Gratsjov: ruim 200 Tsjetsjenen gedood

MOSKOU, 21 FEBR. Bij de gevechten rond het Tsjetsjeense dorp Novogroznenski zijn de afgelopen dagen meer dan tweehonderd Tsjetsjeense rebellen gedood. Dat heeft de Russische minister van defensie, Pavel Gratsjov, vanmorgen in Moskou gezegd. Over slachtoffers aan Russische zijde bleef de minister vaag.

“De operatie is vandaag afgerond en we kunnen de uitkomst als een succes beschouwen”, zei Gratsjov. Het persbureau Itar-Tass meldde later vanmorgen echter dat de Russische strijdkrachten hun “schoonmaak” van Novogroznenski nog voortzetten. Na schotenwisselingen, het afgelopen weekeinde, waren Russische troepen maandag een grootscheepse aanval op het dorp begonnen.

Novogroznenski ligt ten noordoosten van de hoofdstad Grozny en was de afgelopen weken herhaaldelijk de verblijfplaats van de door Moskou gezochte rebellenleiders Sjamil Basajev en Salman Radoejev. Moskou beschouwt het dorp als een belangrijke basis van de Tsjetsjeense rebellen, die zich nu al veertien maanden verzetten tegen de Russische poging de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid van de deelrepubliek ongedaan te maken.

Gratsjov zei dat bij de strijd vier Russische soldaten zijn gesneuveld, maar hij voegde daaraan toe dat de troepen van het Russische ministerie van binnenlandse zaken hogere verliescijfers moesten incasseren. Gisteren meldde de Russische commandant in Tsjetsjenië, generaal Vjatsjeslav Tichomirov, dat 170 Tsjetsjenen en dertig Russen zijn gesneuveld.

In Grozny is vannacht een olieraffinaderij door onbekenden aangevallen, zo meldt Itar-Tass. Eén tank met 3000 ton olie stond vanmorgen nog in brand, zo zei een plaatselijke functionaris tegen het persbureau.

In Moskou zou premier Tsjernomyrdin vandaag president Jeltsin een plan voorleggen om de oorlog te beëindigen. Woordvoerders van de premier en de president konden echter niet zeggen of Jeltsin vrijdag, als hij zijn jaarlijkse 'State of the Union' houdt, al iets over een vredesplan bekend zal maken.