Kunstaankopen

Blijkens het artikel over de Amsterdamse kunstaankopen (NRC HANDELSBLAD, 13 februari) is de ratio van de nieuwe regeling niet goed begrepen. Juist omdat ik erg tevreden ben over het nieuwe systeem van de kunstaankopen-nieuwe-stijl wil ik een aantal onderdelen verduidelijken: dit is géén bezuiniging, de regeling heeft een hoog inkomenseffect voor kunstenaars en de aankopen dragen bij aan kwalitatieve collectievorming.

Eind 1992 formuleerde het gemeentebestuur een nieuw beleid voor de beeldende kunst. Juist het functioneren van de verschillende kunstcollecties van de gemeente kreeg veel aandacht in het nieuwe beleid, dus werd besloten tot een onderzoek naar een nieuwe werkwijze; hangende dat onderzoek zijn de aankopen nog in beperkte mate voortgezet.

Er is inmiddels gekozen voor een systeem waarbij een jaarlijks wisselende commissie een inhoudelijk tentoonstellingsconcept opstelt, werk selecteert, dat werk tentoonstelt en er een publikatie over samenstelt. Vervolgens kan de directeur van het Stedelijk Museum een beperkte keuze maken voor de vaste collectie.

Alle exposerende kunstenaars ontvangen een ruime vergoeding: twintig procent van de verkoopwaarde van het werk. Het effect van expositie in en documentatie door het Stedelijk is zonder meer gunstig voor de beroepspositie van de deelnemende kunstenaars. Het aantal kunstenaars dat van de regeling profiteert blijft ongeveer even groot.

De regeling kost minder dan de vorige, maar dat geld blijft binnen de beeldende kunst: in de vorm van opdrachten en projecten. En ook dat is inkomensvorming voor kunstenaars. Niet alleen voor kunstenaars, ook voor het publiek is deze verandering interessant vanwege het jaarlijks wisselende expositieconcept. Ter voorkoming van verdere misverstanden: de hierboven beschreven regeling staat los van het eigen budget dat het Stedelijk Museum heeft voor exposities en aankopen.

    • Ernst Bakker
    • Wethouder Cultuur Gemeente Amsterdam