Ramadan

We zijn in de laatste week van de Ramadan en dat is goed te zien aan het grote aantal lege stoelen in het lokaal voor de avondles. Bleven die een paar jaar geleden nog leeg omdat de moslimmannen zeiden dat ze 's avonds moesten eten, nu de Ramadan in de winter valt en het dus vroeg donker is, luidt het excuus: “we moeten na het eten direct naar de moskee, juf. Punten verzamelen.” Zolang het alleen om punten gaat, kan ik daar moeilijk bezwaar tegen hebben. Hoe hoger de score, des te groter immers hun kans op de hemel. En wie zou er niet een gegarandeerd toegangsbewijs tot het hiernamaals willen verwerven? Met name de man treft daar een boel begeerlijke zaken aan: nooit meer hoeven werken, een duurzame gezondheid en zoveel gedweeë gezellinnen als hij zich maar wenst.

Ik blijf achter met Alicia uit Kaap Verde, die katholiek is en heel erg schuchter, met de jeugdige Mei Ling, een Chinese babbelkous uit Vietnam die het boeddhistische geloof zo'n beetje aanhangt, en als derde de protestantse Lina uit Indonesië. En omdat een les met drie cursisten zo armoedig lijkt, doden we de tijd met praten over onderwerpen die anders nooit aan bod zouden zijn gekomen. Lina vertelt over haar ouders, die voor een vakantie uit Jakarta waren overgekomen en die ze Amsterdam heeft laten zien. Wat zoal? Nou, van alles. De winkels. De Kalverstraat. De Bijenkorf. En die mensen achter, ze kijkt om zich heen in de klas, die mensen achter, maar ze kan niet op het juiste woord komen. Die mensen achter wat? Lina tilt haar theeglas op. Mensen achter glas? Mei Ling begint te grinniken. Ze stoot Alicia aan en die glimlacht blozend terug. Nee, vrouwen, corrigeert Lina, vrouwen achter glas. Zij bedoelt hoeren, zegt Mei Ling, die met haar Playboy-huiswerkschrift voor zich op tafel en de bijpassende Playboy-aantekeningenmap ernaast, ineens door de wol geverfd lijkt. Ze bedoelt prostituées. Alicia schrikt en kruipt een stukje verder in haar schulp. En, vraag ik, wat vonden ze ervan, je ouders? Lina giechelt. Ze vonden het leuk. Leuk? Dat is Mei Ling weer. Leuk? Vind je ze niet ouwe? Lina haalt haar schouders op. Wat bedoel je met ouwe? O, ik ook geweest naar Amsterdam, zegt Mei Ling geroutineerd. Met man. Ik ook hebbe die vrouwen gezien. Maar zij niet mooie! Mei Ling kijkt verontwaardigd en ze schudt met haar wijsvinger. In Amsterdam niet mooie! Allemaal ouwe! Maar in Den Haag wél! In Den Haag heel mooie vrouwen! Ik kijk haar aan. Er zijn wel eens eerder onderwerpen in de klas ter sprake gekomen waar ik niet veel van wist en mijn cursisten alles. Dat betrof dan zaken als ploegendienst of huursubsidie. Maar dit is er dus ook een. Wat doe jij met jouw man in die buurten, Mei Ling? Naar die casino, luidt haar antwoord. Mij man heeft vriend en wij vaak samen naar die casino. En die vriend, die wil ook naar de hoeren, weet je wel? Lopen door de straat. Zo mooie, die hoeren in Den Haag! Poeh! Een keer, die vriend die zegt: ik heb zin in die vrouw. Ik ga naar binnen. Lina lacht. Alicia kijkt op haar horloge. En toen? Mei Ling buigt zich naar ons voorover en articuleert vol bewondering: vijf-tien-mi-nu-ten. Na vijftien minuten, die vriend weer terug. Mei Ling gaat weer recht zitten. Zo snel, hè, die vrouwen in Den Haag. Nee, laat die mannen nog maar even bidden.