Een buik boordevol zorgen

Sofie Mileau: Anne. Ill. van Harrie Geelen. Uitg. Van Holkema en Warendorf, 46 blz. Prijs ƒ 27,50

De moeder van Anne is ziek. Erg ziek, vooral in haar hoofd. Ze heeft angstaanvallen en schoonmaakbevliegingen, maar meestal ligt ze apathisch in bed en staart. Soms zit ze in een stoel en hoort stemmen die enge dingen zeggen. Ooit is er eens bijna iets gebeurd “Als Anne er toen niet was geweest. . .”

Het is dus erg onplezierig bij Anne thuis en Sofie Mileau vertelt daarover in korte zinnen, die bijna als poëzie onder elkaar zijn gezet. De nadruk ligt op Anne's eenzaamheid - vader is altijd weg - en hoe ze probeert voor zichzelf toch een soort veilige, huiselijke wereld te scheppen. Een belangrijke factor daarin is haar pop Lappenlief, typisch zo'n pop uit een kinderboek: eentje die praat en zingt - ze reikt zelfs glaasjes water aan. Dat gaat wel ver, want gepraat en gezang kan gemakkelijk in het kinderhoofd klinken, maar een glas water is geen fantasie: “Anne voelde haar lippen nat worden.”

Sofie Mileau is een pseudoniem van Carry Slee, die onder haar eigen naam vooral veel boekjes voor kleine kinderen heeft geschreven. Voor wat oudere kinderen schreef ze 'probleemboeken' (gescheiden ouders, homoseksualiteit, pesten) en als Sofie Mileau publiceerde ze vorig jaar Haas en Kip. Dat boekje had nogal veel weg van een Toon Tellegen-dierenverhaal, maar, geen wonder, minder goed. Het zojuist verschenen Anne doet ook alweer sterk denken aan een ander boek, en wel aan Lieveling, boterbloem van Margriet Heymans. En alweer is het minder goed dan het voorbeeld - gesteld dat dat het voorbeeld zou zijn, een navolging kan ook onbewust gebeuren.

Ook in Lieveling, boterbloem heeft een meisje een innige verstandhouding met haar pop en is de moeder-dochter relatie heel moeilijk. Alleen is de psychologie in dat boek veel subtieler: het meisje is zelf zowel een heel lieve en koesterende moeder voor haar pop, als de boze heks die het poppengeluk bedreigt. Zoiets is hier niet aan de hand: de pop is lief, Anne is ook lief, moeder is ziek en vader is weg. In al die dingen zit geen beweging.

Het lijkt bijna of Sofie Milaeu met Anne een soort karikatuur van het goede literaire kinderboek heeft willen maken, of misschien geen karikatuur, maar een vervalsing. Anne ziet er prachtig uit, geïllusteerd door Harrie Geelen met sterke, kleurige gouaches, de onder elkaar gezette tekst geeft de indruk dat elk woord hier telt en de toon - korte zinnetjes en geheimzinnigheid - lijkt daarbij aan te sluiten. Maar wat er staat en hoe het er staat, dat is allemaal niet echt goed.

De manier van vertellen laat niets aan de verbeelding over en is bovendien erg boekentalig, vol afgesleten woorden en beelden. Is mama bang dan staat er: “Haar ogen seinden noodsignalen uit.” Even later is mama zelf angstaanjagend geworden: “De ogen werden twee vlijmscherpe messen.” Als Anne aangenaam door iets verrast wordt staat er: “Als betoverd bleef ze staan.” Ze zoekt steun bij haar pop, waar ze om raadselachtige redenen 'verlegen' naartoe schuift. “(Ze) sloeg haar ogen op. 'Ik ben zo alleen...' snikte ze. 'Je moet me helpen'.” Alsof wij dat nu altijd nog niet wisten, dat Anne eenzaam was. Dat staat op elke bladzij in alle toonaarden en alle kamers zijn zwart en dreigend en Anne's buik zit vol zorgen en Anne huilt en schrikt en rilt dat het een aard heeft.

Het hele boek geeft het gevoel dat het allemaal niet erg genoeg kan (mama is ook al eens vlak bij de spoorbaan gevonden, door Anne), mama wordt maar zieker en Anne wordt maar eenzamer en er is geen eten in huis - maar wat met dit alles nu eigenlijk gezegd wil zijn is onduidelijk. Dat kinderen een moeder nodig hebben? Dat het heel naar is als iemand ziek is? Dat je maar beter vrede kunt sluiten met de gezinshulp? Het is allemaal wel waar, maar het zijn van die waarheden van niets. Alles aan Anne is door en door braaf, zelfs Anne's fantasieën over andere vrouwen die moederlijk tegen haar zouden zijn worden nooit echt bizar of bijzonder. Er is helemaal niets in dit boek waar je van opkijkt. En dat wekt enige irritatie door de pretentieuze presentatie. Dit boek heeft alleen de oppervlakkige kenmerken van een echt goed boek. Anne lijkt daardoor nog het meest op een geschreven Han van Meegeren.