Stortvloed van gangsterfilms op 46ste Berlinale

BERLIJN, 20 FEBR. Dat we, ook tijdens het Berlijnse filmfestival, overspoeld worden met gangsterfilms de laatste tijd, heeft misschien te maken met wat Fukuyama 'het einde van de geschiedenis' noemde. Bij gebrek aan ideologie resteren tegenstellingen tussen etnische stamverbanden en criminele clans als reden om oorlog te voeren. En de al dan niet georganiseerde misdaad is de perfecte metafoor van dolgedraaid materialisme en kapitalisme.

In Get Shorty, gebaseerd op een roman van Elmore Leonard, speelt John Travolta een goedgebekte 'loan shark', die een schuld komt vereffenen bij de schimmige Hollywoodproducent Gene Hackman. Niet alleen blijkt Travolta's personage alles af te weten van B-films, zijn specifieke beroepsvaardigheden lenen zich uitmuntend voor de werkzaamheden van een filmentrepreneur. Ondanks een knipoog naar Pulp Fiction slaagt regisseur Barry Sonnenfeld (The Addams Family) er helaas niet in deze komedie zo leuk en sprankelend te houden als je verwachten zou.

Het meest dramatisch spreekt de leegte van het post-ideologische tijdperk uit recente films uit het Verre Oosten, die ook in kwalitatief opzicht de toon aangeven. Wong Kar-wai, een protégé van Quentin Tarantino uit Hong Kong, die eerder Chungking Express maakte, laat in zijn nieuwe film Fallen Angels/Duoluo tianshi - te elfder ure niet in Europese première in Rotterdam, maar in het Berlijnse Forum - een beroepsmoordenaar vergeefs warmte zoeken bij zijn opdrachtgeefster; pas wanneer hij een familie in een ijscowagen rondrijdt en ze onder schot dwingt zich ongans te eten, valt hij met zichzelf samen.

Zowel Fallen Angels als Mahjong van de Taiwanees Edward Yang herinneren aan het grote voorbeeld op dit gebied, Vive l'amour van Tsai Ming-liang. Op de een of andere manier is de faam van Yangs eerdere films nooit veel verder gekomen dan de Azië-specialisten; Mahjong zou daar wel eens verandering in kunnen brengen. Het is weer een misdaadfilm, waarin jonge boefjes, professionele gangsters, een vader met speelschulden, buitenlanders die ontdekken dat je in Taipei snel rijk kunt worden en allerlei soorten meisjes voortdurend over elkaar heen buitelen, van machtspositie wisselen, winnen en verliezen, als in een spelletje Mahjong. De film is soms geestig, dan weer tragisch en gedragen, maar bijna voortdurend fascinerend. Bovendien wordt er in voorspeld - door een Europese gelukszoeker - dat de Chinezen, die na Confucius, Mao en Tsjang Kai-sjek alleen nog maar geloven in geld, in de 21ste eeuw het westen zullen gaan koloniseren.

    • Hans Beerekamp