Austers en Wangs vervolg op 'Smoke' is onspannen liefdesverklaring aan Brooklyn; Toevallige absurditeiten tussen de rookwaren

Blue in the Face. Regie: Wayne Wang en Paul Auster. Met: Harvey Keitel, Jim Jarmusch, Giancarlo Esposito, Michael J. Fox, Lily Tomlin, Victor Argo, Mira Sorvino, Roseanne Barr, Madonna, Lou Reed. In 9 theaters.

“De gekken nemen het gesticht over”, moet de producer van Smoke lachend gezegd hebben toen Wayne Wang en Paul Auster hem benaderden met het plan voor een vervolgfilm. De filmmakers hadden tijdens de repetities van hun tragikomedie over de habitués van een sigarenzaak in Brooklyn gemerkt dat de personages een eigen leven gingen leiden en dat de ideeën bleven opborrelen. Ze besloten om meteen na Smoke met deels dezelfde acteurs - en opnieuw Harvey Keitel in de hoofdrol - een andere film op te nemen, gebaseerd op improvisaties waarvoor Auster de lijnen uitzette. Werktitel: Blue in the Face, naar het Amerikaanse idioom voor 'praten tot je blauw ziet'.

De eerste 'instantfilm' noemen Wang en Auster dit complement van Smoke. Blue in the Face werd in minder dan een week opgenomen, op een onconventionele manier: bijna alle twintig scènes bestonden uit één take van tien minuten (de lengte van een filmspoel), de improvisaties werden zonder onderbreking vanuit één hoek gefilmd. Pas bij het monteren zou er structuur in het materiaal worden aangebracht. In de boekuitgave van de scenario's van Smoke en Blue in the Face (Faber and Faber, 1995) onderstreept Paul Auster dan ook dat het eindresultaat een kwestie van toeval is - een mooie illustratie van zijn literaire overtuiging dat het leven gestuurd wordt door toevalligheden.

Smoke was een serieus, roerend verhaal met veel humor; Blue in the Face is een ontspannen liefdesverklaring aan Brooklyn waar het speelplezier vanaf spat en waarin ieder zijpad mag worden ingeslagen. Ongelijksoortige scènes volgen elkaar in een hoog tempo op: binnen een kwartier valt te genieten van een tweegesprek over het roken van je laatste (en je eerste) sigaret, een absurdistische sketch over een bedelaar die vier dollar en 95 cent wil hebben voor een Belgische wafel, een klaagzang over de verhuizing van de Brooklyn Dodgers naar Los Angeles, en een relativerende opmerking van een stokoude buurtbewoner: “Het leukste aan Brooklyn is dat iedere nationaliteit ter wereld hier rondloopt... Het minst leuke? Dat al die nationaliteiten niet met elkaar kunnen opschieten.”

Na een miniem (maar grappig) proloogje begint Blue in the Face met een blik op de stadskaart van New York City. De camera zoomt in, tot bij een kruispunt in Brooklyn - niet toevallig op een steenworp van Paul Austers huis - de woorden 'You Are Here' te lezen zijn. Het volgende beeld is van de 'Brooklyn Cigar Co.', de sigarenzaak van Auggie Wren die we kennen uit Smoke. Alle volgende scènes spelen zich hier, tussen de tijdschriften en uitgestalde rookwaren, af - met uitzondering van de gedeclameerde statistieken en de straatinterviews met Brooklyn-veteranen die als commentaar door de improvisaties heengevlochten zijn. Zo krijgen we onder andere te horen hoeveel joden, zwarten en Hispanics er in Brooklyn wonen en hoeveel Belgische wafels er dagelijks geconsumeerd worden (7999).

Kennis en maatschappijkritiek wordt in Blue in the Face met een knipoog overgedragen; de nadruk ligt net als in Smoke op de verhalen die verteld worden - niet alleen door Auggie (Keitel), maar ook door zijn vrienden en klanten, die gespeeld worden door tal van beroemdheden. Blue in the Face laat zich bekijken als een komisch 'wie is wie' van showbiz en rock 'n' roll. Daar heb je Lou Reed als de Man met de Ongewone Bril! Daar bezorgt Madonna een gezongen telegram! Die saxofonist op straat, dat moet John Lurie zijn! En die dikke hysterica met een oogje op Auggie, is dat niet Roseanne?

Niet alle scènes van Blue in the Face zijn even sterk. Tegenover hoogtepunten met onder meer Jim Jarmusch (als de man die stopt met roken) en Mel Gorham (als Auggie's vriendin) staat een weinig overtuigende sketch met Lily Tomlin in mannengedaante, en een onduidelijke scène met Michael J. Fox, die vergeefs probeert een doorgedraaid wonderkind te spelen. Maar die paar minpuntjes zullen niemands plezier vergallen. Blue in the Face is geworden wat de makers voor ogen stond: een cinematografische collage zonder pretenties die je fluitend de bioscoop doet verlaten.

    • Pieter Steinz