'Niemand is veilig in centrum van Londen'

Voor het Ierse Republikeinse Leger (IRA) is de hoofdstad van het gehate Groot-Brittannië een geliefd doelwit. In 1992 en 1993 richtten aanslagen nog voor meer dan drie miljard gulden schade aan. Met de laatste drie terreuracties wordt een traditie in ere hersteld.

LONDEN, 20 FEBR. Een hoofdstad probeert zich tegen terrorisme te beschermen. Ze verwijdert de prullebakken van alle trein- en metrostations zodat daarin geen bom geloosd kan worden. Ze vaardigt een parkeerverbod uit bij alle openbare gebouwen. Ze stelt een alarmnummer in. Maar: “Een open stad als Londen kun je niet in een fort veranderen”, zegt John Grieve, de nieuwe leider van Londens anti-terroristenbrigade. “Je kunt veiligheidsmaatregelen nemen. Maar een hoofdstad is kwetsbaar, wat je ook doet.”

John Hall, uitbater van het New Moon café aan de Leadenhall Market, haalt nog maar eens een doek over de toog die al net zo oogverblindend glimt als zijn schedel. Bij gebrek aan klandizie heeft hij toch niks beters te doen. Vanmiddag, zegt hij, vanmiddag zat de zaak nog stampvol. Allemaal verzekeraars uit het nabijgelegen Lloyd's gebouw die even een glaasje kwamen nippen. Maar het was toch weer minder druk dan vorige week. En vorige week was het al minder druk dan in de week daarvoor. Allemaal de schuld van het Ierse Republikeinse Leger (IRA), weet Hall. Drie aanslagen in tien dagen maken ook geharde Londenaars behoedzaam. Mensen blijven na het werk niet meer hangen, ze gaan rechtstreeks naar huis.

Terwijl hij een denkbeeldig vlekje wegwrijft, bekent Hall dat hij er de pest in heeft. “We hebben ons door een vals gevoel van veiligheid in slaap laten sussen. We dachten dat het met de terreur van de IRA gedaan was. Nu zullen we weer heel alert moeten zijn. Vrees voor gevaar is altijd slecht voor de verteringen.”

Nog trekken elke morgen 300.000 forensen naar de vierkante mijl die het financiële hart van Londen vormt. Ogenschijnlijk onbekommerd neuzend in hun roze kranten. “We hebben geen keuze”, vertelt de Duitse bankdirecteur Horst Sefert in de metro tussen Waterloo en Bank. “Mijn vrouw zou willen dat ik thuis bleef. Nog liever zou ze onmiddellijk weer terugverhuizen naar Frankfurt. Maar ik werk hier, wij leven hier. We kunnen niet op de loop voor het geweld gaan.”

Sefert vertelde zijn vrouw het verhaal van het Britse echtpaar dat Londen de rug toekeerde uit vrees voor een nucleaire oorlog. Ze verhuisden naar de Falkland eilanden, een onbedorven vogelparadijs op het zuidelijk halfrond. Drie weken later viel het Argentijnse leger hun huis in Stanley, de hoofdstad van de Falklands, binnen.

Eva Kovacs woont in één van de voorsteden van New York en doet Londen in drie dagen. Op het plein voor de St. Paul's kathedraal heeft ze zojuist gehoord van de bomaanslag op zondagavond. Ze wil hier geen minuut, geen minuut langer blijven. Ook al verzekert een gids haar dat het gevaar om in Londen vermoord te worden vier keer kleiner is dan in New York. Uit dat statistisch feit vermag ze weinig trooost te putten. Ze eist, ze smeekt, ze pleit. Als een angstig kind herhaalt ze: “Naar huis, ik wil meteen naar huis.”

De voorzorgsmaatregelen zijn sinds het staakt-het-vuren van de IRA, anderhalf jaar geleden, geleidelijk versoepeld. Inwoners van de Britse hoofdstad werden er niet meer voortdurend aan herinnerd. Na drie bomaanslagen in tien dagen is de dreiging van terreur nadrukkelijk terug.

Op het vliegveld Heathrow, net zo goed als in het treinstation Euston, weergalmt weer om de paar minuten een veiligheidsboodschap. Of passagiers toch vooral op achtergelaten bagage willen letten. Elke eenzame koffer is een potentiële bom. In het metrostation Mansion House stort een jonge vrouw met diplomatenkoffer zich onmiddellijk plat op de grond als ze een zwaar voorwerp uit de overkapping ziet vallen. Beschaamd krabbelt ze weer overeind als een verroest stuk ijzer op de rails ploft. Terreur is niet het enige gevaar dat Londen bedreigt.

In Canon street, één van de acht toegangswegen tot de City, Londens financiële centrum, staan agenten in kogelvrije vesten weer dag en nacht het inkomend verkeer te controleren. Videocamera's leggen elke inzittende en elke nummerplaat vast. Bij de Bank of England, Natwest Tower, de effectenbeurs patrouilleren bewakers met Hochler & Koch machinegeweren.

Sinds de laatste bomaanslag in de City alweer drie jaar geleden heeft het bestuur van het financiële centrum 'een ring van staal' gelegd rond de City. Veertig toegangswegen werden afgesloten. “Maar of we met onze veiligheidsvoorzieningen ook het terrorisme hebben uitgebannen”, zegt een woordvoerder van de City-politie, die garantie kunnen we de werkers in de City onmogelijk geven.”

    • Dick Wittenberg