Populistische conservatief dreigt Republikeinen te splijten

Met de opkomst van de populist Pat Buchanan is niet alleen de strijd om de Republikeinse nominatie voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van start gegaan, meent Juurd Eijsvoogel, maar ook de strijd om de ziel van het Amerikaanse conservatisme.

De onverwacht grote populariteit van Pat Buchanan in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft ernstige ongerustheid gezaaid in Republikeinse kringen. De voormalige televisiecommentator vormt niet alleen een bedreiging voor de kandidatuur van Bob Dole, hij is ook de strijd aangegaan om de ziel van zijn partij. Wat ook de uitslag zal zijn van de Republikeinse voorverkiezing vandaag in New Hampshire, dat gevecht om de toekomstige richting van de Republikeinse partij - en meer in het algemeen de conservatieve beweging in Amerika - laat zich voorlopig niet meer bezweren.

Amper anderhalf jaar geleden, in november 1994, meenden de Republikeinen nog vol zelfvertrouwen dat ze aan het begin stonden van een nieuw conservatief tijdperk in de Amerikaanse geschiedenis. Voor het eerst sinds veertig jaar hadden ze de meerderheid in beide huizen van het Congres behaald. Met hun ambitieuze wetgevingsprogramma, het Contract met Amerika, zouden ze de 'Republikeinse revolutie' in gang zetten, te beginnen met de volledige terugdringing van het begrotingstekort. Het ging hen om drastische hervorming van de overheidsfinanciën en het politieke systeem.

Niet alleen is hun programma inmiddels grotendeels vastgelopen in veto's van de president en, in mindere mate, interne onenigheid. Ook blijken in de strijd om de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen heel andere onderwerpen prioriteit te hebben voor een aantal kandidaten, en met name Buchanan. Had het Contract met Amerika kwesties als het abortusvraagstuk en het handelsverdrag NAFTA, die in de Republikeinse partij erg omstreden zijn, met succes naar de achtergrond gedrongen, Buchanan heeft ze tot de kern van zijn campagne gemaakt.

En daarmee bedreigen deze en de andere maatschappelijke en culturele twistappels die hij aan de orde stelt de eenheid van de partij. Zijn felle anti-immigratie betogen, zijn pleidooi voor bescherming van de Amerikaanse economie door het optrekken van tariefmuren, zijn aanvallen op het grote bedrijfsleven en zijn openlijke veroordeling van homoseksualiteit staan op gespannen voet met de ideeën van een belangrijk deel van de partij, inclusief de meeste nieuwe Republikeinen die sinds anderhalf jaar de toekomst van hun partij leken te belichamen. En velen die het op een aantal onderwerpen wel met hem eens zijn, wijzen de emotionele, polariserende toon af en de absolute termen waarin hij zijn standpunten vastnagelt.

In zijn verkiezingstoespraken herinnert Buchanan zijn gehoor dezer dagen steevast aan de veelbesproken rede die hij in 1992 hield op de Republikeinse Conventie in Houston. Buchanan verklaarde toen strijdvaardig dat er “een culturele oorlog” om de ziel van Amerikaaan de gang was, een oorlog die gevoerd werd in de scholen, op de televisieschermen en in de bioscopen in het hele land. Alleen door een drastische terugkeer van de politiek tot conservatieve waarden van gezin en vaderland zou die oorlog te winnen zijn.

De toespraak kreeg veel aandacht, maar weinig lof. Terwijl Democraten en politieke journalisten Buchanan afdeden als een extremist of hem niet helemaal serieus namen (“De originele versie in het Duits vond ik beter”, spotte een commentator), probeerden veel Republikeinen zich van hem te distantiëren. Later legden sommigen een deel van de blaam van de nederlaag die Bush vervolgens leed tegen Clinton bij Buchanan, die een toon had gezet die gematigde kiezers zou hebben afgeschrikt.

Inmiddels is Buchanan weer helemaal terug. En niemand kan ontkennen, ook al zouden sommige Republikeinen dat nog zo graag doen, dat de politieke problemen die hij aan de orde stelt een zeer gevoelige snaar raken bij een groot deel van het Republikeinse electoraat - althans in Iowa, waarschijnlijk ook in New Hampshire en mogelijk in het hele land. Hij blijkt de kiezers aan te spreken op een diepgevoeld ongenoegen, waar de belastingverlagers en de politieke en economische hervormers in zijn partij nauwelijks oog voor hadden.

En bovendien heeft hij zijn culturele conservatisme aangevuld met een economisch populisme waarin zonder veel moeite echo's van de klassenstrijd te beluisteren zijn. En ook dat valt kennelijk in vruchtbare aarde bij een deel van de Republikeinse kiezers. Maar een ander deel, dat de partij altijd zag als de kampioen van de vrije markt, krijgt er de koude rillingen van.

Het is onwaarschijnlijk dat de Republikeinse partij zich zal neerleggen bij een eventuele overwinning van Buchanan in New Hampshire. Sinds vele decennia mag het dan niet meer voorgekomen zijn dat iemand door de Republikeinse partij genomineerd is zonder een overwinning in New Hampshire op zak te hebben, de ridders en baronnen, zoals Buchanan het etsablishment van de partij noemt, zullen toch alles in het werk stellen om hem de nominatie te onthouden. “Ze zullen zich terugtrekken in hun burcht en de ophaalbrug ophalen”, voorspelde de omstreden kandidaat zelf gisteren al strijdvaardig. Maar misschien zullen ze ook terugvechten, met Bob Dole, Lamar Alexander of wellicht nog een andere kandidaat.

De conservatieve krant The Wall Street Journal, heraut van de Republikeinse revolutie, waarschuwde de afgelopen week al dat de Republikeinen als ze niet oppassen hun pas verworven politieke kapitaal verspelen. Ze zouden 'McGovern-Republikeinen' worden als ze in hun partij alleen mensen kunnen nomineren die in in de algemene verkiezingen toch nooit gekozen kunnen worden.

Ook Buchanans poging om de koers van de partij te verleggen in de richting van wat hij noemt “een conservatisme van het hart”, stuit al op verzet. “Buchanans ideeën kunnen, meer dan welke andere kracht ook, een scheuring veroorzaken in de conservatieve beweging en de Republikeinse partij”, zei de hoofdredacteur van Policy Review, een tijdschrift van de conservatieve Heritage Foundation, gisteren in The Boston Globe. “Buchanan zegt dat de coalitie die Reagan bijeenbracht zo goed is, maar hij gooit de zakenwereld eruit”, zei anti-belastingactivist Grover Norquist in dezelfde krant. En Stephen Moore, een econoom van het Cato Instituut (een aan de Republikeinse partij verwante denktank) vreest dat de immigratie-politiek van Buchanan het hart van de partij doorsnijdt.

Maar ook de politici beginnen de handschoen op te nemen die Buchanan hen heeft toegeworpen. Senator Dole, die volgens opiniepeilingen in een nek-aan-nek-race met Buchanan is gewikkeld, verbaasde vriend en vijand vorige week door ook de populistische trom te roeren met een aanklacht tegen de inhaligheid van het bedrijfsleven. Dat heeft hij zeker bedacht op de achterbank van zijn door de firma Chiquita betaalde vliegtuigje, schamperde Buchanan meteen. Maar gisteren haalde Dole in een verkiezingstoespraak fel uit naar isolationisme en protectionisme.

De slag om de toekomstige richting van de Republikeinse partij is daarmee begonnen. De uitkomst van die strijd is zeker zo belangrijk als de afloop van de voorverkiezing vandaag in New Hampshire.

    • Juurd Eijsvoogel