Commandostructuur maaktIRA zo goed als ongrijpbaar

Achter de bommencampagne van de IRA in Engeland staat een commando- en controlestructuur waarop de Britse veiligheidsdiensten nog steeds geen greep hebben, ondanks alle pogingen van die diensten om de organisatie en haar acties te identificeren en te verstoren.

De structuur, zo wordt aangenomen, is opgebouwd op een systeem van zelfbeperkende actieve cellen van IRA-leden. Elke cel wordt gecontroleerd door een operatieve officier die op zijn beurt bevelen uitvoert die vanuit een centraal commando snel kunnen worden doorgegeven. Aan de top staat de Legerraad, die waarschijnlijk uit zeven personen bestaat. De verklaringen van de raad worden uitgegeven in Dublin, hoewel de leden afkomstig zijn uit zowel Noord-Ierland als de Ierse Republiek.

Het gebied van het Noordelijk Commando beslaat Noord-Ierland en de grensdistricten, het Zuidelijk Commando beslaat de rest van de Ierse Republiek, inclusief Dublin. De samenstelling van de raad verandert vermoedelijk voortdurend in een poging de veiligheidsdiensten altijd een stap voor te blijven.

De IRA lijkt zijn oude, straffe organisatie van 'commando's, brigades en bataljons' met succes te hebben vervangen door een gestroomlijnde en meer flexibele operationele structuur. De structuur is de afgelopen tien jaar aangepast om de IRA te beveiligen tegen infiltratie door de inlichtingendiensten, en om de kwetsbaarheid van de zogenoemde 'vrijwilligers' bij ondervraging te verkleinen.

De IRA tracht zijn interne veiligheid te vergroten door de activisten bij operaties aan een zeer korte lijn te houden. Geen enkele deelnemer kent de volledige planning. Een lid van een operatief commando heeft geen direct contact met individuele leden van de staf van het zogenoemde hoofdkwartier van de IRA. Deze stafleden dragen de verantwoordelijkheid voor activiteiten als publiciteit, de opleiding van recruten, de financiën en het kopen en vervoeren van wapens en explosieven.

Er wordt heel wat gepraat over onenigheid en splitsingen in de republikeinse beweging, maar de huidige campagne in Engeland lijkt het werk van een straf gecontroleerde bevelsketen die begint bij de Legerraad en waarbij geen enkele prominente republikein daadwerkelijk een vraagteken heeft gezet.

Er lijkt geen duidelijke beleidslijn te bestaan over de vraag welke van de twee IRA-commando's - het Noordelijke of het Zuidelijke - de verantwoordelijkheid draagt voor het Britse vasteland. Beide lijken te zijn betrokken bij de jongste bommencampagne.

Er wordt ook veel gepraat over de scheiding van de IRA van zijn politieke vleugel, Sinn Fein. Zogenoemde hardliners binnen de IRA lijken de drijvende kracht te zijn achter de beëindiging van de wapenstilstand. Maar er bestaat geen overtuigend bewijs dat leidende Sinn Fein-leden zich hebben gedistantieerd van pogingen de richting van de IRA-campagne te veranderen. Bestuursleden van Sinn Fein hebben, zo wordt aangenomen, direct toegang tot de huidige leden van de Legerraad.

Bronnen in de veiligheidsdiensten geven toe dat ze, zelfs al zouden ze de samenstelling van de Legerraad kennen, dat in een rechtszaal niet hard zouden kunnen maken. Om een van de verantwoordelijken voor welke IRA-aanslag dan ook te pakken te krijgen zou de commandostructuur moeten worden geïnfiltreerd, en wel in zo'n mate dat men de verantwoordelijken op heterdaad zou moeten betrappen bij het uitvaardigen van een bevel voor een operatie.

In veiligheidstermen resteert nog de optie van de herinvoering van interneringen - een optie die gisteren werd geopperd door enkele pro-Britse politici in Noord-Ierland. Geïdentificeerde leden van de IRA-commandostructuur zouden zonder formele aanklacht voor onbepaalde tijd moeten worden vastgezet. Bronnen rond de Britse en de Ierse regering gaan er echter van uit dat de publieke verontwaardiging rond de jongste bomaanslagen nog niet groot genoeg is om op te wegen tegen de politieke risico's en de mensenrechtenargumenten rond het probleem van de interneringen.