Neerlandici: nieuw examen is te overladen

UTRECHT, 20 FEBR. Het nieuwe examenprogramma voor Nederlands op Havo en VWO bevat te veel lesstof waarvoor te weinig tijd wordt ingeruimd. Bovendien is het onterecht dat in het centraal schriftelijk eindexamen dat vanaf 1 augustus 1998 wordt doorgevoerd geen schrijfopdracht is opgenomen.

Dit schrijft de sectie Nederlands van de Vereniging van Leraren Levende Talen deze week in een brief aan staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs). Bij de vereniging zijn ongeveer achthonderd docenten Nederlands aangesloten.

De vereniging verwacht dat het docenten niet zal lukken alle onderdelen van het programma uit te werken, waardoor de lessen Nederlands “schade zullen lijden”. Volgens voorzitter K. van de Ven wil de 'Stuurgroep Tweede Fase', die de nieuwe examenprogramma's voor Havo en VWO voorbereidt, te veel in te weinig tijd. “De inhoud van het programma is goed, maar het kan nooit in de tijd die de stuurgroep er voor beschikbaar wil stellen”, aldus Van de Ven. Een VWO-leerling in de hoogste klassen moet volgens de plannen van de stuurgroep elk jaar 480 uur aan Nederlands besteden, een Havo-leerling 400 uur.

Daar moet volgens Van de Ven “minstens 80 uur” bij. Anders zal een docent bepaalde onderdelen moeten overslaan ten koste van de kwaliteit. Zo kunnen docenten kiezen of leerlingen een spreekbeurt moeten houden, of dat hun mondelinge taalvaardigheid wordt getest in klassikale discussies. Hoewel discussies leerzamer zijn, zullen veel docenten kiezen voor een spreekbeurt, vreest Van de Ven. “Discussies vragen meer voorbereidingstijd en je moet vaker met leerlingen oefenen. Dat is nuttig, maar de docent moet ook nog aandacht besteden aan literatuur, schrijfvaardigheid en leesvaardigheid.”

De docenten Nederlands vinden het onterecht dat in het landelijke centraal schriftelijk eindexamen geen schrijfopdracht is opgenomen, al zijn ze tevreden dat het “traditionele opstel” eruit is geschrapt. Vanaf 1998 moet iedere leerling vragen over een zakelijke tekst beantwoorden en een samenvatting van die tekst maken. In plaats van het opstel moet een leerling voor het schoolonderzoek een werkstuk schrijven. “Schrijfvaardigheid, leesvaardigheid, kennis van literatuur, mondelinge taalbeheersing zouden allemaal net zo'n groot gedeelte van het cijfer moeten bepalen”, aldus Van de Ven.

J. Visser 't Hooft van de 'Stuurgroep Tweede Fase' bestrijdt dat het centraal schriftelijk eindexamen eenzijdig wordt. “Wie een tekst moet samenvatten, moet ook schrijven.” Ze noemt de kritiek bovendien “voorbarig”. “Alle docenten vinden dat hun vak te weinig uren krijgt. Als het programma van Nederlands overladen blijkt te zijn, kunnen we het altijd nog aanpassen.”