Kwakzalverij

In het artikel 'Opwinding over de kwakzalverij van iatrosofen is hypocriet' van C.N.M. Renckens (14 februari) staat een passage die in tweeërlei zin correctie behoeft. “Ook alle anderen... zoals klassieke homeopaten, antroposofische artsen... hebben gewild en bevorderd dat geneeskunde tot vrij beroep werd...”, schrijft Renckens. De antroposofische artsen hebben dit echter gewild noch bevorderd. Uitgangspunt van elke bemoeienis van antroposofische zijde met geneeskunde is dat zij die zich daarmee bezighouden wetenschappelijk en wettelijk bevoegd moeten zijn.

Verder is het terminologisch incorrect en dus misleidend om 'klassieke homeopaten (en) antroposofische artsen' onder één noemer te brengen. 'Artsen', al dan niet nader gekwalificeerd, hebben een wettelijk beschermde titel en navenant erkende status en maatschappelijke verantwoordelijkheid en kunnen daarop worden aangesproken. 'Homeopaat' of 'klassiek homeopaat' is een vogelvrije aanduiding waarmee ieder zich, zonder dat dit enige maatschappelijke consequentie heeft, kan tooien. Het misverstand dat hier speelt wordt overigens mede in stand gehouden door Renckens. Hij weigert het door iedereen erkende verschil te zien tussen bonafide alternatieve geneeskunde uitgeoefend door artsen en kwakzalverij, en keert zich zodoende tegen de strekking van de desbetreffende paragraaf in het advies 'Alternatieve Behandelwijzen en Wetenschappelijk Onderzoek' van de Gezondheidsraad (1993).

    • Geschiedenis van de Geneeskunde
    • Universitair Hoofddocent Filosofie
    • Dr. Hugo S. Verburgh