Groot corruptieschandaal blootgelegd binnen politiekorps van Rotterdam; Rechercheur chanteerde criminelen

ROTTERDAM, 21 FEBR. Bij de Rotterdamse politie zijn deze maand door politie en justitie de contouren blootgelegd van wat intern een van de grootste corruptieschandalen uit de geschiedenis van het korps wordt genoemd.

Met de arrestatie op 7 februari van een rechercheur die jarenlang werkte bij de Rotterdamse criminele inlichtingendienst, Richard L., is volgens zijn collega's een man aangehouden die geruime tijd “de slagader is geweest van het inlichtingenwerk”.

L. wordt er volgens bronnen bij politie en justitie van verdacht dat hij de afgelopen jaren de belangrijkste Rotterdamse criminelen heeft geprobeerd te chanteren met geheime politiestukken. Hij eiste van hoofdverdachten tienduizenden guldens door hen schriftelijk te confronteren met bewijsmateriaal dat zijn CID had verzameld. In de leiding van de Rotterdamse recherche spreekt men van een “zeer bittere pil”. Ook bij het openbaar ministerie bestaat grote ongerustheid omdat L. de vaste gesprekspartner was van R. de Groot, CID-officier van justitie.

L. chanteerde onder anderen hoofdverdachte Cock S. uit een zaak die ook door de commissie-Van Traa uitgebereid is onderzocht, het zogeheten Bever-onderzoek. Verdachte S., die volgens bronnen bij justitie een belangrijke drugsorganisatie leidt, kreeg sinds september vorig jaar anonieme post. Zijn raadsman, Tj. van der Spoel, zegt in ieder geval één brief te heben gezien waarin zesduizend gulden werd geëist. Later werd het bedrag verhoogd tot 20.000 gulden.

“Bij niet betalen zou de vrouw van mijn cliënt te horen krijgen dat haar man vreemdging”, aldus Van der Spoel. Bij de post zaten bijlagen met verslagen van zeer recente telefoontaps en andere stukken die als bewijs dienden. Toen S. hier niet op inging werd volgens Van der Spoel diens echtgenote benaderd met verzoek om geld. De auteur van de brieven bood aan bewijsmateriaal tegen S. te laten verdwijnen als de vrouw bereid was hem te betalen. Ontmoetingen tussen L. en de vrouw van S. op parkeerplaatsen en in De Bijenkorf zijn door de politie vastgesteld.

Rechercheur L. is degene die van het zogenoemde Haarlemse CID-koningskoppel - de rechercheurs Langendoen en Van Vondel - eind 1993 een informant overnam die een belangrijke rol moest spelen in het Bever-onderzoek. Uit een vertrouwelijke rapportage van De Groot over de operatie-Bever, afgedrukt in een bijlage van het rapport-Van Traa, blijkt dat L. op de hoogte was van alle politie-acties in deze zaak, die ook wel de 'Rotterdamse IRT-affaire' wordt genoemd. In deze operatie liet de politie in 1994 eveneens tienduizenden kilo's soft drugs in het criminele milieu verdwijnen.

Pagina 2: Criminelen wisten al lang van het grote lek bij de recherche

De advocaat van L., B. van Eijck, spreekt van “een zeer gevoelige zaak”. Hij wil niet inhoudelijk op de zaak ingaan, volgens hem mede op aandringen van het Openbaar Ministerie. Zijn cliënt is op 7 februari op heterdaad betrapt toen hij 10.000 gulden ontving van een criminele informant die als pseudokoper door de Rotterdamse politie was ingezet. De informatie die L. verkocht, heeft betrekking op een van de grootste Rotterdamse 'tussenhandelaren' van soft drugs, waartegen de politie deze maand formeel een onderzoek zou beginnen. Nadat de politie had geregistreerd dat deze hoofdverdachte beschikte over informatie uit het vooronderzoek, heeft men bewust onjuiste gegevens aan L. ter beschikking gesteld. Nadat ook deze informatie in handen kwam van de hoofdverdachte werd besloten L. continu te observeren.

