College van ontbrekend toezicht

Het al lang sluimerende en de afgelopen week snel geëscaleerde conflict tussen aan de ene kant het bestuur en aan de andere kant de directie plus de ondernemingsraad van het College van toezicht sociale verzekeringen (CTSV) had niet op een ongelukkiger moment tot uitbarsting kunnen komen. De verziekte verhoudingen dreigen het aan het CTSV opgedragen toezicht op de uitvoering van de werknemersverzekeringen (WAO, Werkloosheidswet en Ziektewet) tot een farce te maken, net op het moment dat bij de uitvoering van deze wetten grote veranderingen gaande zijn. Daarbij zijn miljoenencontracten in het geding, die uiterst kritisch moeten worden bekeken. In plaats daarvan hoopt het werk zich op, omdat de toezichthouder door interne tegenstellingen wordt verlamd.

Het CTSV ging een jaar geleden uit de startblokken, als opvolger van de vroegere Sociale Verzekeringsraad. Die Raad had zich in veler ogen hopeloos geblameerd, door jarenlang oogluikend toe te laten dat werkgevers en werknemers in de zogeheten Kleine Commissies van de bedrijfsverenigingen massaal oneigenlijk gebruik maakten van de sociale wetgeving om overtollig personeel te laten afvloeien. Het driekoppige CTSV-bestuur, afkomstig uit de landspolitiek en bang op zijn beurt weg te zakken in het zompige uitvoeringsmoeras van de sociale zekerheid, bemoeide zich vanaf het begin intensief met de dagelijkse gang van zaken, dit niet tot vreugde van de directie die inmiddels thuis en in de Ziektewet zit.

Tot eind vorig jaar lag de uitvoering van de werknemersverzekeringen in handen van achttien bedrijfsverenigingen, die worden bestuurd door werkgevers en werknemers. Als uitvloeisel van een nieuwe Organisatiewet moest deze publieke taak overgaan naar afzonderlijke uitvoeringsorganen. Letterlijk aan de vooravond van 1996 zijn vier van die uitvoeringsinstellingen (UVI's) opgericht en - na het nodige gedoe - door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als zodanig erkend. Beleidsmakers in Den Haag hebben een stommiteit begaan door goed te vinden dat elke UVI onderdeel vormt van een holding, samen met nieuw opgerichte vennootschappen die commerciële activiteiten gaan ontplooien op de markt van zorg en sociale zekerheid. Deze commerciële 'B-dochters' hebben een deel van het overtollig geworden personeel van de bedrijfsverenigingen overgenomen en storten zich nu in een verbeten concurrentiestrijd met andere marktpartijen, bijvoorbeeld bij de verzekering van bovenwettelijke ziektewet-uitkeringen. Uiteraard moeten de B-dochters zichzelf bedruipen en mogen zij niet stiekem worden gespekt met publieke premiegelden. De overheid heeft daarom steeds geëist dat publieke en commerciële activiteiten binnen de holdings strikt zouden worden gescheiden. De kans is echter levensgroot aanwezig dat binnen de vier holdings concurrentievervalsing optreedt, doordat de publieke 'A-dochter' premiegelden gebruikt om B-dochters te helpen bij het zetten van de eerste schreden op het glibberige pad van de commercie: ons kent ons, tenslotte.

De mogelijkheden voor het geven van verboden kruissubsidies zijn legio. Zo kan de publiek gefinancierde A-dochter kosten voor de private B-dochters betalen. Begin december 1995 kregen alle ondernemers in Groningen bijvoorbeeld een uitnodiging van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK), dat toen nog uitsluitend publieke taken uitvoerde voor dertien bedrijfsverenigingen, om bij een hapje en een drankje in het GAK-kantoor te worden voorgelicht over nieuwe produkten van de commerciële dochters van GAK Groep NV. Dit is de kersverse holding die sinds 1 januari 1996 het oude GAK omspant. De indruk werd gewekt dat uitsluitend B-dochters van GAK Groep NV, zoals de Arbo Groep GAK BV en AAV Netwerk Verzekeringen (een samenwerking met Centraal Beheer in Apeldoorn) een deel van de vertrouwde GAK-werkzaamheden zouden voortzetten. Op geen enkele manier maakte de in een gewone GAK-enveloppe verzonden wervingsfolder melding van het feit dat ondernemers ook van de diensten van andere commerciële aanbieders dan GAK-dochters gebruik konden maken. Directeur Buijink deelde mij desgevraagd mee dat zijn Groningse districtskantoor “alle kosten in rekening brengt bij de private poot, GAK Groep NV”. Ik wil hem op zijn woord geloven, maar het is jammer en onaanvaardbaar dat het CTSV thans door interne verscheurdheid niet aan grondige controle op die onderlinge verrekeningen toekomt.

Daar komt bij dat blijkens een brief van staatssecretaris Linschoten aan de Tweede Kamer van 24 januari de financiële ontvlechting binnen de holdings nog steeds niet is afgerond. Dit schept tal van extra mogelijkheden om met geld te schuiven tussen het publieke en het commerciële circuit. Private B-dochters kunnen aan de publieke A-dochter gemakkelijk te hoge kosten in rekening brengen wegens geleverde diensten. Ook bestaat het vermoeden dat de private dochters kosteloos gebruikmaken van informatie die eerder voor publieke taken is verzameld, zoals adressenbestanden van werkgevers. Die bestanden zijn goud waard, omdat ondernemers zo gericht met reclamemateriaal kunnen worden bestookt.

Op de kostentoedeling binnen de net geschapen sociale-zekerheidsconglomeraten heeft op dit moment, behalve in theorie het CTSV, niemand zicht. De overeenkomsten krachtens welke private B-dochters al twee maanden diensten bewijzen aan publieke A-dochters zijn door het CTSV formeel nog niet goedgekeurd, maar inmiddels staat de toezichthouder in feite voor een fait accompli. In het belang van alle premiebetalers moet de overheid bij het CTSV snel orde op zaken stellen. Anders is een nieuw schandaal in de maak.

    • Flip de Kam