Wederopbouw La Fenice voortvarend aangepakt

De wederopbouw van het onlangs afgebrande Venetiaanse theater La Fenice duurt twee tot vijf jaar, schatten experts en betrokkenen. Burgemeester Massimo Cacciari wil zo snel mogelijk aan de slag om te laten zien dat in Italië niet alleen verwarring en besluiteloosheid heersen.

VENETIË, 20 FEBR. Op het San Marco plein in Venetië schuiven prachtig gemaskerde personages met bestudeerde nonchalance tussen de carnavalsgangers door. Het feest moet doorgaan, al hoort de brandgeur een paar honderd meter verderop in Venetië, rondom het geblakerde staketsel van de opera, meer bij de stemming van de stad.

De enorme brand op de avond van de negenentwintigste januari in La Fenice heeft een gapende wond achtergelaten. Van de rijk gedecoreerde zaal met zijn prachtige akoestiek rest weinig meer dan een ondefinieerbare massa van buizen, balken en leidingen. Maar de herstelplannen zijn gemaakt met een energie en snelheid waarmee Venetië wil laten zien dat Italië niet alleen maar verwarring en besluiteloosheid is.

Mahlers Tweede symfonie moet dat onderstrepen. Het orkest van de Venetiaanse opera zal dit werk uitvoeren in de eerste twee concerten sinds de terugkeer van een buitenlandse tournee, eerst op 29 februari in de basiliek van San Marco, de volgende dag in het theater Rossini. Op het programma stond eigenlijk Mozarts Don Giovanni. Maar ook al is Italië niet zo Mahler-gezind, de bijnaam van zijn Tweede symfonie is een programma voor La Fenice: de Wederopstanding.

In twee jaar moet het lukken, roept de linkse burgemeester Massimo Cacciari. Drie jaar lijkt me reëler, zei minister van cultuur Antonio Paolucci. Minimaal vier jaar, roepen pessimisten. Wantrouwig laat de Amerikaanse organisatie Save Venice, die royaal allerlei restauratiewerk in Venetië steunt, weten dat het geld in New York blijft tot het werk echt begint.

Cacciari is een filosoof die hoopt dat hij Plato's ideaal van de filosoof-koning in praktijk kan brengen. Zijn ideaal is dat hij in zijn eentje alle knopen kan doorhakken, maar hij lijkt bereid een paar mensen naast zich te dulden als de gebruikelijke bureaucratische gang van zaken, met tientallen instanties die moeten stempelen en ondertekenen, in dit bijzondere geval maar kan worden vermeden.

Geld lijkt geen probleem te zijn. De Venetiaanse professor die, terwijl de vlammen nog loeiden, riep dat de schade omstreeks de vijfhonderd miljoen gulden lag, heeft twee keer de kranten gehaald. De dag na de brand omdat hij de enige was die een getal noemde, een paar dagen later omdat zijn cijfers schromelijk overdreven bleken te zijn. Ongeveer tweehonderd miljoen gulden lijkt een reëler bedrag.

Overal in Italië en in de wereld wordt geld opgehaald voor La Fenice. Zangers als Luciano Pavarotti en Placido Domingo, dirigenten als Claudio Abbado en Riccardo Muti willen gratis optreden. Andere operahuizen kondigen avonden voor Venetië aan. De kunstgaleries willen in juni een speciale veiling organiseren. En Daniele Scarpa, de wereldkampioen kanovaren, stelt zijn olympische medailles ter beschikking.

De discussie over de vraag hoe La Fenice moet worden herbouwd zal de meeste tijd vergen. Het gebouw, dat in 1792 werd geopend, is na een brand in 1836 al een keer bijna van de grond af aan herbouwd, en daarbij zijn veel wijzigingen aangebracht in het oorspronkelijke ontwerp. Ook in de jaren daarna is er veel veranderd en gerestaureerd.

De kunsthistoricus Giuseppe Pavanello, de grootste expert op het gebied van La Fenice, vindt dat er niet dramatisch moet worden gedaan over verloren gegane kunst. Goede ambachtslieden kunnen veel vervangen. De kroonluchters waren van na de oorlog. De versieringen in een groot deel van het gebouw dateerden uit de jaren dertig, die in de zaal zelf uit 1854.

Ook de schilderingen op het plafond hoeven geen probleem vormen, zegt deze professor. “Ze waren van een zekere Leonardo Gavignin. Die stelde niet veel voor. Als er nou een Veronese was verbrand. Maar een Gavignin! Er zijn allemaal kleurenfoto's van. Roep een goede schilder en laat die ze namaken.”

La Fenice was geen meesterwerk en stond daarom ook niet met ster in de reisgids. Maar de sfeer was weergaloos. Het pluche, het bladgoud en de rijkelijk versierde loges - alles ademde opera. Dat wil Pavanello weer hersteld zien, vooral wegens de symbolische waarde: de Venetiaanse opera speelde in de negentiende eeuw een voortrekkersrol in het compneren voor opera. La Traviata en andere beroemde opera's van Verdi zijn in opdracht van Venetië gemaakt. Maar nog belangrijker is de buitengewone akoestiek. Volgens Pavanello was die nergens ter wereld zo goed als in La Fenice.

Waarschijnlijk wordt er daarom eerst aan de hand van de oude tekeningen en plattegronden een grote houten maquette gemaakt, met de te gebruiken materialen op hun plaats. Hiermee zijn gespecialiseerde laboratoria in Besançon en München in staat vrij precies voorspellingen te doen over de akoestiek van het echte gebouw. Hopelijk kunnen zo vervelende verrassingen worden voorkomen, zoals die bij de restauratie van het door Palladio ontworpen Teatro Olimpico in Vicenza. Nadat daar cement was gebruikt om bepaalde dragende delen te versterken was van de akoestiek niet veel meer over.

De architect Renzo Piano zei zaterdag dat hij niet graag de wederopbouw zou leiden. “Het is te moeilijk,” zei Piano. “Het is een gevecht tegen de geschiedenis. Zo'n gebouw werd niet langer gezien in termen van mooi of lelijk. Het was een symbool van de stad.”

Intussen gaat het onderzoek naar de oorzaak van de brand verder. Zowel de gemeente als de justitie zijn hiermee bezig. Een officiële uitkomst is er nog niet, maar er zijn sterke aanwijzingen dat een koffie-apparaat dat 's nachts bleef aanstaan, ook al was er niemand meer, de oorzaak is.De rampzalige brand is ontstaan terwijl er een nieuw brandbeveiligingssysteem werd aangelegd. Het blussen was aanvankelijk niet goed mogelijk omdat het water van te ver moest komen: het kanaal naast de opera was eindelijk drooggelegd voor een hoogstnoodzakelijke schoonmaakbeurt. Het lijkt een dubbel noodlot. Burgemeester Cacciari en de directie van de opera willen zich hierdoor niet uit het veld laten slaan. De geplande voorstellingen gaan door, in een grote tent die nu wordt opgericht op Tronchetto, het eiland aan het begin van de stad waar een enorme grote parkeersplaats is. Maar eerst klinkt Mahler in de San Marco. Dat moet het begin vormen voor het herrijzen van La Fenice.

    • Marc Leijendekker