Sleepbedrijf heeft topdrukte door sneeuw

GRONINGEN, 20 FEBR. “Dit is nog beter dan ijzel. Mensen denken dat sneeuw niet glad is.” Eigenaar H. Poort van het gelijknamige takel- en bergingsbedrijf in het Groningse Hoogkerk blikt met genoegen terug. Het kon niet beter: op een drukke maandag een dik pak sneeuw aan het begin van de ochtendspits. “Een paar uur eerder of later en er was niet veel aan de hand geweest”, zegt Poort met een brede grijns. Op zijn bureau liggen stapels gele schadeformulieren.

Ongekend veel auto's, bussen en vrachtwagens gleden gisteren in Noord-Nederland van de weg. In de provincie Groningen registreerde de politie meer dan honderd ongevallen. Sleepbedrijf Poort, dat werkt in een ruim gebied rondom de stad Groningen, rukte uit naar zeventig ongevallen. Er werden onder andere vijf bussen en een SRV-wagen vlot getrokken. Een betere dag voor zijn bedrijf kan Poort zich niet herinneren.

De hevige sneeuwval kwam gisterochtend voor Rijkswaterstaat niet onverwacht. Om vier uur 's ochtends was de dienstkring Groningen al op de hoogte. Omdat het geen zin heeft bij zulke grote hoeveelheden sneeuw van te voren te strooien, werd het spekglad. Pas toen de sneeuw er eenmaal lag, konden Rijkswaterstaat, de provincie en gemeenten aan de slag.

“'t Zit 'm in de rechtervoet hè”, analyseert Poort de problemen van gisteren. Automobilisten trappen volgens hem te snel op de rem en glijden daardoor met dit extreme weer van de weg. De takelwagens van Poort komen zelf zelden in de problemen. “Een kwestie van ervaring”, zegt Poort.

De negen takel- en sleepwagens staan bijna geen moment stil. Om half vier is het even rustig. In de kantine van Poort kunnen de 'bergers' in hun oranje overalls met een kop koffie van de drukte bekomen. Voor de schadeauto's van afgelopen weekend, die eigenlijk moeten worden weggebracht, is vandaag geen tijd.

De stemming bij de medewerkers van Poort is goed. Ze genieten van een dag als deze. “Er is niks verkeerd gegaan. We zijn d'r niet één vergeten”, grinnikt kraanmachinist K. Stol. De wachttijd voor de gestrande automobilisten was niet langer dan een half uur, aldus C. Poort, zoon van de eigenaar. “Nou, wel ietsje langer hoor”, zegt zijn vrouw. “De politie vroeg me al wat voor auto ik na vandaag cadeau krijg.” Zij bemant de mobilofoon en staat voortdurend in contact met de medewerkers en de politie.

Volgens Stol had het sleepbedrijf het nog veel drukker kunnen hebben als automobilisten beter op de hoogte waren van de WA-verzekering. Hij tikt met zijn vingers op tafel. Afslepen en wegbrengen is altijd gedekt. Zonder eigen risico of no-claimkorting. “Maar dat weet niemand. Dus vragen ze een boer om hun auto voor vijf tientjes uit de sloot te trekken. Met het risico dat je auto nog meer beschadigd raakt.”

De rust in de kantine wordt alweer verstoord door een telefoontje in de meldkamer. Een aanrijding aan de Koninginnelaan in de stad. Berger H. Bosgraaf gaat er heen. Met een 'Chevy', een van de lichtere sleepwagens. “Dit is het mooiste vak wat er is”, zegt Bosgraaf even later in de Chevrolet. “Geen dag is gelijk. De ene keer is het een bus, de andere keer een luxe auto.” En hij is er sociaal werker bij, als hij de slachtoffers in de wagen meeneemt. “Je hoort het verhaal aan en stelt ze daarna gerust.”

De aanrijding aan de Koninginnelaan blijkt een aanrijdinkje te zijn. Een medewerkster van Thuiszorg is met haar Opel Corsa tegen een geparkeerde auto gegleden. Haar motorklep is ontzet en de radiator is stuk. Ze baalt stevig. “Ik wilde niet meer de weg op, maar een vrouw van 93 moest nog hondevoer hebben. Ik kon haar toch moeilijk laten zitten.” Bosgraaf heeft de wagen binnen een minuut opgetakeld en rijdt naar een garage. Hij laat bij de politie checken of de vrouw wel verzekerd is en rijdt vervolgens terug naar Hoogkerk.

Het mocht dan wel een topdag zijn, volgens eigenaar Poort wil dat zeker niet zeggen dat het sleepbedrijf een vetpot is. “Moet je zien voor hoeveel miljoenen aan materieel we op de weg hebben. Dat moet allemaal onderhouden worden. Dit soort dagen hebben we gewoon nodig.”