Overleg Irak en VN eindigt nog zonder resultaat

NEW YORK, 20 FEBR. Onderhandelingen in New York tussen Irak en de Verenigde Naties over tenuitvoerlegging van de zogeheten 'olie-voor-voedsel' resolutie van de Veiligheidsraad zijn gisteren na twee weken praten zonder overeenstemming afgesloten.

Aanvankelijk bestond aanzienlijk optimisme over de uitkomst van de onderhandelingen, nadat de Iraakse president Saddam Hussein zich tot overleg met de VN bereid had verklaard. Men is echter in New York niet verder gekomen dan “identificatie van de problemen” die nog moeten worden opgelost. De Iraakse delegatieleider, Abdul Amar al-Anbari, zei gisteren dat een “politieke beslissing” nu op bepaalde punten nodig is. Dit betekent dat Saddam Hussein en VN-topman Boutros Boutros-Ghali, onder het toeziend oog van de Veiligheidsraad, aan zet zijn. Maar er was geen enkele aanwijzing wanneer zo'n volgende stap te verwachten is. VN-onderhandelaar Hans Corell zei ook niet te weten “hoe zij zullen reageren op een situatie zoals die welke zich nu voordoet”. De Verenigde Staten, die het bewind van Saddam Hussein absoluut niet vertrouwen, hebben in elk geval herhaaldelijk onderstreept dat over de inhoud van de resolutie niet kan worden onderhandeld, slechts over de technische uitvoering.

Volgens diplomatieke bronnen in New York hebben de Irakezen “problemen” met de voorwaarden van de VN waaronder Irak een beperkte hoeveelheid olie mag verkopen voor levensmiddelen en medicijnen voor zijn noodlijdende bevolking en herstelbetalingen. Met name zou dat de distributie van hulpgoederen onder de Koerden in het de facto onafhankelijke Noord-Irak betreffen. Bij eerdere dergelijke onderhandelingen had Irak tevens bezwaar gemaakt tegen de VN-ideeën over de weg waarlangs de olie wordt geëxporteerd, maar over moeilijkheden daarover is nu niets bekend.

Basis van de onderhandelingen is resolutie 986, die afgelopen april door de Veiligheidsraad is aangenomen als vervolg op een soortgelijke resolutie in 1991. Zij moet het mogelijk maken dat Irak, ondanks het voortbestaan van de handelssancties die na de Iraakse bezetting van Koeweit in augustus 1990 werden afgekondigd, per periode van zes maanden olie ter waarde van 2 miljard dollar verkoopt. (Reuter, AP, AFP)