Kabelexploitanten mogen eigen programma's maken

DEN HAAG, 20 FEBR. Kabelexploitanten mogen in de toekomst eigen programma's en diensten aanbieden. Het bestaande verbod daarop wordt opgeheven. Dit blijkt uit een wetsontwerp dat staatssecretaris Nuis (Media) en minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) vandaag naar de Raad van State hebben gestuurd.

De kabelexploitanten moeten volgens de nieuwe opzet een basispakket aanbieden dat bestaat uit programma's van de Nederlandse nationale, regionale en lokale publieke omroep. Daarnaast moet het basispakket bestaan uit twee Belgische publieke radio- en tv-zenders en zes andere radio- en tv-programma's van publieke omroepen uit drie of meer lidstaten van de Europese Unie.

Op die manier wordt voor de kijker gegarandeerd dat hij een goed, betaalbaar en veelvormig aanbod van de publieke omroepen uit verschillende landen krijgt, aldus de bewindslieden. Dan is het geen bezwaar als de kabelmaatschappijen een beperkt deel van de beschikbare kanalen commercieel uitbaat, zeggen zij.

De Nederlandse publieke omroep krijgt meer kans om nevenactiviteiten te ontplooien. Op dit moment is dat wettelijk verboden en alleen mogelijk als het Commissariaat voor de Media daarvoor toestemming geeft. De nieuwe regeling staat nevenactiviteiten onder voorwaarden toe. Zij mogen bijvoorbeeld geen nadelige gevolgen hebben voor de hoofdtaak van de omroep en moeten een zekere relatie hebben met die taak.