Conflict bonden en ABN Amro laait op

ROTTERDAM, 20 FEBR. Het meningsverschil tussen ABN Amro en de vakbonden in het bankbedrijf over de uitleg van de bank-CAO loopt steeds hoger op. De bonden willen dat nu ook de andere banken, verenigd in de Werkgeversvereniging voor het Bankbedrijf (WGVB), zich uitspreken over het besluit van ABN Amro om circa 20 procent van het personeel uit te sluiten van de 36-urige werkweek.

De vijf vakbonden in het bankbedrijf zijn boos op ABN Amro, omdat deze bank zich in hun ogen probeert te onttrekken aan de afspraken in de CAO. In de vorig jaar afgesloten CAO voor het bankbedrijf (110.000 werknemers) is vastgelegd dat alle personeelsleden in deze sector 36 uur gaan werken. In ruil voor de arbeidsduurverkorting - bedoeld om de afkalving van werkgelegenheid te remmen - hebben de vakbonden ingestemd met een vierjarige loonstop en de mogelijkheid het personeel flexibel in te zetten.

De bonden zijn destijds akkoord gegaan met de eis van de banken dat delen van het personeel uitgezonderd zouden worden van de 36-urige werkweek. Hoewel in de CAO-tekst geen exacte cijfers zijn opgenomen, is het volgens de bonden altijd de bedoeling geweest dat deze uitzonderingen alleen in beperkte gevallen zouden plaatshebben. De beslissing van ABN Amro (dat per 1 april de 36-urige werkweek invoert) om 18 procent van het personeel uit te sluiten, gaat volgens de bonden voorbij aan de “geest van de CAO”.

De felle reactie van de bonden komt voort uit hun angst dat andere banken het voorbeeld van ABN Amro willen volgen. Daardoor zou een belangrijke peiler van het CAO-akkoord - arbeidsduurverkorting in ruil voor werkgelegenheid - aangetast worden. Onder de achterban van de bonden dreigt in dat geval veel gemor te ontstaan, omdat de werknemers de prijs (loonoffers en flexibiliteit) dan veel te hoog zullen vinden.

De bonden willen nu met de WGVB overleggen over een aanscherping van de CAO-tekst. Wanneer dit niet mogelijk is, overwegen de bonden juridische stappen.