Het onderhoud van de vrede

Twee van de beste mensen aan wie de goede voortgang van het vredesproces in Bosnië is te danken, zullen binnen niet al te lang ander werk gaan doen. Van Richard Holbrooke is al een poos bekend dat hij binnenkort naar het Amerikaanse bedrijfsleven vertrekt; Richard Goldstone, de hoofdaanklager bij het Tribunaal in Den Haag wil terug naar Zuid-Afrika. Ze hebben overtuigender dan wie ook de goede voortgang bevorderd. Het had ook een verkeerde kunnen zijn, waarbij de vrede gekocht was met compromissen ten behoeve van de partij met de grootste mond. Die techniek heeft de onderhandelingen en vredespogingen van vóór augustus 1995 gekenmerkt. Holbrooke en Goldstone hebben hun succes te danken aan hun weigering te marchanderen, waarbij eerstgenoemde natuurlijk ook werd geholpen doordat de regering in Washington bereid was om militaire macht te gebruiken.

In een situatie waar zulke sleutelfiguren vertrekken, is het zaak bijtijds vervangers van hetzelfde kaliber te vinden. Zijn die er? Zoniet, dan moeten we er rekening mee houden dat er door alle partijen weer zal worden getraineerd en gechicaneerd, en dan met succes, desnoods tot van het vredesproces alleen de naam over is. Tussen Dayton en Rome is al gedemonstreerd hoe dat in zijn werk kan gaan. Na Rome is het niet opgehouden. Een Bosnisch-Servische generaal weigert op een bespreking met andere militaire leiders te verschijnen. In het theoretisch herenigde Mostar worden twee moslims door Kroaten mishandeld. In de Servische wijk van Sarajevo slaan duizenden op de vlucht, in een paniek die door hun leiders wordt bevorderd. Op deze manier fabriceren de partijen de bewijzen dat Dayton en Rome niet deugen zodat het vechten kan worden hervat als het weer opklaart.

Het gevaar bestaat dat daaruit een ander bewijs zal worden gedestilleerd, door de sceptici in het Westen, de aanhangers van Luttvak die geloven dat een conflict alleen via het doodbloeden van de zwakste partijen kan worden beslecht, de realisten en de fatalisten die het aanrichten van de laatste verwoesting daar als een onvermijdelijk lot zien. De saboteurs van de vrede hebben in de fatalisten van het Westen hun beste bondgenoten.

Niettemin: vergelijken we de toestand van nu met die van een jaar geleden dan valt het op dat de partijen zich onder toezicht van de NAVO zich niet onredelijk gedragen. Wil men die verworvenheid bewaren dan zullen er, na Dayton en Rome, waarschijnlijk nog wel een paar conferenties nodig zijn. Het vredesproces verloopt in fasen die stuk voor stuk alleen tot een goed einde kunnen worden gebracht als de dolle extremen van alle partijen telkens verder worden ontmoedigd, tot ze geen moed meer over hebben.

Holbrooke heeft zijn talent hier bewezen. Zijn opvolger moet van hetzelfde kaliber en Amerikaan zijn. Degene die na Goldstone komt kan van iedere nationaliteit zijn mits iemand met een even strikte opvattingen en harde ruggegraat. Voor geen van beiden is nog een opvolger genoemd.

De vrede in Bosnië vraagt een veelsoortig onderhoud. De druk op de partijen moet gepaard gaan met de hulp bij de wederopbouw en de voortgang bij de opsporing en de berechting van de oorlogsmisdadigers. Wat het eerste aangaat: dat is geen humanitaire hulp maar een onderdeel van een politiek op lange termijn die in zijn geheel noodzakelijk is om de vrede duurzaam te vestigen. Geschat wordt dat er voor het hele 'projekt' - wederopbouw van steden, wegennet, energievoorziening en de rest die aan vier jaar van krankzinnige verwoesting is prijsgegeven - 500 miljard dollar nodig zal zijn. Wat is een schatting? Altijd minder dan de werkelijkheid. Dat bedrag moet van de Wereldbank en de Europese Unie komen. Het is, noteert de International Herald Tribune, evenveel als wat de Verenigde Naties tussen 1992 en 1995 hebben uitgegeven aan het bewaren van de vrede ter plaatse. Ja, wat men zich alleen al aan geld had kunnen besparen.

Om te beginnen moet er 500 miljoen bijeengebracht worden. Daarvan is, volgens Carl Bildt, de vertegenwoordiger van de EU, nu de helft van de toezeggingen aanwezig. Investeerders aarzelen, begrijpelijk, omdat er blijkbaar nog een paar miljoen landmijnen liggen en omdat de fanatici in de leiding van de drie volksdelen klaar staan om het commando te geven, elkaar opnieuw naar de keel te vliegen. Het is hier niet zo gesteld dat wederopbouw logischerwijze op de bevestiging van de vrede volgt. Die twee gaan samen: het leggen van de grondslag voor nieuwe materiele welvaart moet de bereidheid tot vechten afbreuk doen tot de onverzoenlijken begrijpen dat ze niets meer te vertellen hebben.

Het is alweer gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar als het nu niet wordt gedaan gebeurt het nooit meer. Een ineenstorting van de vrede is het definitieve einde. De Europeanen willen en kunnen, zoals ze hebben bewezen, geen leiding geven aan het vredesproces. Ze kunnen het alleen materieel steunen, als ze dat nu duidelijk willen en ook doen. In het verkiezingsjaar zal de Amerikaanse regering alles doen om militaire confrontaties te vermijden. Nu kan de vrede nog betrekkelijk gemakkelijk bevestigd worden, maar hervatting van het totale verwoesten over een paar maanden is denkbaar. Herhaling van de interventie door het Westen is daarna uitgesloten.

    • H.J.A. Hofland