'Republikeinen polariseren te veel'

MEREDITH, 20 FEBR. Nog voor hij verstaat wie hij aan de lijn heeft snauwt Keith Matheson al: “Ja hoor, ik stem op Bob Dole”. Getergd smijt hij de hoorn op de haak. Gek wordt hij ervan, elke dag bellen vrijwilligers op, meestal omstreeks etenstijd, om hem te winnen voor een of andere kandidaat. Hij houdt van politiek. Hij is veertien keer gekozen in het Huis van Afgevaardigden van de staat New Hampshire. En als trouwe Republikein heeft hij zich ingezet voor alle kandidaten die zijn partij de afgelopen halve eeuw heeft genomineerd. Maar zo'n onaangename campagne als de Republikeinen dit jaar hebben gevoerd kan hij zich niet herinneren.

“Onze dominee heeft zondag de negatieve reclamespotjes van de kandidaten veroordeeld”, zegt Matheson (87). “En hij heeft gelijk. Het maakt van de politiek een bedroevend schouwspel. Die politici leven niet naar de waarden die ze zelf met zoveel ophef uitdragen.” En bijna fluisterend, met een blik vol opstandigheid zegt hij: “Als Bob Dole of Lamar Alexander de nominatie niet krijgen, stem ik in november misschien wel op Clinton.”

Matheson is een soort dorpsoudste in Meredith, een lieflijk plaatsje aan het Winnipesaukee-meer, aan de voet van de White Mountains in New Hampshire. Hij kent iedereen in de keurige houten huisjes, waar hier en daar nog een kerstkrans aan de deur hangt. In de besneeuwde straatjes hangt de geur van houtvuur. Een wit kerkje met groene luiken steekt een breekbaar torentje omhoog. Beneden, op het bevroren meer, razen knetterende sneeuwscooters behendig tussen de kleurige huisjes door die vissers op het ijs hebben gebouwd om binnen, aan een zelfgeboord wak, te kunnen vissen.

Geschrokken van zijn eigen woorden verzekert Matheson dat hij zijn leven lang Republikeins heeft gestemd. “Wij hier in het noorden van New Hampshire zijn conservatief. In het zuiden woont veel import uit Massachusetts, daar heb je de steden en de Democraten.” Als bewijs van zijn Republikeinse partijtrouw toont hij een groen fluwelen prikbord, dat in de slaapkamer op een nachtkastje staat: in keurige rijen zijn daarop speldjes bevestigd van Coolidge en Hoover, en buttons tegen Roosevelt (No Third Term) en voor Eisenhower (I like Ike), Nixon (Nixon's The One), Reagan, Bush en een hele reeks lokale en nationale Republikeinen.

“Ik ben een gematigde conservatief, maar de partij wordt steeds radicaler”, verzucht Matheson. “De mensen klagen nu over de negatieve reclamespotjes op de televisie, maar de grootste krant hier voert op die manier het hele jaar door campagne”. Hij pakt The Union Leader erbij, de notoir conservatieve krant uit Manchester, waarvan John F. Kennedy ooit heeft gezegd: Het kan zijn dat er in de VS een slechtere krant bestaat, maar dan schiet die me even niet te binnen. Berucht zijn de hoofdartikelen op de voorpagina, waarin eigenaresse en uitgeefster Nackey Loeb (72) in navolging van haar in 1981 overleden man, de beruchte William Loeb, uitvaart tegen alles wat links is of lijkt.

Al in september heeft 'De Granieten Dame' - een verwijzing naar de bijnaam van het rotsige New Hampshire, The Granite State - het gewicht van haar krant achter de conservatieve Pat Buchanan geworpen. “De weekhartigen zijn misschien bang voor Pat omdat hij vasthoudend is als een bulldog”, schreef ze. “Maar laten we eerlijk zijn: mooie praatjes en een glimlach zullen niet voldoende zijn om een meesterlijk campagnevoerder als Bill Clinton uit het Witte Huis te krijgen.”

Matheson geniet ervan zich dagelijks aan zijn krant te ergeren. Maar dat de hele partij nu die kant op dreigt te gaan, stoort hem. “Ik ben het met al die kandidaten eens dat we onze christelijke waarden weer in ere moeten herstellen. Maar dat betekent dat we elkaar nodig hebben en dat we moeten samenwerken in plaats van te polariseren. De meeste presidentskandidaten zijn uit op confrontatie, net als het Congres. Bob Dole is de enige die als president met het Congres zal kunnen samenwerken.”

In New Hampshire wordt het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging van de staat niet opgevat als een dagtaak. “De vergoeding bedraagt 200 dollar per maand, plus reiskosten. Het is niet de bedoeling dat je er je baan van maakt.” Matheson heeft een veelheid van beroepen beoefend. Hij was in de jaren dertig boekhouder bij Tiffany's in New York, werkte tijdens de oorlog in de vliegtuig- en wapenindustrie, begon voor zichzelf in het onroerend goed en sloot zijn carrière af met zijn jongensdroom: de aankoop van een benzinestation. Daar werkte hij de laatste vijftien jaar van zijn loopbaan en kon hij dagelijks een praatje maken. Na zijn pensionering werd hij actief in de kerk en de regionale onderwijsraad.

“Daar kwam ik er achter dat de neiging om zoveel mogelijk invloed van de federale overheid naar de staat te verplaatsen af en toe doorslaat. Deze staat is altijd gereserveerd geweest tegenover de federale macht. Live free or die, is ons motto, maar de radicalen hebben voor elkaar gekregen dat die onzinnige spreuk uit de tijd van de Amerikaanse Revolutie nu op alle nummerborden staat.

“Tegenwoordig vinden veel Republikeinen dat Washington vrijwel niets meer hoeft te doen. Een federale subsidie voor de aankoop van computers voor onze scholen wilde de gouverneur daarom niet aannemen. En de staat, die zelf geen belasting heft, springt ook niet bij. Dat gaat te ver, vind ik. Voor gezondheidszorg, milieu, onderwijs en de controle op de aanschaf van wapens, ook een grote kwestie hier, hebben we de federale overheid toch echt nodig.”

Matheson waagt zich niet aan een voorspelling over de uitslag van de voorverkiezing in New Hampshire. Zelfs hoe zijn eigen dorp zal stemmen durft hij niet te raden. Dat zijn favoriet, de 72-jarige Dole, “goed in de jaren zit”, zoals de 87-jarige Matheson het uitdrukt, deert hem niet. “Hij moet gewoon een goede vice-president uitkiezen. Wat mij betreft Colin Powell.”