Provincie Utrecht zoekt andere plaats voor 1500 autowrakken

Na een lange juridische strijd heeft de provincie Utrecht besloten het autosloopbedrijf Schut in Soest te ontruimen omdat het zich niet aan de regels houdt. De slopers zijn zich van geen kwaad bewust.

SOEST, 20 FEB. Dit jaar vieren de gebroeders Schut, autoslopers in Soest, hun tweede lustrum in hun guerrilla met de autoriteiten. Augustus 1986 kwam de gemeente Soest voor het eerst in actie tegen het Autosloopbedrijf VOF Gebr. Schut, omdat er wrakken op de openbare weg stonden. Andere overtredingen volgden, evenals boetes, dwangsommen, een tijdelijke stillegging en intrekking van de vergunning. Vorige maand besloot de provincie Utrecht dat het bedrijf moet worden ontruimd. Voor zo'n 1.500 wrakken wordt nu een andere plek gezocht.

De sloperij zorgt voor een afwijkende architectuur op het Industrieterrein van Soest. Tussen de kantoren van automatiseringsbedrijven en andere dienstverleners zit Schut verschanst achter een honderden meters lange omheining van stalen platen. “Vanwege de horizonvervuiling”, zegt directeur R. Schut (44). De autoriteiten hadden bezwaar tegen de lelijke aanblik van het schroot en dat probleem is drastisch opgelost. De schutting is zo hoog, dat de wrakken in vier lagen gestapeld kunnen worden.

In bestuurlijke kring leeft de gedachte dat de gebroeders Schut van een bijzonder halsstarrig soort zijn, die zo stelselmatig medewerking weigerden dat nu het hele bedrijf op het spel staat. “Ze hebben alleen maar geïnvesteerd in juridisch getouwtrek”, zegt een woordvoerder van de provincie Utrecht. “Wij vragen ons af hoe het mogelijk is dat een bedrijf dit zo lang volhoudt.”

Schut is zich van geen kwaad bewust. “De overheid máákt problemen. Wij hebben hier iets opgebouwd en dan krijg je toch een stukje afgunst. Als we geen rechtsgang in Nederland hadden gehad, waren we al lang weg geweest. Het is goed dat er nog rechters zijn.”

Niettemin betwist de autosloper nog met verve de rechtmatigheid van zijn eerste veroordeling, tien jaar geleden, wegens het parkeren van wrakken op de weg. “Mensen zetten die wrakken gewoon bij ons voor de deur neer en zeiden dan dat die van ons waren.”

De directeur is inmiddels doorkneed in civiel, bestuurs- en strafrecht. Hoge Raad en Raad van State zijn voor hem vertrouwde instanties. Moeiteloos dreunt hij data en arresten uit zijn hoofd op. Schut wijst naar een klein kantoortje in de hoek van een loods, vol met paperassen. “Dat is mijn verweerkantoortje. Daar zit ik 's avonds te klooien, want als je het niet bijhoudt, word je in dit land geschoren.” Advocaten heeft Schut niet meer nodig. “Het zijn aardige mensen, maar je hebt er niet veel aan. Soms gingen ze nog meer met de provincie mee dan met mij.”

In de loop der jaren is er wel een en ander verbeterd op de sloperij. Er kwamen brandgangen, een vloeistofdichte vloer en alle wrakken werden afgetapt, maar het gebeurde onvoldoende of in een ander tempo dan de overheid eiste. “Je zit nu eenmaal met het veiligheidsbelang en het economisch belang”, verduidelijkt Schut.

Voor liefhebbers van Amerikaanse en Engelse auto's is de sloperij in Soest een favoriet adres. Van heinde en ver komt men voor onderdelen. Een honderd meter lange loods getuigt van de verzameldrift van de gebroeders. Zo ver het oog reikt, staat een woud van stellages met gesorteerde motoronderdelen.

In twee andere loodsen wacht een verzameling van zo'n zestig klassieke MG's en Triumphs dik onder het stof op een opknapbeurt. Die handel ligt nu stil. De provincie heeft er beslag op gelegd om daarmee de ontruiming van het terrein te kunnen bekostigen.

Triomfantelijk legt Schut een hand op de kap van een sportauto. Hier ligt de bron van alle ellende. “Want dan komt hier zo'n ambtenaar, die ook zo'n karretje heeft dat hij aan het opknappen is. En als die dan zo'n hele verzameling ziet, wordt hij nàrrig.”

Al in 1994 had de provincie de vergunning van Schut ingetrokken, maar Gedeputeerde Staten wilden, gezien de reputatie van de tegenstander, ieder risico uitsluiten. Pas nadat de Raad van State in december in een bodemprocedure de provincie in het gelijk stelde, besloot GS tot sluiting over te gaan. “Het gaat om de geloofwaardigheid van het handhavingsbeleid”, zegt een woordvoerder. “Deze situatie is ook niet rechtvaardig tegenover andere bedrijven die zich wel aan de regels houden.”

Schut maakt zich nog geen zorgen over de toekomst. Met een vette grijns wijst hij in het rond. “Dit is een prachtig opslagterrein. Misschien kunnen we dit aan de provincie verhuren.”

    • Bert Determeijer