De eindeloze onmogelijkheid van het moderne kiezen

Op de foto zag je een kruin met recht donker haar, twee schoenzooltjes die merkwaardig dwars op elkaar gelegd waren en wat beweeglijke vingertjes - het kleine meisje, duidelijk een mongooltje ook al zag je niets van haar gezicht, zat helemaal dubbel geklapt over haar eigen beentjes. Het was een ontroerend beeld en wie ernaar keek moest zich wel bijna voornemen om voor eeuwig van dit kind te gaan houden, het te redden en te behoeden en te koesteren want dat het tegen de wereld niet op kon, dat zag je zo. Maar zo'n impuls heeft met de werkelijkheid weinig te maken. Het aandoenlijke kindje op de foto was inmiddels een blinde, kwijlende vrouw van 33, agressief, lastig, contactgestoord. Haar familie slaagde er niet in ook maar iets met haar op te bouwen.

De foto stond ruim een jaar geleden in het dagblad Trouw en steeds weer, bij alle discussie over het geboren laten worden, dan wel door laten leven van mismaakte, beschadigde, invalide kinderen, moet ik eraan denken. Dit meisje had het met moeite gered, in het begin, en haar leven was nu al drieëndertig jaar een zware druk op haar ouders en familie. Of zij er zelf enige vreugde aan beleefde viel niet uit te maken. Had zij niet door moeten leven? Had zij niet geboren moeten worden?

Haar moeder had een eenvoudig en dapper antwoord op de vraag wat ze gedaan zou hebben als het mogelijk was geweest om deze geboorte te voorkomen en of ze niet kwaad was dat dit lot haar had getroffen. Ze zei: “Ik vind het toch belangrijker dat het leven zijn kans krijgt, hoe het er dan ook uitziet. Alles moet op weerstand veroverd worden. (...) En je kunt er pijn over hebben, het kan heel moeilijk zijn en soms zwaarder dan je dragen kunt, maar boos omdat het mij is overkomen, nee, dat niet.”

Het is knap als iemand er zo over kan denken, zeker in een tijd waarin berusting als deugd niet erg hoog staat aangeschreven. Er zat in haar geval ook weinig anders op, ze had de keus tussen verbittering of aanvaarding en ze heeft, gelukkig, het tweede gekozen. Maar die houding valt steeds moeilijker op te brengen, nu het gevoel, of zelfs het wéten dat het niet had gehoeven zo'n grote rol is gaan spelen. Vaak is het immers dankzij prenatale diagnostiek al vroeg mogelijk om afwijkingen als het syndroom van Down vast te stellen. Dat klinkt als een vooruitgang, dat is misschien ook wel een vooruitgang, maar wat te doen als blijkt dat het kind inderdaad een mongooltje zal worden? Moet men het dan meteen laten aborteren? Of vrijwillig kiezen voor het lot van de bovengenoemde moeder? Dat is heel iets anders dan dat zo'n lot je overkomt. Een houding vinden tegenover wat onvermijdelijk is gebleken, is iets anders dan met open ogen af te stevenen op wat 'soms zwaarder is dan je dragen kunt'.

Wie eenmaal met de uitslag van onderzoek in handen staat, krijgt zijn onschuld nooit meer terug, die weet al te veel. Nooit kan het lot meer aanvaard worden, het wordt gekozen. Wie kiest er voor een mongooltje? Is het dan al niet bijna je eigen schuld als zo'n kind ongelukkig is, het leven van zijn ouders opblaast, eindeloos veel geld en aandacht kost - heb je dat niet immers zelf gewild?

En dat gevoel, het gevoel van schuld als er iets mis is, spreidt zich langzaam maar zeker over veel meer levenszaken uit, van grote tot kleine. Zoveel vrouwen die graag een kind zouden willen krijgen, storten zich in de baby-technologie om zeker te weten dat ze alles hebben gedaan wat in hun vermogen lag, om zich achteraf niet schuldig te hoeven voelen. Want wie zich niet aan de medische mogelijkheden onderwerpt, die heeft haar ongeluk aan zichzelf te wijten. Zeg maar eens dat het niet zo is - de mogelijkheid om het er niet bij te laten zitten is er immers?

Soms kun je zelfs vrezen dat deze behoefte om actief in te grijpen om alle leed te voorkomen zich zal uitstrekken tot bejaarden - die hoeven er immers niet meer te zijn. Die leiden levens waar niemand meer een goed woord voor over kan hebben. Als de pil van Drion er eenmaal is kunnen ze gelukkig vrijwillig beslissen dat ze beter uit ons en hun eigen leven kunnen verdwijnen.

Maar ook voor veel kleinere dingen geldt dat ze niet gedragen of verdragen hoeven worden: scheve tanden, een rare neus, te kleine borsten, rimpels - allemaal onnodig. Het is ontegenzeggelijk een verbetering dat sommige mogelijkheden om iets op te lossen er zijn. Maar zodra ze er zijn, zijn ze niet meer weg te denken en gaat er een dwingende kracht van uit. Welk lot iemand ook treft, altijd is er de kans dat de omgeving, of zelfs de getroffene zelf, zegt of denkt: het had niet gehoeven. Zodat aanvaarding bijna onmogelijk wordt. Dat maakt wie lijdt schuldiger en het lot ondraaglijker. Hoe stellen we ons te weer tegen onze eigen kennis. Hoe gaan we ooit weer zeggen: “Ik vind het toch belangrijker dat het leven zijn kans krijgt, hoe het er dan ook uitziet.”

    • Marjoleine de Vos