Lebbis en Jansen vuren om en om en om kwinkslagen af

Voorstelling: Lange halen gauw thuis, door Lebbis en Jansen (Hans Sibbel en Dolf Jansen). Regie: Koos Terpstra. Gezien: 19/2 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 4/6.

“Wij zijn Lebbis en Jansen en wij hebben het over de gebeurtenissen in de wereld. Hoop sneeuw vandaag, hè?” Zo begon gisteravond de nieuwe voorstelling van de enige twee Nederlandse cabaretiers die samen een one man show spelen. Maar zodra er zich de komende dagen iets voordoet dat de gemoederen meer bezig houdt, zal het dáárover gaan. Want de kracht van Lebbis en Jansen ligt in de alerte reactie op het nieuws en in de losse manier waarop ze onmiddellijk contact leggen met de zaal - alsof het allemaal ter plekke wordt geïmproviseerd.

Een rolverdeling hebben Hans Sibbel en Dolf Jansen niet. Ze voeren ook nauwelijks gesprekken; ze vullen elkaar aan, geven elkaar soms de ruimte om even een forse monoloog op te bouwen, maar meestal staan ze naast elkaar en vuren om en om hun kwinkslagen af. Veel daarvan zijn raak, en dat vormt hun grootste aantrekkingskracht. Intussen zijn ze echter zo zeker van hun zaak, dat ze af en toe ook minuten lang pointe-loos gekeuvel ten beste geven - daarna slagen ze er immers met gemak in zo'n doods moment weer weg te spelen.

Maar terwijl ze de lachers op hun hand hadden, raakte ik gaandeweg op de formule een beetje uitgekeken. Met hun snelle grappen blijven ze nu eenmaal vaak aan de oppervlakte, en hoe ingenieus hun gedachtensprongen soms ook zijn, ze verdienen beter te worden uitgewerkt. Als het 2000 jaar geleden mogelijk was af te spreken dat God bestond, moet het nu óók mogelijk zijn af te spreken dat Hij niet bestaat - dat is een mooi cabaretesk gegeven, maar het moet veel te snel weer plaats maken voor het volgende onderwerp. De postcodeloterij, ja, daar moet ook nog vlug iets over worden gezegd.

Slechts bij vlagen gebeurt er iets meer. Als er bijvoorbeeld een ongemakkelijke stilte valt over het Fokker-dilemma (moeten we nogmaals bijspringen of niet?) of als de heren pesterig elkanders avontuurloze burgermansbestaan ontmaskeren. Mij zijn die momenten liever dan een snelle snaaksheid over de sneeuw.