Hulp aan bedrijven voor investeringsmiddelen besparing energie-gebruik; Werkgeversplan fonds energiebesparing

DEN HAAG, 20 FEBR. De ondernemersorganisatie VNO-NCW wil dat er uit de toeslag die iedereen op zijn energierekening betaalt (de zogenoemde MAP-toeslag: Milieu Actie Plan) een fonds wordt gevormd om kleine en middelgrote bedrijven te helpen aan investeringsmiddelen voor energiebesparing. Vice-voorzitter drs. J.C. Blankert van VNO-NCW heeft dit plan gistermiddag gepresenteerd.

Ondernemingen kunnen tegen een lage rente bij het fonds een lening afsluiten om nieuwe apparatuur of voorzieningen voor energiebesparing te betalen. (Bijvoorbeeld zuiniger procestechnieken en -stookketels). De kosten worden in termijnen via de maandelijkse energierekening terugbetaald. Maar die rekening gaat niet omhoog, omdat over een bepaalde periode al rekening wordt gehouden met de besparing in het energieverbruik die optreedt als gevolg van de investering. Na afbetaling van de lening gaat het bedrijf dan profiteren van de lagere energiekosten.

Over deze opzet is overleg geweest met EnergieNed, de organisatie van bedrijven die elektriciteit en aardgas distribueren. “Wij zijn het er beide over eens dat het een goed en werkbaar systeem is”, aldus Blankert gisteren.

De organisatie voor het midden- en kleinbedrijf, MKB-Nederland, reageerde echter diep verontwaardigd. “VNO-NCW, de organisatie van het grootbedrijf, wil hiermee de dienst voor het kleinbedrijf gaan uitmaken”, zegt drs. T. Udo, secretaris energiezaken van MKB-Nederland. Udo is er fel op tegen dat EnergieNed invloed krijgt in het fonds, omdat de energie-distributiebedrijven dan een veel te grote invloed houden op de besteding van het MAP-geld.

VNO-NCW doorkruist volgens Udo ook het overleg dat met EnergieNed en minister Wijers wordt gevoerd over een plan dat zijn organisatie eind vorig jaar al had voorgesteld. Het midden- en kleinbedrijf wil zelf invloed op het bestuur van het fonds, om te garanderen dat de ondernemers de 80 miljoen gulden die ze per jaar betalen aan MAP-heffing, weer terugkrijgen in de vorm van investeringsfaciliteiten. Blankert van VNO-NCW typeerde het plan van de zusterorganisatie gisteren echter als “een soort subsidiefonds dat zij (het MKB) zelf willen beheren, en daar hebben wij problemen mee”.

Blankert noemde zijn fonds “een heel simpele constructie waarvoor geen extra leencapaciteit nodig is”, omdat er in het MAP-fonds van de energie-distributiebedrijven voldoende geld zit. Hij bepleitte dat ook het MAP-geld dat deze bedrijven momenteel overhouden omdat ze niet voldoende projecten voor energiebesparing hebben, in het nieuwe fonds wordt gestort. Een en ander betekent dat ook de huishoudelijke kleinverbruikers aan de investeringen voor energiebesparing zouden meebetalen.

De werkgeverstopman steunde namens zijn organisatie de nieuwe Energienota die minister Wijers (Economische Zaken) in december jongstleden presenteerde. Met Wijers wilde hij zich niet binden aan een absolute doelstelling voor vermindering van de emissie van het broeikasgas koolstofdioxyde (CO2). “Energiebesparing, verbetering van de energie-efficiëncy en meer duurzame energie (zon, wind, waterkracht, biomassa e.d.) moet de leidraad zijn”, aldus Blankert. Maar voor onderzoek, ontwikkeling en marktintroductie van deze energievormen moet er volgens hem wel veel meer overheidssubsidie worden gegeven. “Het stimuleringsbeleid van de overheid is tot nu toe nogal wisselend geweest, om het vriendelijk uit te drukken”, zei Blankert, herinnerend aan de bezuiniging van 150 miljoen gulden die het paarse kabinet bij zijn aantreden op dit budget doorvoerde.

Het VNO-NCW steunt het plan van minister Wijers voor een fusie van de vier grote Nederlandse elektriciteits- produktiebedrijven. Maar Blankert wil dat de geldverslindende overcapaciteit van de centrales veel sneller wordt gesaneerd dan nu de bedoeling is. “De overcapaciteit hangt de sector niet alleen als een molensteen om de nek, zij blokkeert ook en snelle liberalisatie en een nog krachtiger ontwikkeling van warmte/krachtcentrales”, aldus Blankert.

Deze centrales hebben een hoger rendement dan de conventionele stroomfabrieken, omdat ze behalve elektriciteit ook warmte produceren. VNO-NCW schat de kosten van de saneringsoperatie, die kan bestaan uit het vervroegd sluiten van oude centrales, op enkele honderden miljoenen guldens. Aangezien het eigen vermogen van de produktiebedrijven te klein is, moet dat geld volgens de werkgevers betaald worden door de gemeenten en provincies die aandeelhouder zijn en bij fusies in het verleden “aanzienlijke bedragen” aan de produktiebedrijven hebben onttrokken. Blankert ontkende niet dat die financieringswijze er uiteindelijk toe kan leiden dat de belastingbetaler voor de kosten opdraait.