Het onderzoek van het Bureau Interne Zaken van de Rotterdamse politie liep al sinds september vorig jaar. Volgens advocaat Van der Spoel is het “uiterst bedenkelijk” dat L. zo lang ongestoord heeft kunnen opereren. In het criminele milieu zou al ruim een half jaar rondzingen dat er een groot lek is bij de Rotterdamse recherche. Rechercheur L. is overigens tegen de zin van justitie op 13 februari weer op vrije voeten gesteld door rechter-commissaris J. de Ruijter. Deze achtte geen klemmende redenen aanwezig voor verdere inbewaringstelling van de agent.

Justitie onderzoekt op dit moment of L. ook informatie heeft gelekt in het onderzoek naar woonwagenkoning Jacobus L., de zogeheten Laundry-zaak. Jacobus L. is door de rechtbank tot twaalf jaar cel veroordeeld wegens drugshandel. Tijdens het jarenlange onderzoek naar deze man is herhaaldelijk gebleken dat hij over vertrouwelijke justitiële informatie kon beschikken. Begin 1994 heeft de politie een huiszoeking gehouden in zijn woning in Rotterdam. De politie ontdekte er een geheime bergplaats die kort voor de inval was leeggehaald. “Er lag alleen een lege condoom”, aldus een betrokkene.

De grootste tegenslag boekte justitie toen eind 1993 een kroongetuige werd vermoord kort nadat hij belastende verklaringen over Jacobus L. had afgelegd. Na dagenlang verhoor werd hij direct na zijn vrijlating voor de deur van zijn woning in Schiedam doodgeschoten.

Advocaat Van der Spoel heeft het Openbaar Ministerie vandaag schriftelijk gevraagd of het klopt dat er een gerechtelijk vooronderzoek loopt tegen zijn cliënt Cock S. Eerdere informele vragen of er een dergelijk onderzoek liep, werden volgens hem door het Openbaar Ministerie altijd ontkennend beantwoord. “Als er een onderzoek loopt tegen S. zal ik bij de rechter-commissaris onmiddellijk een verzoek indienen om rechercheur L. als getuige te horen. Ook in de hoger beroepzaak tegen Jacobus L. zal ik L. als getuige oproepen om te horen wat de politie allemaal voor methoden heeft gebruikt”, aldus Van der Spoel.

De naam van L. valt regelmatig in het rapport over de operatie-Bever van de Rotterdamse CID-officier van justitie R. de Groot, dat Van Traa in zijn bijlagen heeft opgenomen. Die operatie werd vorig jaar stopgezet op last van het Haarlemse en Rotterdamse OM. Dit gebeurde nadat was gebleken dat een informant - de zogenoemde 'coureur' - in het onderzoek vijf miljoen gulden had verdiend met drugstransporten die politie en justitie doorlieten.

L. was een van de Rotterdamse CID'ers die De Groot adviseerde voordat de hij besloot in zee te gaan met de Haarlemse politie, die aanvankelijk een informant voor de Bever-zaak begeleidde. Ook besprak De Groot later met L. “de te volgen tactiek met betrekking tot de komende leveringen (soft drugs, red.) waarop zowel bij observatie als bij de tactische recherche zwaar werd ingezet”, aldus de notitie van De Groot. L. was ook betrokken bij de afbouw van deze informant, die begin vorig jaar enkele hoge politiemensen fysiek bedreigde nadat hem was meegedeeld dat hij niet langer partijen drugs kon doorlaten.

Van der Spoel zegt zich af te vragen of de Rotterdamse politie wel in staat is een “zuiver onderzoek” in te stellen naar dit schandaal in eigen gelederen. “Je zou je kunnen voorstellen dat politie en justitie de beerput het liefst zo snel mogelijk dichtdoen.” Politiebronnen zeggen dat er meer aanhoudingen binnen het korps worden verwacht. Een woordvoerder van het OM wil geen commentaar geven.

    • Marcel Haenen
    • Tom-Jan Meeus