Exportverbod kunst kost 50 miljoen

PARIJS, 21 FEBR. De Franse staat moet 145 miljoen franc (bijna 50 miljoen gulden) betalen om een kunstverzamelaar te compenseren die Van Goghs Tuin in Auvers niet naar het buitenland mocht verkopen. De rechterlijke uitspraak in hoogste instantie kan verstrekkende gevolgen hebben voor pogingen kunst (goedkoop) voor Frankrijk te behouden.

Het vonnis van het Cour de Cassation is een triomf voor de kunstverzamelaar Walter die zijn slepende zaak tegen het ministerie van cultuur goed ziet eindigen. De Franse staat kan voortaan niet meer 'het belang van het nationaal cultureel erfgoed' als motief gebruiken om particulieren te laten zitten met de schadepost die kan ontstaan als een kunstwerk niet meer buiten Frankrijk verkocht mag worden.

Vooral in het geval van de familie Walter maakte een dergelijke beslissing een ondankbare indruk. Jean Walter, de vader van de verzamelaar in kwestie, heeft in het verleden al 144 werken van onder meer Renoir, Cézanne, Matisse, Picasso, Modigliani en Miró met een geschatte aarde van 2 miljard gulden aan de Franse staat geschonken. De Orangerie en andere vooraanstaande musea hebben er hun voordeel mee gedaan.

Walter werd in 1989 getroffen door het verkoopverbod nadat twee andere Van Goghs bij Christie's in Londen 82,5 miljoen dollar (een portret van dokter Gachet) en 26,4 miljoen dollar (zelfportret) waren geveild. Gedwongen een Franse koper te vinden, moest Walter voor zijn Van Gogh genoegen nemen met 6 miljoen dollar (55 miljoen franc).