Hoge Raad wil geen cassatie in zaak-Prins

DEN HAAG, 21 FEBR. De procureur-generaal bij de Hoge Raad, mr. T.B. ten Kate, voelt er weinig voor cassatie in het belang der wet in te stellen in de zaak van de Purmerendse gynaecoloog Prins. Dat zegt een woordvoerder van de Hoge Raad desgevraagd.

In een brief aan de procureur-generaal heeft minister Sorgdrager de Hoge Raad gisteren gevraagd om cassatie in het belang van de wet in te stellen in deze zaak. De minister wil hiermee jurisprudentie verkrijgen over de levensbeëindiging door artsen van ernstig zieke wilsonbekwamen, zoals pasgeborenen of demente bejaarden. Regelgeving hierover bestaat nog niet.

Prins werd vorig jaar in twee instanties ontslagen van rechtsvervolging nadat hij was aangeklaagd wegens het doden van een ernstig zieke baby. Hij trok deze week zijn verzoek om cassatie bij de Hoge Raad in, omdat minister Sorgdrager hem geen vergoeding van de onkosten voor zijn proces wilde toezeggen.

Procureur-generaal Ten Kate staat vooralsnog afwijzend tegenover het verzoek van Sorgdrager om cassatie in het belang der wet in te stellen. In tegenstelling tot hoofdofficieren en PG's bij de gerechtshoven kan de minister de Hoge Raad geen aanwijzingen geven.

De Hoge Raad stelt over het algemeen alleen cassatie in het belang der wet in als de rechtseenheid in het geding is, bijvoorbeeld wanneer er twee tegenstrijdige uitspraken liggen. Daarvan is in de zaak-Prins geen sprake. De Hoge Raad vindt dat het niet zijn taak is om op de stoel van de wetgever te gaan zitten, aldus de griffier van de Hoge Raad.

    • Rob Schoof