, ze maken met hen een uitgebreid praatje vóór, na en eventueel ook tijdens de operatie, ze nemen eveneens alle tijd voor de familieleden, en ondertussen zijn ze ook nog een en al oor voor ongelukkige collega's.

In ER zegt een ervaren arts tegen een co-assistent: “Er zijn twee soorten artsen. Er zijn er die gevoelloos worden, en er zijn er die hun gevoelens behouden.(...) De mensen hebben onze hulp nodig. Die hulp geven is belangrijker dan je eigen gevoel.”

Ik sla al die fantastische, onbaatzuchtige Amerikaanse artsen met de nodige patiëntenjaloezie gade. Waarom hebben wij in Nederland zo weinig van deze kanjers? Ik heb net vier consulten bij een specialist achter de rug, en als die man in totaal tien zinnen tegen mij heeft gezegd, is het véél. Iets uitleggen? Hoezo? De pijn gaat weg, of hij gaat niet weg - zo eenvoudig is dat. Ik moet Nederlandse scenarioschrijvers dan ook ernstig afraden een ziekenhuisdrama te schrijven: je krijgt dialogen van een Beckett-achtige kaalheid.

Wat aan ER verder imponeert, is de waanzinnige drukte die er constant op deze Eerste Hulppost heerst. Voortdurend komt een helikopter met een volle ziekenboeg naar het dak van het ziekenhuis gestormd (de piloot brult: “Zwakke polsslag, bloeddruk 60, schedel gescheurd!”), de spoedbevallingen barsten de taxi's uit (“one final push!”), en de operatiekamers zijn een soort overbelaste abattoirs waar de artsen kniediep in het bloed hun filantropische arbeid staan te verrichten. De atmosfeer is verzadigd van juichende kreten als: “Een acute darmombstructie! Snijden dus!”

Gelukkig is er, tussen scalpel en ondersteek, ook nog altijd de gewone mensenliefde. Dan wordt die ene knappe kinderarts toch weer verliefd op de hoofdverpleegster die net zelfmoord heeft proberen te plegen, omdat ze dacht dat hij niet meer verliefd was. Zij zullen elkaar uiteindelijk vinden, daar ben ik volkomen zeker van. Zoals ik er ook van overtuigd ben dat het huwelijk van dr. Greene, het hoofdpersonage, bedreigd wordt. Als zijn vrouw met hem wil vrijen, zegt hij toonloos: “Ik moet over twee uur weer in het ziekenhuis zijn.”

Ik heb dankzij ER een eindeloos vertrouwen gekregen in de onzelfzuchtigheid van de doorsnee Amerikaanse arts, maar als ik de vrouw van dr. Greene was, zou ik vooral die charmante, vrouwelijke arts in de gaten houden met wie hij zo vaak zit te lunchen. De dokter is bezig aan een geheime operatie.