PTT Telecom raakt sneller monopolie kwijt

DEN HAAG, 20 FEBR. Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) gaat akkoord met de wens van de Tweede Kamer PTT Telecom al per 1 juli 1997 het monopolie op spraaktelefonie te ontnemen. Ook is ze bereid meer dan één vergunning uit te geven voor exploitatie van een landelijke telecom-net, naast het netwerk van PTT Telecom.

Dat bleek gisteren tijdens overleg in Den Haag over tussentijdse herziening van de Wet op de Telecommunicatievoorzieningen (de interim-WTV), die voorziet in verdere liberalisering van de telecom-markt in Nederland.

De minister had concurrentie op binnenlandse spraaktelefonie, waaruit PTT Telecom zijn meest inkomsten behaalt, eigenlijk pas op 1 januari 1998 willen vrijgeven. Op die datum dienen ook de meeste andere nationale telecom-markten binnen de Europese Unie te worden geopend voor mededingers. In internationale en mobiele spraaktelefonie is al langer concurrentie mogelijk.

Jorritsma toonde aanvankelijk aarzeling bij vervroegde opheffing van het PTT-monopolie op 'vaste' spraaktelefonie, uit vrees dat buitenlandse operators zich op de Nederlandse markt storten zonder dat PTT Telecom dezelfde mogelijkheden over de landsgrenzen krijgt. Bovendien is niet zeker of een volledige herziening van de Wet op de Telecommunicatievoorzieningen, die rekening houdt met de komst van concurrenten, op 1 juli 1997 klaar is.

Een amendement van het CDA, dat al per 1 januari volgend jaar volledige vrijheid op de telecom-markt wil, noemde de minister onaanvaardbaar. Wel stemde ze in met een gematigder wijzigingsvoorstel van PvdA en VVD, dat 1 juli 1997 als ingangsdatum noemt, hoewel ze het “niet fraai” noemde. Ze waarschuwde dat daardoor onder het regime van de interim-WTV 'randvoorwaarden' gesteld zullen worden om de concurrentie in goede banen te leiden. Daartoe behoren regels voor interconnectie (koppeling van concurrerende netten), overdraagbaarheid van telefoonnummers en (maximum)tarieven.

Jorritsma had minder moeite om ruimte te scheppen voor meer dan een nieuwe aanbieder van een landelijk (niet-mobiel) telecom-net. Hiervoor hebben zich twee gegadigden gemeld, Nederlandse Spoorwegen en British Telecom enerzijds en een aantal energiebedrijven (Enertel) anderzijds.

De belangrijkste belemmering om meer partijen naast PTT Telecom toestemming te geven een landelijk net te exploiteren bleek gisteren gebrek aan radiofrequenties. Voor snelle uitbreiding van hun netten hebben NS en Enertel, naast het recht overal kabels te mogen leggen, straalverbindingen nodig. In principe bieden kabels in de grond een ongelimiteerde capaciteit voor transmissie van telecom-signalen, maar de aanleg ervan is tijdrovend en duur.

In spoedoverleg hebben Enertel en NS vanmorgen afgesproken de schaarste in de ether voorlopig te delen. Voor straalverbindingen over afstanden tot een kilometer of twintig is er geen probleem, op langere trajecten wel. Zonder die overeenstemming was een tijdrovende procedure nodig geweest om vast te stellen wie als eerste in aanmerking zou zijn gekomen voor de beschikbare frequenties.

Ir. J. Thierry, algemeen directeur van NS Telecom, noemde het belangrijker geen vertraging op te lopen dan eerst een gedetailleerde verdeling van beschikbare bandbreedte overeen te komen. Wel noemde hij het vreemd dat Verkeer en Waterstaat pas zo laat gaat onderzoeken welke frequenties bij PTT Telecom beschikbaar zijn voor verdeling onder de andere gegadigden. “De overheid had eerder moeten ingrijpen.”

De frequentieproblematiek zal de plannen om de concurrentie met PTT Telecom aan te binden “niet ernstig” verstoren, aldus Thierry. Naar verwachting zullen bedrijven in de Randstad al dit jaar gebruik kunnen maken van alternatieve infrastructuur.

Particulieren zullen pas later iets van de alternatieve aanbieders merken. Om een goede uitgangspositie te kunnen opbouwen tegenover de huidige monopolist zijn de nieuwe bedrijven de komende jaren vrijgesteld van de plicht overal aan iedereen dezelfde diensten te bieden. Daardoor kunnen ze zich eerst toeleggen op de meest lucratieve markten.

Ir. T. de Liefde, directeur van de vereniging van grootgebruikers van telecommunicatie (BTG), reageerde “tevreden” op de toezeggingen van Jorritsma. “,Het is een verdere stap op weg naar de vrijmaking van de telecom-markt in Nederland.”