De tijd verdelen tussen filmmarkt en bioscoop

Het beste nieuws van het 46ste Internationale Filmfestival van Berlijn is het herstel van de eenheid van plaats, op loopafstand van de Gedächtniskirche. De afgelopen jaren werd de pers ontvangen en met eigen voorstellingen bediend in het afgelegen, oestervormige Congrescentrum, terwijl publiek en filmmarkt ieder hun eigen gescheiden festivalcentra hadden. Ondanks de beschikbaarstelling van een OV-kaart voor alle geaccrediteerden beperkte deze structuur het zicht op het geheel.Journalisten praten beroepshalve al niet zo veel met elkaar, en de conversatie placht zich te beperken tot de vraag of je Jodie Foster en Emma Thompson ook 'gehad' had. In publicitair opzicht ontwikkelen veel festivals, en zeker dat van Berlijn, zich immers tot verlengstukken van de marketing van de Amerikaanse filmmaatschappijen. In Berlijn houden Oliver Stone en Stephen Frears niet alleen persconferenties, ze zijn ook groepsgewijs in twintig minuten te 'interviewen'.

De kracht van een festival als dat van Rotterdam (en de zwakte van bijvoorbeeld dat van Gent) is dat pers, filmhandel en -bedrijvigheid en publiek op slechts een handvol vlak bij elkaar gelegen locaties steeds om elkaar heen draaien. Iedereen is gebaat bij de permanente uitwisseling van informatie; nu het perscentrum vlak naast de dierentuin in het Intercontinental Hotel is gevestigd, loop je weer makkelijker de locatie van de filmmarkt binnen. Met verbazing begin ik te constateren dat ik me meer thuis begin te voelen bij de verzamelde filmmakers, producenten, verkopers, festivaldirecteuren, officials en distributeurs dan bij de public relations-kantoren, televisiestudio's en persconferentieruimtes, waar de filmpers tegen de klippen op probeert onafhankelijk te blijven.

Heen en weer lopen tussen markt, perscentrum en de bioscopen is de gezondste oplossing. In mijn eerste half uur op de Berlijnse filmmarkt oogstte ik twee meer dan hartelijke begroetingen van oude bekenden uit Israel en Zuid-Korea, een uitnodiging voor een Europees filmbal in Oost-Berlijn, een eetafspraak, de voorlopige bevestiging van een roddel en de mogelijke kiem van een nieuwsverhaal. Het gevaar van zo'n oord is dat je er de hele dag kan blijven plakken, dus haastte ik me naar de enige plek waar je eigenlijk hoort te wezen op een festival: in het donker van een bioscoopzaal.

    • Hans Beerekamp